CARL. R. ROGERS
Geboeid heb ik het gelezen. Je bemerkt telkens de mens achter de schrijver. Hij durft zichzelf bloot te geven. En dat komt bij mij - en ik vermoed ook bij u - prettig over. Het irriteert mij, wanneer ik bemerk dat een schrijver tegenover de lezer verstoppertje aan het spelen is, dat hij nl. zich verbergt achter zware, schijnbaar diep-wetenschappelijke termen. Dan denk ik bij mezelf: Man, doe niet zo gewichtig. Jij bent ook maar een mens.
Hoort u de klop uit de cel van de ander ?
Rogers is beslist geen christen. Maar hij lanceert wel diep-evangelische noties. Op verrassende wijze laat hij soms zien wat het betekent je naaste liefhebben als jezelf. Een voorbeeld:
„ Wanneer iemand merkt dat hij vanuit zijn diepste diepte wordt verstaan, zullen bijna altijd zijn ogen vochtig worden. Ik denk dat hij dan eigenlijk huilt van vreugde. Dan is het alsof hij zeggen wil: 'Goddank, iemand heeft me gehoord. Er is tenminste iemand die weet hoe het is om mij te zijn'. Op zulke momenten zie ik in mijnfantasie wel eens een gevangene in een kerker voor me, die dag na dag dezelfde morsetekens op de muur klopt: „Is er daar iemand die mij hoort? Is daar iemand? En eindelijk op een dag hoort hij een zwak geklop dat 'ja' betekent. Doordat ene kleine antwoord is hij bevrijd uit zijn eenzaamheid, is hij weer een menselijk wezen geworden. Vele, vele mensen leven vandaag de dag in kerkers, mensen die daarvan naar buiten totaal geen blijk geven, bij wieje heel goed moet luisteren om de zwakke boodschap vanuit hun kerker te kunnen verstaan" (p. 17). Hoevele 'christenen' (?) horen misschien nooit dit kloppen aan de muren van de cel van eenzaamheid, waarin de naaste zich bevindt, omdat ze voortdurend slaags zijn over allerlei kerkelijke kwesties en theologische richtingen. Temidden van al dat weinig stichtelijke wapengekletter vangen ze niet de kreten van de broeder of zuster vanuit hun kerker op.
Kritisch tegenover je vak
Rogers staat ook nuchter-kritisch tegenover zijn vakgenoten en tegenover zichzelf.„ Te Wiscons ontdekte ik opnieuw datgene wat ik in Chicagoal hadgeleerd, namelijkdat de meeste psychologen niet openstaan voor nieuwe denkbeelden. Misschien geldt dat ook wel voor mij, al heb ik me altijd verzet tegen de neiging tot inkapselen" (p. 40). Op het ogenblik ben ik aan het zoeken naar een uitgever voor mijn boek: „Oog in oog met jezelf - de geschiedenis van 40 jaar zelfanalyse". Als ik die niet vind, troost ik mij maar met deze opmerking van Rogers.
Begrijpend luisteren naar de ander
Rogers is een humanistisch psycholoog d.w.z. hij verwacht veel van het humanum, het menselijke in de mens. Hij schrijft:
„De mens heeft in zichzelf enorme mogelijkheden tot zelfinzicht, tot het wijzigen van zijn zelf concept (= de gedachte die hij zich over zichzelf gevormd heeft. HJH), zijn instelling en zijn zelfgericht gedrag. Deze mogelijkheden kan hij aanboren als er maar een bepaald klimaat van bevorderende psychologische attitudes (= van mensen die hem omringen met de juiste zielkundige houding tegenover hem. HJH) geschapen kan worden. Deze hypothese (= veronderstelling. HJH), zo nieuw en toch in zekere zin al zo oud, was niet achter het schrijfbureau geboren. Ze was gegroeid uit een aantal heel alledaagse ervaringen.
Eerst had ik door erg veel schade en schande geleerd dat gewoon begrijpend naar een cliënt luisteren - en dat begrijpen proberen over te brengen - machtige middelen vormden voer het teweegbrengen van therapeutische (= genezende. HJH) veranderingen bij een mens" (p. 47-48).
Ik ben het met Rogers eens dat begrijpend luisteren naar de ander reeds een begin van genezing voor hem kan betekenen. Het is van groot belang dat zielzorgers zich dat goed inprenten. Laat de mens die in nood en zorgen tot u komt, toch eerst eens uitpraten. Val hem niet telkens ongeduldig in de rede, omdat u meent reeds te weten wat hij zeggen wil.
Mogelijkheden in de mens ?
Ik ben het met Rogers ook eens dat er allerlei mogelijkheden in de mens schuilgaan. Maar… ik meen dat de mens sinds de zondeval gedoemd is om de genezende „waarheid in ongerechtigheid ten onder te houden" (Rom. 1:18), dus te verdringen.
Zelf heb ik ook in al die 40 jaar van mijn zelfontleding die naar eenheid strevende kracht van de menselijke natuur ontdekt. Onze natuur wil niet het konflikt, de frustratie, de opeenhoping van psychische spanningen, de complexen, maar de vrede.
Dat is het restant van het beeld Gods in de mens. Ook na de zondeval is de mens mens gebleven. Maar wij kunnen geen gehoor geven aan die naar eenheid strevende kracht in ons zonder de hulp van buiten, van Boven. Ook dat heb ik ontdekt. Je kunt wel knutselen aan je psyche, waardoor wat psychische vrede ontstaat. Maar de echte bevrijding uit je misgroeide 'ik' kan alleen maar gebeuren, doordat een (dé) goede Herder je komt opzoeken in die wildernis en er jou door de kracht van Zijn Woord en van Zijn Geest uit loswrikt en loswringt en je dan liefdevol als een verloren en teruggevonden schaap op de schouders meedraagt naar de kudde, naar de anderen, om je genezend in te voegen in hun gemeenschap en zo nog meer je eigen ikje kwijt te raken.
Durf jezelf bloot te geven
Erg eens ben ik het ook met wat Rogers opmerkt over de psycholoog in zijn beroepsarbeid: „Hij zou de behaaglijke mantel der 'objectiviteit" moeten laten vallen, waardoor hij te kijk zou staan als een kwetsbaar, onvolmaakt, subjectief wezen verstandelijk en emotioneel, objectief en subjectief (= voorwerpelijk en onderwerpelijk HJH), volledig betrokken bij al zijn activiteiten. En dat is begrijpelijkerwijs te bedreigend voor hem" (p.54).
Ik zou dat ook de kerkelijke scribenten willen aanraden. Durf jezelf bloot te geven. Laat gerust iets zien van je strijd, je twijfel, je verlegenheid, je zonde. Daardoor word je zondig mens onder de zondige mensen.
Trek je niet terug in de kille ivoren toren van je vermeende dogmatische gelijk. Wees jezelf. Wees eerlijk. Dat leert de Bijbel ons.
Maar durf ook te juichen over het heil dat je hebt gevonden in Christus. Zeg het misschien stuntelig, misschien in diepe, bewogen, meeslepende stijl, hoe u die liefde van Christus hebt ervaren, hoe u in Zijn ogen hebt gezien dat oneindige mededogen, waardoor Hij zich voor u gaf in de dood om u, om jou heel persoonlijk, te redden.
Etiketten
Wees dan niet bang dat de lezers (sommige zure critici) u dan meteen een etiket gaan opplakken: „O die is ook al een prooi geworden van het juichende christendom . Die denkt ook al dat het zo maar gaat".
U weet toch dat het niet zo is. U weet toch dat u juist in en door die ontdekking van de liefde van Christus pas echt uw zondigheid bent gaan zien, veel en veel dieper dan al uw onbekeerde critici tesamen. Trek u daar dan niets van aan. Het is toch genoeg dat Christus goedkeurend naar u kijkt, wanneer u rechtstreeks vanuit de gemeenschap met Hem uw artikelen schrijft of uw preken maakt.
Van de andere kant wil ik ook de lezers van de kerkelijke bladen en de hoorders van preken vragen: Heb geduld met iemand, die zichzelf durft te zijn. Hij zal juist daardoor fouten maken, ómdat hij zichzelf niet verschuilt achter de objektieve waarheden van de belijdenis. Hij laat zien wie hij is nl. een verloste, maar tevens een verloste zondaar. Daarom stelt hij zich kwetsbaar op. Maak dan van die gelegenheid geen gebruik om hem dan nog extra te kwetsen.
Ik bemerk telkens aan sommige lezers van IRS dat zij daar geen begrip voor hebben. Ook ik schrijf zoals ik ben en stel me daarom kwetsbaar voor u op. U ziet in mij een zondig kind van God. Maar wat kon u anders verwachten? Er bestaan geen heiligen in de zin van volmaakte christenen. Er bestaan alleen maar geheiligden in Christus, goddelozen aan wie de gerechtigheid van Hem wordt toegerekend enkel langs de weg van geloof.
Als ik alleen maar Hebreeën 11 zou kennen, die galerij van de geloofshelden van het O.T., dan zou ik een neiging hebben om de Bijbel maar dicht te slaan en ontmoedigd te zuchten: „Dat is blijkbaar niet voor mij. Daaraan kan ik in de verste verte niet tippen". Maar als ik dan in het O.T. hun levensverhaal hoor, dan schep ik weer alle moed: ,Ja, het Evangelie is ook voor mij! Ook die grote geloofshelden waren zondige mensen zoals ik". „Elia was een mens van gelijke bewegingen als wij" Gak. 5:17).
Een wijze raad voor gehuwden
Ik moet oppassen dat deze boekbespreking niet te lang uitloopt. Maar ik wil dit nog aanhalen. Rogers schrijft over zichzelf:
„ Ik heb geleerd hoe moeilijk het is om iemandom wie ik veelgeef, mijn negatievegevoelens kenbaar te maken. Ik heb geleerd hoe verwachtingen in een relatie heelgemakkelijk kunnen verandereeisen aan die relatiegesteld. Ik heb ondervonden dat het voor mij één van de moeilijkste dingen ite houden van iemandzoals hijof zij op dat moment in de relatie is. Het is zoveelgemakkelijker ovan anderen te houden omwille van datgene wat ik denk dat ze zijn, of zou willen dat ze waren of vind dat ze ZO UDEN MOETEN zijn. Van deze mens houden om wat hij of zij is, afstand doen van mijn eigen verwachtingen van wat ik wil dat hij of zij voor me is, mijn verlangen beteugelen om deze mens te veranderen, zodat hij meer aan mijn behoeften voldoet, dat is een heel moeilijke maar verrijkende weg naar een bevredigende intieme relatie" (p. 75).
Toegepast op gehuwden: Aanvaard eindelijk eens elkaar zoals u elkaar van God ontvangen hebt Aanvaard elkaar in uw eigen aard, dus ook met uw eigen zondigheid. Laat uw leven niet vruchteloos voorbijgaan in een dromen over hoe de ander zou moeten zijn. Geniet van de ander zoals hij/zij is. Alleen dan is er kans dat de ander ook werkelijk verandert in de richting van een meer volmaakt (beter: een minder onvolmaakt) mens. Het is op den duur onuitstaanbaar, wanneer je heel de dag met een wandelende preek naast je moet optrekken en zelfs naar bed moet gaan. Dan kun je tenslotte op geen enkele wijze meer jezelf zijn. Dan word je bijna gedwongen om te leven zoals de ander het graag wil. En van zulk een schijn-leven krijgt langzamerhand elk mens meer dan genoeg. „Heb uw naaste, dus zeker je vrouw, je man, hef zoals uzelf'. En u zou het toch ook niet prettig vinden, wanneer je altijd betutteld wordt, wanneer je nooit iets echt goed kunt doen, maar de ander altijd weer kritiek op je heeft.
Belangstelling voor het buitenaardse
In dit boek blijkt dat er een ontwikkeling gaande is in de levensbeschouwing van Rogers. Van de ene kant is die verblijdend. Rogers is steeds meer de beperktheid van de menselijke rede gaan inzien. „Er is meer respect gekomen voor de intuïtie". „ Vele, vele mensen hebben toestanden van veranderd bewustzijn ervaren - velen via drugs, maar steeds meer mensen ook door psychologische methoden. Onze vermogens in die richting doen nieuwe werelden opengaan" (p. 274-275).
Je hoopt dan dat die ontwikkeling zou gaan in de richting van de geloofsintuïtie van de Bijbel, van „de wijsheid Gods… welke God te voren verordineerd heeft tot heerlijkheid van ons, eer de wereld was". „Doch God heeft (het) ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods" (1 Kor. 2 : 7-10).
Maar de belangstelling van Rogers gaat helaas niet in de richting van de Bijbel, maar „Paranormale verschijnselen zoals telepathie, voorkennis en helderziendheid zijn nu wel zodanig getoetst geworden dat ze door de wetenschap aanvaard zijn. Bovendien zijn er aanwijzingen dat de meeste mensen dergelijke vermogens in zichzelf kunnen ontdekken of ontwikkelen ".„Er is een snel groeiende belangstelling voor de spirituele en transcendente krachten van de mens" (p. 274-275).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
