In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

LUTHER EN HET GEREFORMEERDE PROTESTANTISME

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LUTHER EN HET GEREFORMEERDE PROTESTANTISME

6 minuten leestijd

In dit boek (uitg. Boekencentrum, Den Haag ƒ 39,50, 317 blz.) vindt u bijdragen van:

Drs. K. Exalto: „Luther"; „Luther's leer van de praedestinatie";

Dr. C. A. Tukker: „Luther-Zwingli, Zürich";

Prof. dr. W. van 't Spijker: „Straatsburg"; „Calvinisme en Lutheranisme";

Dr. W. Balke: „Calvijn en Luther";

Prof. J. Kamphuis: „Luther over de boete";

Prof. dr. C. Graafland: „Luther's leer van Woord en Geest in relatie tot het gereformeerde protestantisme";

Prof. dr. J. van Genderen: ,Luther's visie op wet en Evangelie";

Dr. J. Hoek: „Luther's twee-rijken-leer".

Persoonlijk heb ik erg genoten van deze detailstudies. Maar ik weet niet of iedereen houdt van dit uitspitten van afzonderlijke, vooral geschiedkundige onderwerpen.

Enkele uitspraken

…die mij troffen:

Dietrich vermeldt: Geen dag gaat voorbij zonder dat Luther niet minstens drie uren, en dan nog wel de uren van de dag die het best voor de arbeid geschikt zijn, in het gebed doorbrengt" (pag. 17). Mijn vraag: heeft de Reformatie in onze tijd zozeer aan kracht ingeboet, omdat ze zo gebedsarm is geworden?

„Beveel de keurvorsten en de graven dat zij in vertrouwen op God voor de zaak van het Evangelie alles doen zullen wat de Heilige Geest hen ingeeft - op welke manier zij het moeten doen, dat schrijf ik hen niet voor. Ik heb ze in het gebed aan God opgedragen" (aldus Luther op pag. 18). Hebben wij deze houdingtegenover onze christenpolitici en steunen wij hen aldus met ons gebed?

Luther: „Niet alleen geeft het geloof zoveel dat de ziel tegelijk met het goddelijk Woord vol van alle genade, vrij en zalig wordt, maar ook verenigt het de ziel met Christus als een bruid met haar bruidegom. Uit dit huwelijk volgt, zoals Paulus zegt, dat Christus en de ziel één lichaam worden; zo worden ook beider goederen, geval en ongeval en alle dingen gemeenschappelijk. Dat wat Christus heeft, is eigen aan de gelovige ziel; wat de ziel heeft, wordt eigen aan Christus" (pag. 43). Waarom durven de gelovige protestanten vaak zo weinig daaruit te leven en daarover te spreken? Is het dan te verwonderen dat het soms zo taai en dor kan worden in sommige kerken?

„Reeds in de eerste uitgave van zijn commentaar op de evangeliën voert Bucer het pleit voor een wijksgewijze opbouw van de gemeente, die zich vrijwillig samenvoegt om onderling tucht te oefenen" (pag. 81). Waarom moet dan bij ons het kerkelijke leven zo strak gecentraliseerd zijn en is er nauwelijks ruimte voor een vrijwillige samenvoeging?

Karakter van Luther en Calvijn

Luther, de eerste, de pionier, is degene, die het vuur van de reformatie heeft ontstoken, aan wie het inzicht te danken is, dat de kerk een schepping is van het Woord, en niet omgekeerd, dat het Woord een schepping is van de kerk. Calvijn, die een generatie later optrad, was vooral de onvermoeide oecumenicus, die de opsplitsing van het protestantisme met grote kracht zocht tegen te gaan en die een grote exegetische helderheid paarde aan de geestelijke innigheid en diepte van Luther. Hij was de man van de eenheid, die de eenheid van de kerk theologisch en praktisch zocht op te bouwen. Luther is de man wiens existentiële betrokkenheid bij kerk en theologie onmiddellijk aantrekt, die bijna op iedere bladzijde van zijn geschriften de polsslag van zijn eigen ervaring en beleving laat merken, wiens tafelgesprekken een boeiende bron van informatie bieden. Calvijn, daarentegen, die in een onvergelijkelijke elegante stijl van Gods genade in Christus hoog opgeeft en op volkomen congeniale wijze met Luther de rechtvaardiging van de goddeloze belijdt, is de terughoudendheid zelf als het gaat om de overmacht van die genade in zijn eigen levensgeschiedenis. Maar Calvijn geeft ons ongewild een blik in zijn hart in zijn omvangrijke correspondentie, waarin hij niet alleen een pleitbezorger is van de reformatie op vele fronten, maar waarin hij ook op ontroerende wijze troost geeft aan verdrukten en vervolgden. Vooral in de meer intieme briefwisseling met Farel, verliest Calvijn iets van zijn natuurlijke gereserveerdheid en ontdekken wij hoezeer zijn hart klopt voor de zaak van de reformatie en vandaag nog komen wij daarin onder de indruk van de zeldzame geestelijke grootheid van deze beide mannen, (pag. 99)

Zo heeft iedere gelovige zijn eigen karakter, zijn eigen gave. Waarom kunnen wij dat niet van elkaar respekteren? Waarom eisen we dat de ander precies zo denkt, wil en voelt, en dus schrijft en spreekt, zoals wij? Paulus laat zien dat juist die verscheidenheid van gaven de rijkdom van het éne lichaam van Christus uitmaakt.

„Wat bij Luther het hart van zijn verkondiging en ook van zijn theologie vormt, is dat door de Geest God Zeifin Christus zijn rechtend, vernietigend en tegelijk ook reddend Woord spreekt, waardoor de mens zich als een goddeloze vernedert, maar dan ook wordt opgericht en in Christus als rechtvaardig wordt verklaard. Dit is zo allesbeheersend dat ook de wedergeboorte en de vernieuwing van de zondaar daaruit wordt verstaan. Daarom kan Luther zeggen: De geboorte uit God is niets anders dan het geloof' (pag. 236).

Opmerkelijk is daarbij, dat zodra men Kohlbrugge's prediking ging (om-)vormen tot een theologie met een rationale inslag, de bevindelijke geloofsspiritualiteit van Kohlbrugge daaruit wegvloeide en er een prediking uit voortkwam, die wel de naam van Kohlbrugge voerde en voor een deel ook terecht, maar waarin de spiritualiteit van Kohlbrugge niet meer voluit werd gevonden. Kohlbrugge is door sommigen ook aangewend om in een antibevindelijkheid terecht te komen, die als reactie op de ultrabevindelijkheid wel verklaarbaar maar daarmee nog niet aanvaardbaar en vruchtbaar is. (pag. 243).

Enkele vragen

Ik meen dat op pag. 214 de r.-k. leer over de fides acquisita (het verworven geloof) niet volledig wordt weergegeven.

Rome maakt onderscheid tussen een natuurlijk en een bovennatuurlijk geloof. De basis van dit bovennatuurlijke geloof is een natuurlijk geloof nl. een geloof dat steunt op het gezag van mensen (b.v. de ouders) of op argumenten, die niet afhankelijk zijn van het gezag van mensen, die de mens tot een eigen overtuiging brengen van de waarheid van de geloofsinhoud.

Dit door de mens verworven geloof kan echter door de Heilige Geest worden verheven tot bovennatuurlijk geloof. Maar dat bovennatuurlijke geloof is op zichzelf nog niet zaligmakend volgens Rome. Dat is het geloof pas, wanneer daar de liefde, als ingestorte deugd, bijkomt. Daarom is onjuist wat op pag. 214 staat: „Anderzijds vormde dit (verworven) geloof een voorbereiding op het zaligmakende geloof'. Het begrip: „zaligmakend geloof' is bij Rome totaal onbekend. Ik meen ook dat de r.k.-leer onjuist wordt weergegeven op pag. 222: „Het heil werd verstaan als goed-doen en goed-zijn in morele zin". Een r.k.-theoloog zal zichzelf daarin niet herkennen. Het zou zó moeten luiden: „Het heil werd verstaan als een verbovennatuurlijking van de mens, die hij ontvangt via de sakramenten en op grond van die bovennatuurlijke kracht is de mens dan in staat tot een goed-doen en een goed-zijn Ln morele zin, waardoor hij waarlijk het eeuwige leven kan verdienen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 1983

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

LUTHER EN HET GEREFORMEERDE PROTESTANTISME

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 oktober 1983

In de Rechte Straat | 32 Pagina's