In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

OPEN BRIEF aan de christenen van het rijke westen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OPEN BRIEF aan de christenen van het rijke westen

…over de besteding van de buitenlandse gelden door de kerk van India

9 minuten leestijd

Vanuit die achtergrond hebben de christenen van het westen hun hulp naar India gezonden, opdat het de armen aldaar zou bereiken. Maar gebeurt dat ook werkelijk? Helaas niet of nauwelijks. Vandaar deze open brief aan u.

De meeste hulp wordt gezonden naar de staat Kerala van India, omdat daar relatief de meeste christenen van India wonen. Vandaar eerst iets over deze staat.

De traditie wil dat de apostel Thomas als eerste het Evangelie naar India heeft gebracht en geland is in Kerala. Kerala is een betrekkelijk vruchtbare staat en er wonen percentsgewijs minder armen dan in de overige staten van India.

In het verleden hebben de christenen ook hun eigen kerken kunnen bouwen en hebben ook steeds zelf gezorgd voor het levensonderhoud van hun voorgangers, de priesters of de predikanten.

De staat Kerala kreeg in de gehele wereld enige bekendheid, toen daar in 1956 de communisten via een stembusoverwinning aan de macht kwamen. Dat was nog nooit eerder vertoond in de geschiedenis.

In die tijd voelden de mensen van het westen het communisme aan als een grote bedreiging van hun vrijheid. Toen zij hoorden van die stembusoverwinning van de communisten, dachten zij dat dit het gevolg was van uiterste armoede in die staat. De R.-K. Kerk bevorderde deze opvatting en propageerde overal dat de armen van Kerala geholpen moesten worden en dat de communisten dan vanzelf bij de volgende verkiezingen een nederlaag zouden lijden.

Dit was echter een onjuiste voorstelling van zaken. Kerala was en is relatief de meest welvarende staat van India. Het communisme zou dus veel meer kansen hebben gehad in die andere staten. Maar juist de rijkste (beter misschien: de minst arme) staat van India werd veroverd langs legale weg door de communisten.

Speculerend op de angst voor het communisme en de bewogenheid voor de armen van de „derde wereld" is de R.-K Kerk erin geslaagd om miljoenen roepies voor India bij elkaar te krijgen.

Vanzelfsprekend hoopten de christelijke gevers van het westen, dat deze enorme stroom van geld dan ook de armen van Kerala zou bereiken.

Helaas is dat niet gebeurd. Slechts een klein percentage is terecht gekomen bij hen, die dreigden te sterven van hongersnood. De rest is opgegaan in monumentale kathedralen, in kloosters en bisschoppelijke paleizen en in enorme winkelcentra. Ook sommige protestantse kerken hebben zich hieraan schuldig gemaakt, maar de R.-K. Kerk overtreft hen verre in de schuld.

Daardoor heeft men zeer grote schade toegebracht aan het getuigenis van Christus in India.

India heeft een rijk kultureel erfgoed. India zal een mens om een andere reden groot noemen dan Europa.

Ons grote subcontinent heeft een lange traditie van „risji's". Dat zijn mensen die hun aardse positie en hun bezittingen opgeven om de anderen te dienen. Deze risji's hebben steeds in groot aanzien gestaan in India.

Zo geheel anders dan in Europa. Daar beschouwt men een mens als groot, wanneer hij het op allerlei gebied ver heeft gebracht, wanneer hij veel heeft gepresteerd met als gevolg: veel geld en macht.

Veel christenen van het westen kennen nauwelijks dit diepe verschil in waardeoordelen.

Sri Boeddha, de grootste van onze wijzen in India, was een prins, die afstand deed van zijn koninklijke macht om in alle eenvoud en soberheid te gaan leven.

Mahadma Ghandi heeft bij deze traditie van de risji's aangeknoopt. Ook hij zag af van de welvaart en de macht, die voor hem als leider van de vrijheidsstrijd voor het grijpen lag. Hij woonde in een eenvoudige hut en wilde zoveel mogelijk gelijk zijn aan de gewone man van de straat.

De begeerte naar macht en geld wordt dus in India veroordeeld als in strijd met de hoge bestemming van de mens. Het einddoel van de hindoes en de boeddhisten is juist de begeerteloosheid om aldus het Nirwana te kunnen binnengaan en de moksha (= zaligheid) deelachtig te kunnen worden. Een show van pracht en praal grieft de waarachtige Indiër. Hij verafschuwt dat of lacht erom.

Zoals ik al zei, heeft de R.-K. Kerk in Kerala met het geld dat voor de armen bestemd was, de Indiërs willen imponeren door het te investeren in luxueuze en kapitale gebouwen. Maar ze hebben het tegendeel bereikt. Ze hebben de gewone man van zich afgestoten.

In de eerste plaats omdat de eenvoudigen dat aanvoelden als een verraad aan de Indiase volksziel, als een brutale breuk met een eeuwenoud waardensysteem.

Daar komt nog bij dat deze pracht en praal ten toon wordt gesteld in een land, waar minstens 300 miljoen mensen beneden de armoedegrens leven. Hoe kan men op deze manier ooit de Christus der Schriften geloofwaardig maken? Hoe kan men Hem aanprijzen als iemand, die Zich onder het gewone volk begaf en in grote soberheid leefde, terwijl de leiders van Zijn volgelingen baden in weelde? Zal men dan niet zeggen dat hun eigen risji's (en iemand als Ghandi) het evangelische ideaal veel konkreter beleven dan die bisschoppen en aartsbisschoppen in hun peperdure paleizen en kathedralen?

Een van de belangrijkste oorzaken van dit misbruik van het geld voor de armen is het feit dat de bisschoppen van Kerala geen openlijke verantwoording afleggen van wat zij uit het westen aan giften ontvangen en hoe zij die gelden hebben besteed.

Daarmee handelen zij geheel in strijd met Paulus, die beslist wilde dat anderen met hem mee zouden gaan om de collecten voor de armen van Jeruzalem aldaar af te dragen. Hij schrijft dan: „Wij hopen hierdoor elke verdachtmaking, die bij het beheer van zulke aanzienlijke bedragen zou kunnen ontstaan, te voorkomen. Wij dienen immers bedacht te zijn op wat betamelijk is, niet alleen voor God, maar ook voor de mensen" (2 Kor. 8 : 20 - 21 r.-k. vert.).

Maar de financiën van de bisschoppen van India zijn zelfs voor de priesters van het bisdom een gesloten boek. Niemand weet hoeveel er is binnen gekomen en met welk doel het werd gegeven. Wél weet men dat het in het westen bij elkaar is gebedeld onder het voorwendsel dat het aan de armen van India ten goede zal komen.

Slechts één duidelijk voorbeeld. In Ernakulam (bij Cochin) zijn op nauwelijks honderd meter afstand twee reusachtige r.-k. kathedralen gebouwd; de één van de Latijnse en de ander van de Syrische ritus. Elke kathedraal moet minstens 4 miljoen roepie's (=ƒ 1 miljoen 200.000) gekost hebben - een onvoorstelbaar hoog bedrag naar Indiase maatstaven. Om de kerken op te luisteren werd het marmer voor sommige beelden van 2000 kilometer vandaan gehaald. Het lijkt erop dat de ene bisschop de andere heeft willen overtroeven met een nóg mooiere kathedraal. In Europa wordt geld gevraagd voor het bouwen van ziekenhuizen voor de armen van India. Maar de r.-k. ziekenhuizen zijn de duurste van heel India geworden. Daardoor is zulk een ziekenhuis onbetaalbaar voor de gewone man. Zelfs iemand van de middenklasse kan een verzorging in zulk een ziekenhuis niet betalen. Het zijn echter niet slechts de bisschoppen, die aldus het geld voor (en dus: van) de armen misbruiken voor eigen grootheid en macht. Ook de kloosters doen daaraan mee. Miljoenen roepies worden besteed aan de bouw van kloosters van nonnen en mannelijke religieuzen, die… de gelofte van armoede afleggen om in deze luxe appartementen te wonen!

Handel in missen

In India is het loon voor een priester, wanneer hij de mis leest (het misstipendium), veel lager dan in Europa. Wat doen nu de bisschoppen en de kloosteroversten? Ze verzamelen in het westen dure misstipendia, maar laten die missen door de arme priesters lezen voor het tarief dat in India geldend is. De rest steken ze in eigen zak. Onlangs stond in „Dreikönigsinger 1982" te lezen dat de Duitse christenen 1 miljoen D.M. hadden gezonden naar het bisdom Ernakulam, voor hulp aan arme gezinnen. Het is bij toeval dat ik dat blad onder ogen heb gekregen. Maar hier in India wist niemand af van deze grote gift.

In die publikatie werd eveneens gezegd dat er nog eens een bedrag van 5 miljoen D.M. naar Kerala was verzonden voor het lezen van missen. Tesamen dus 6 miljoen. Een fabelachtig bedrag. Waar is het gebleven?

Op deze manier betekent dit vele buitenlandse geld de pest, de geestelijke dood, voor de kerk van India. Door toe te staan dat de bisschoppen en kloosteroversten van India geen openlijke verantwoording hoeven af te leggen van de binnengekomen bedragen en van de besteding daarvan, brengen de christenen van het rijke westen hen in de verleiding en zijn mede schuldig aan deze zonde, dat deze leiders in India aan de armen het geld afhandig maken.

Het is waar dat India een arm land is, maar door dit buitenlandse geld wordt de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter gemaakt.

De Karmelieten van Maria Onbevlekt Ontvangen in Ernakulam hebben volgens voorzichtige berekeningen een kapitaal, voor het grootste gedeelte geïnvesteerd in geweldige gebouwen, van meer dan 20 miljoen roepies (ongeveer ƒ 7 miljoen). De leden van deze orde leggen de gelofte af van armoede, gehoorzaamheid en kuisheid (onthouding van elke vorm van sexualiteit). Het gevolg van deze grote stroom van buitenlands geld is niet slechts dat hun gelofte van armoede aldus tot een klucht, tot pure leugen, wordt, maar dat zij daardoor ook in de verleiding komen om het niet zo nauw te nemen met de gelofte van kuisheid.

Vanuit India zenden de bisschoppen en kloosteroversten speciaal daartoe getrainde priesters naar het westen, die daar op allerlei wijze de armoede van India uitstallen met de bedoeling om aldus reusachtige sommen te vergaderen. Maar nog geen 5 procent van dit geld bereikt de arme voor wie het gegeven is!

In India, het land van tranen en armoede, wentelt de kerk van Christus (?) zich in de welvaart, die zij op een smerige wijze heeft weten te verwerven. Daar voeren de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders een levensstijl als van de rijkste mensen van India.

Het vele buitenlandse geld heeft de kerk van India tot corruptie gebracht en heeft hier enorme schade toegebracht aan het christelijk getuigenis. En dat is toch wel het laatste wat de christelijke gevers van het westen, met name van Duitsland en Nederland, hebben bedoeld.

Edamatton (Kerala)

Prof. Joseph Pulikunnel,

eindredakteur van „Hosanna"

ONS NASCHRIFT:

Uit deze brief van prof. Pulikunnel blijkt opnieuw dat we onze giften slechts mogen zenden naar verenigingen of stichtingen, die duidelijk verantwoording afleggen van de bij hen binnengekomen en bestede gelden; een verantwoording die voorzien is van de handtekening van een erkend accountantsbureau.

Vervolgens blijkt daaruit ook dat er regelmatige controle moet zijn over de besteding van degelden. Herhaald bezoek aan de betreffende landen is daarom beslist noodzakelijk. Wij zijn en blijven zondige mensen, hier en ginds.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1983

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

OPEN BRIEF aan de christenen van het rijke westen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1983

In de Rechte Straat | 32 Pagina's