HET GEKNAKTE RIET ZAL HIJ NIET BREKEN
Jaren geleden preekte ik op eenzelfde manier met kracht de noodzaak van persoonlijke bekering. Na afloop sprak een ouderling mij daarover aan. Hij had de tranen in de ogen. Hij zei ongeveer:
„Ik beschik niet over een rijk gevoelsleven. Vaak word ik aangevochten. Verkondig toch vooral - wat u in het eerste gedeelte van uw preek gedaan hebt - de vastheid van het Verbond, het aanbod van Gods genade in Christus zonder enige voorwaarde".
Toen kwam mij te binnen wat over Jezus geschreven staat: „Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen" (Matth. 12 : 20). Maar daar wordt gesproken over een „gekrookt" (geknakt) riet, d.i. over mensen die bekommerd zijn, die telkens weer twijfelen aan zichzelf, die aangevochten worden, bijna wanhopig zijn.
En juist over zulke mensen buigt Jezus Zich vol mededogen neer. Naar deze geknakten gaat Zijn hart uit. Dergelijke verloren schapen gaat Hij zoeken in de wildernis en in de wirwar van hun benauwdheid.
Daarin is Hij heel anders dan de Farizeeën. Die stoten een zondares, die de voeten van Jezus zalft en met haar tranen besproeit, af. Die willen een overspelige vrouw zo snel mogelijk stenigen om aldus hun eigen voortreffelijkheid te demonstreren. Maar tegenover de mensen die niet geknakt zijn, maar rechtop staan in hun zelfverzekerdheid en eigenwaan, is Jezus hard en onverbiddelijk. Hij blijft eisen dat zij zich bekeren, dus dat ze gebroken worden en zich laten breken in schuldbesef. Denkt u maar aan de gelijkenis van de Farizeeër, die vooraan in de tempel „stond". Jezus zegt waarschuwend over hem, dat hij niet gerechtvaardigd naar huis ging; dit in tegenstelling tot de tollenaar, die achter in de tempel zich beschaamd neerboog en zich op de borst klopte: „O God, wees mij, zondaar, genadig".
Daarom laat Mattheüs erook op volgen: „En in Zijn Naam zullen de heidenen hopen". Heidenen - en de heiden zit in elk mensenhart, ook in de kinderen van het Verbond - zijn zij die ver af zijn. Maar ze zullen erbij getrokken worden. Ze mogen delen in de rijkdom van Gods genadeverbond dat Flij met Israël gesloten heeft. Maar als God hen trekt, dan bewerkt Hij tegelijk in hen die bepaalde verbrokenheid des harten met de bedoeling om de aldus verbrokenen van hart te helpen.
En wéér wil ik herhalen: Deze verbrokenheid is niet een zaak van het gevoel, maar van een levenshouding. Er zijn mensen die - vaak ten gevolge van gebrek aan liefde in hun jeugd - zeer gevoelsarm zijn. Maar de zaligspreking geldt niet alleen de „armen van geest", maar evenzeer de gevoelsarmen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1983
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1983
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
