EEN DIKTATOR VRAAGT OM VRIJHEID
U hebt het in de pers kunnen lezen dat deze paus in Polen om vrijheid heeft gevraagd.
Ik vind dit weerzinwekkend: De éne diktator verzoekt de andere om meer vrijheid te geven. De pot verwijt de ketel dat hij zwart is.
Iedereen kan het weten dat het pausdom de meest absolute diktatuur is, die ooit bestaan heeft.
Immers andere diktators dreigen alleen met de lichamelijke dood, maar de pausen straffen een ongehoorzaamheid jegens hen met de eeuwige dood van de hel. Volgens Rome is een ernstige overtreding van een gebod van de paus doodzonde, en wanneer je die doodzonde niet wilt biechten aan een priester, ga je voor eeuwig verloren.
De andere diktators straffen slechts de openbare uitingen van verzet tegen hun macht. De pausen beweren echter dat zelfs de geringste vrijwillige twijfel aan de juistheid van hun ex-cathedra-uitspraken al de eeuwige dood verdient, ook al houdt iemand die twijfel helemaal binnensmonds.
De vorige paus was begonnen met het geven van toestemming om te trouwen aan priesters, die tot de ontdekking waren gekomen dat ze de gave der onthouding niet bezaten. Maar deze paus heeft de kraan van de dispensaties weer helemaal dichtgedraaid. Terwijl Paulus zegt: „Want het is beter te trouwen dan te branden van begeerte" (1 Kor. 7 : 9), zegt de paus:„Laat ze dan maar branden van begeerte, nadat ze hun vergissing hebben ontdekt, maar ik geef geen toestemming om te trouwen. En als ze toch trouwen, dan verklaar ik met mijn vermeende goddelijke gezag dat hun huwelijk ongeldig is en dat ze aldus in doodzonde leven en naar de hel gaan".
En moet déze paus nu in Polen pleiten voor wat meer vrijheid voor het Poolse volk? Nogmaals: weerzinwekkend!
In Katowice sprak de paus over het „aangeboren recht" zich als arbeiders te organiseren. Wij zijn het helemaal eens met wat hij daaraan toevoegde nl. dat dit een recht is dat niet door de staat gegeven hoeft te worden, maar slechts door de staat dient te worden beschermd.
Maar zo hoeft de paus ook niet aan priesters het recht te geven om te trouwen. Dat is voor elk mens een aangeboren recht. Als geestelijke leider dient de paus zulk een aangeboren, beter: door God geschonken, recht te beschermen. Maar de paus doet precies het tegenovergestelde. Hij ontneemt, krachtens zijn vermeende bevoegdheid, aan de priesters dat recht.
In de Bijbel wordt aan de gelovigen het recht gegeven om zich plaatselijk (en eventueel in een huis) te organiseren als gemeente van Christus en om zelf hun wijze van samenkomen te bepalen. Dat recht behoeft hen niet door de kerkelijke leiders gegeven te worden, want Christus heeft hen dat recht reeds gegeven. En Christus heeft er de belofte aan toegevoegd: „Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen "(Matth. 18 : 20). Jezus zegt dat in de context waar Hij sprak over de bevoegdheid om iemand die ondanks broederlijke vermaning volhardt in de openlijke zonde, te beschouwen en te behandelen als een heiden en tollenaar (v. 15 -18); ook al weten we uit de brieven van Paulus dat die bevoegdheid moet worden uitgevoerd door de ambtsdragers in naam van de gemeente.
Maar de paus keert zich zelfs tegen hele landen (zoals Nederland), die wat meer vrijheid verlangen om vast te stellen, hoe zij hun samenkomsten zullen houden. Onder paus Joannes XXIH was er een „Praagse lente" in de R.- K. Kerk gekomen. Maar Paulus VI en vooral deze paus stellen alles in het werk om die onduikende vrijheid weer te bevriezen en om van hun kerk weer een „Romeinse winter" te maken.
En dan maar in Polen de held uithangen, die pleit voor het aangeboren recht van zich te organiseren en samen te komen! Walgelijk is deze schijnvertoning. Karol Wojtyla is inderdaad nog steeds een toneelspeler.
We hebben vroeger een Russische r.-k. priester in de Wartburg gehad. Zijn familie was jaren geleden naar Amerika geëmigreerd. Hij vertelde iets over zijn eigen vader dat diepe indruk op mij heeft gemaakt. De laatste woorden die zijn vader sprak, voordat hij stierf, waren:
„I foolished them all - ik heb ze allemaal voor de gek gehouden".
Een wereld van leed en tragiek kan daarachter gezeten hebben; een mens die in uiterste eenzaamheid heeft geleefd, die de anderen steeds op een afstand bekeek zonder zich ooit echt aan anderen te geven, die in wezen de rest gehaat en veracht heeft en die dan wraak neemt door enkele minuten voor de dood het masker af te gooien en grijnslachend de omstaanders in hun gezicht te slingeren: Ik heb altijd comedie gespeeld, ik heb er een venijnig pleizier in gehad jullie altijd te bedotten, ik ben erin geslaagd mijn ware bedoelingen altijd voor jullie te verbergen. Wat een arme, arme man!
Arme, arme paus! Vaak stel ik mij deze paus voor alleen op zijn kamer, voordat hij gaat slapen, nadat hij die dag weer door honderdduizenden is toegejuicht. Zal het dan bij hem even (of misschien lang) doorflitsen: „Dat heb ik weer knap gespeeld; I foolished them all".
Eenzame man, die in strijd met de Bijbel zich een eigen creatie, een beeld naar zijn eigen wensdromen, heeft gemaakt nl. Maria aan wie hij zich totaal wil toewijden, terwijl de Heere Zich heeft uitgeput in het bewijs van Zijn liefde, de gave van Zijn Zoon: „Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alk dingen schenken?" (Rom. 8 : 32). Nee, zo houdt deze paus koppig vol, de gave van de Zoon is voor mij niet voldoende om te geloven dat God met Hem mij alles zal schenken. Ik heb behoefte aan een door mijzelf gefabriceerd bewijs: een mens, die niet tegelijk Gods Zoon is, een louter schepsel, een vrouw, een moederfiguur, Maria.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1983
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1983
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
