SCHRIFTVERDRAAIING
Het is volkomen Schriftverdraaiing, wanneer mgr. Simonis in „Aktie" beweert dat met de vrouw in Gen. 3 : 14-15 Maria zou zijn bedoeld. Die vrouw is in het algemeen Gods volk, allereerst Israël en vervolgens de gemeente van Christus. In Hosea 2 wordt op ontroerende wijze beschreven, hoe de Heere Israël Zijn vrouw noemt. De Heere klaagt daar over haar ontrouw. Maar in v. 18 zegt dan de Heere dat Hij Israël eenmaal voor altijd zal werven tot bruid. „En het zal te dien dage geschieden, spreekt de Heere, dat gij (Mij) noemen zult: „Mijn Man" (v. 15). En in Ef. 5 : 2 5 - 27 wordt de gemeente van Christus beschreven als de bruid, de vrouw van Christus.
In Openb. 12 wordt Gods volk opnieuw beschreven als een vrouw in heerlijkheid: „een vrouw, bekleed met de zon; en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren".
Met die twaalf sterren zijn duidelijk de twaalf stammen van Israël bedoeld. Die waren nl. in Openb. 7 afzonderlijk en uitvoerig genoemd. Iets moeilijker is de vraag: Wie is met de zon en wie met de maan bedoeld? Ik meen dat met de zon God Zelf is bedoeld. Hij geeft de heerlijkheid aan Zijn vrouw, Zijn volk. Met de maan onder de voeten van de vrouw is, naar ik meen, Christus bedoeld. Hij is immers de dienstknecht, die zelfs de voeten waste van Zijn discipelen en de gemeente wast in het waterbad van het Woord.
In heel het Oude Testament is er geen spoor te vinden van enige aanwijzing alsof God met deze vrouw, Zijn vrouw, een mens van vlees en bloed, een heel konkrete vrouw, dus Maria, zou hebben bedoeld.
Mgr. Simonis beweert dat als Jezus Maria aanspreekt met het woord „vrouw", Hij daarmee bedoeld zou hebben de vrouw van Gen. 3: 14-15. Maar dat kan gewoonweg niet. Op de bruiloft van Kana zegt Jezus letterlijk tegen Maria: „Vrouw, wat aan (voor) u en Mij - ti emoi kai soi, gunai" (Joh. 2 :4). Daarmee ontkent Jezus uitdrukkelijk dat er iets gemeenschappelijks is tussen Hem en Zijn moeder; bedoeld is iets gemeenschappelijks in het werk van de verlossing datjezus nu begonnen is door Zijn openbare optreden. In het Koninkrijk Gods gelden geen banden van vlees en bloed. „Doch dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk Gods niet beërven kunnen" (1 Kor. 15 : 50).
In het Koninkrijk Gods gaat het om de geboorte uit God (Joh. 1:13), om de wedergeboorte. En dat is een werk van de Heilige Geest Het kindschap Gods is geen erfgoed. Alleen door persoonlijk geloof en door bekering wordt iemand een kind van God.
Jezus zegt juist dat mensen vaak de banden des bloeds moeten breken om een discipel van Hem te kunnen worden en dat je eigen huisgenoten je vijanden kunnen worden, wanneer je tot persoonlijk geloof in Hem bent gekomen.
In Joh. 2 : 4 kan Jezus onmogelijk de vrouw van Gen. 3:14-15 bedoeld hebben, want die vrouw heeft juist alles met Hem te maken. Ze is Zijn vrouw, Zijn bruid. Hoe zou Jezus dan over haar hebben kunnen zeggen: „Wat is er voor gemeenschappelijks tussen u en Mij"?
En zo is het te begrijpen datjezus ook aan het kruis, tijdens het hoogtepunt van Zijn verlossingswerk, Maria niet aanspreekt met moeder. Juist dan is het van groot belang aan te tonen dat de banden van vlees en bloed niet meespreken, wanneer het gaat om binnen te treden in Gods Koninkrijk.
En Johannes zelf geeft de verklaring van wat Jezus bedoelde met die woorden: „Zie, uw moeder". Want hij voegt er meteen aan toe: „En van die ure aan nam de discipel haar in zijn (huis)".
Volgens mgr. Simonis (en de hele R.-K. Kerk) moet dat zo worden verklaard: „En van die ure af beschouwde en behandelde de discipel Maria als moeder van al Gods kinderen uit wie zij het eeuwige leven ontvangen". Maar waarom heeft Johannes dat dan niet gezegd? Hoe kan hij zulk een belangrijke waarheid verzwegen hebben? Is de Schrift dan nog betrouwbaar voor ons?
Nee, laten wij rustig vertrouwen op wat God zegt in Zijn Woord en niet op wat mensen, zondaars zoals wij dat allemaal zijn, in de twintigste eeuw uit hun grote bisschoppelijke of pauselijke duim zuigen.
Is Youth for Christ veranderd?
In het „Kerkblad van de Ned. Ger. Kerken van 4 juni 1983 te Maastricht" las ik:
„Voor mezelf betekende YfC een plek waar ik steeds weer opgebouwd werd in het geloof, naast een spontane groep mensen met wie ik veel lief en leed gedeeld heb. Ook kan ik zeggen dat ik geheel gemotiveerd ben geworden om in de kerk aktief te gaan meedraaien. Dat is trouwens een van de doelen van YfC: een brief naar de kerken te zijn".
Zo was YfC inderdaad. Ds. N. van Exel, de direkteur van YfC, belde mij op naar aanleiding van deze artikelen, waarvan ik een copie gezonden had. Ik stelde hem de vraag: „In onze tijd hebben we het vaak genoeg meegemaakt dat bewegingen, en met name predikanten, van wie je tot voor kort vertrouwde dat ze vasthielden aan het Evangelie zoals dat door de Reformatie werd herontdekt, ineens een grote ommezwaai hebben gemaakt. Is dat ook het geval met YfC?"
Hij antwoordde dat dit beslist niet het geval is. Ook YfC predikt nog steeds met alle kracht dat de mens slechts behouden kan worden door Christus alleen, door genade en geloof alleen, en dat we de weg des heils kunnen kennen uit de Schrift alleen".
Ik was erg blij dat te vernemen, want je zou op den duur bijna moedeloos worden, wanneer je de een na de ander ten prooi ziet vallen aan de dwaalleer.
YfC zond mij als reaktie op mijn copieën ook een artikel van A. v.d. Wel toe in „Aktie" van dec. '82 over de figuur van Maria. Daarin lees ik over de Mariafeesten:
„Het is duidelijk dat dit alles niet rechtstreeks op de Bijbel is terug te voeren. Bronnen voor deze feesten zijn apokriefe boeken en andere legenden". Inderdaad, maar toch wordt ook in datzelfde artikel gezegd: „Maria verscheen en verschijnt aan gelovigen", iets wat ik ten stelligste ontken. (Overigens tref ik in dat artikel ook het traditionele misverstand van protestantse zijde aan nl., dat rooms-katholieken Maria zouden „aanbidden". Dat is echter niet waar. De rooms-katholieken willen Maria slechts „vereren").
In een folder op grond waarvan YfC financiële steun vraagt, troffen wij een hele rij aan van mensen die YfC aanbevelen. Daaronder vele bekende Nederlandse protestanten en ook de r.-k. minister-president Lubbers en Mgr. Simonis.
Weet YfC dan niet dat mgr. Simonis bekend staat als een trouwe zoon van het traditionele Rome, samen met mgr. Gijsen en dat hij dus helemaal staat achter het concilie van Trente? Hij staat dus ook achter de volgende vervloekingen, die Trente over de verkondigers van de leer van de Reformatie heeft uitgesproken in de zesde zitting:
„Indien iemand beweert dat de mensen gerechtvaardigd worden alleen door de toerekening van de gerechtigheid van Christus… of dat de genade waardoor wij gerechtvaardigd worden, slechts een gunst van God is, die zij vervloekt" (canon 11). ,Jndien iemand beweert dat de gerechtvaardigde mens zelf door de goede werken… niet waarlijk zou verdienen, het eeuwige leven zelf alsmede de vermeerdering van de heerlijkheid in de hemel, die zij vervloekt" (can. 32).
Welnu, ik verkondig met alle beslistheid op grond van de Bijbel dat de mensen alleen door de toerekening van de gerechtigheid van Christus gerechtvaardigd worden en dat de genade louter een gunst van God is. Dus ben ik vervloekt door de R.-K. Kerk en indirekt door mgr. Simonis, die helemaal achter deze uitspraken van Trente staat. Verkondigt YfC dat dan niet? Indien wél, hoe kunnen ze dan zo blij zijn met mgr. Simonis in hun comité van aanbeveling?
Ik ontken ook ten stelligste dat de mens, ook nadat hij eenmaal gerechtvaardigd is, het eeuwige leven waarlijk zou kunnen verdienen op grond van zijn goede werken. Wanneer iemand werkelijk de heiligheid van God en daartegenover zijn eigen zondigheid gezien heeft, hoe kan hij zich dan ooit verbeelden dat hij de toegang tot deze heilige God werkelijk zou verdienen op grond van zijn prestaties en deugden?
Geen antwoord van mgr. Simonis
Van mgr. Simonis kreeg ik geen antwoord op de copie van mijn artikelen en evenmin op mijn begeleidende brief, die ik hieronder laat volgen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1983
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1983
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
