Getuigenis van Mozes J. Kibatondwa
Ik ben geboren in Zaïre, het vroegere Belgische Congo. Ik ben opgegroeid in een christelijk gezin en ik ben de Heere daar erg dankbaar voor. Mijn vader stierf, toen ik nog heel jong was en mijn moeder heeft mij opgevoed overeenkomstig haar christelijke overtuiging.
Onder de zorgen van haar moederlijke liefde bezocht ik regelmatig de kerkdiensten. En toen ik de leeftijd bereikte dat ik zelfstandig over de grote vragen van het leven kon nadenken, meende ik dat ik een goed christen zou zijn, omdat ik immers regelmatig aan het kerkelijke leven deelnam. Ik hielp ook in de zondagsschool en dacht door dit brave leven de eeuwige heerlijkheid deelachtig te zullen worden.
Op zekere dag kreeg ik echter een brochure in handen en daaruit begreep ik dat ik niet een wedergeboren christen was. In die brochure las ik namelijk dat Christus niet mijn persoonlijke Verlosser wilde zijn op basis van goede werken waarmee ik Hem zou kunnen behagen. Ik begreep ineens dat ik niets zou kunnen doen om de hemel te verdienen. Ik zag ook ineens vanuit de Schrift dat Christus reeds alles voor mij had gedaan en dat Hij niets anders van mij verlangde dan dat ik als een arme zondaar mij in vertrouwen aan Hem als Zaligmaker zou overgeven.
Mijn aandacht viel op deze tekst: „Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan; ziet, het is alles nieuw geworden" (2 Kor. 5 : 17). Toen begreep ik dat Christus reeds alles volbracht had voor hen die in Hem geloven. Die gedachte overweldigde mij op dat moment. Ik knielde neer en kon niet anders dan mij in geloofsvertrouwen aan Christus overgeven.
Ik ging naar huis en vertelde aan mijn moeder dat ik nu pas echt een christen was geworden. Zij begreep eerst niet wat ik bedoelde, maar ik heb het haar uitgebreid uiteengezet. Toen verstond zij wél wat er met mij gebeurd was, maar meer als een buitenstaander.
Vanaf dat moment trad er een grote verandering op in mijn leven. Een grote vreugde vervulde mij. En ik wilde graag aan andere jongelui van mijn leeftijd vertellen over die wonderbare verandering die de Heere in mij had tot stand gebracht.
In 1964 had de communistische opstand in Zaïre plaats. Op zekere dag waren een vriend van mij en ikzelf bezig met het verspreiden van evangelische lektuur in ons dorp. Ons motief was: deze mensen leven in voortdurend gevaar om door de communisten gedood te worden. Maar dan rust op ons de plicht en de roeping hen zo spoedig mogelijk het Evangelie uiteen te zetten, zodat ze bereid zouden kunnen zijn om te sterven.
We waren bezig met het uitdelen van folders, toen men ons berichtte dat de soldaten ons wensten te spreken. Ik zei tegen mijn vriend: Het zal beter zijn dat we niet met z'n tweeën gaan. Ik stelde hem voor: Laat mij alleen gaan. En als je merkt dat ik in de moeilijkheden geraak, zorg jij dan dat je zo spoedig mogelijk uit de buurt verdwijnt.
Ik kwam bij de soldaten en kreeg meteen een pak slaag met een knuppel. Toen mijn vriend dat zag, nam hij de benen.
Terwijl ik zo werd afgeranseld, realiseerde ik mij ineens: Dit is de eerste keer dat ik werkelijk lichamelijk leed te dragen krijg omwille van de Naam van de Heere.
Een van de soldaten wilde mij meteen neerschieten, maar de ander zei: Nee, we moeten hem meenemen naar de kapitein. Er waren namelijk al heel wat mensen, die in overheidsdienst waren, gevangen genomen en die zouden allemaal de volgende dag gedood worden.
De soldaten zeiden mij dat ik gearresteerd was, omdat men hen had verteld dat ik bezig was met het verspreiden van anti-communistische, politieke lektuur. Ik antwoordde hen echter dat ik niets met politiek had te maken en dat ik alleen maar een evangelist was, die christelijke lektuur verspreidde.
Ze vroegen mij toen wie ik wilde steunen: de revolutie die zij begonnen waren, of de regering?
Wat moest ik daarop antwoorden? Als ik zou zeggen dat ik hen wilde steunen, zou ik verloochenen waar ik mee bezig was nl. het dienen van de Heere. En als ik zou zeggen dat ik achter de regering stond, dan zou ik beschouwd worden als een politieke agitator en dan zou ik zeker ter dood worden gebracht.
En de Heere gaf mij dit antwoord: „Ik sta alleen maar achter Christus, want ik ben Zijn dienaar". Maar ze werden alleen maar furieuzer, toen ik dat zei.
Een van hen vroeg: „Laat ons dan eens Jezus zien over Wie jij het telkens hebt". Ik antwoordde: „Ik kan Hem niet aan jullie laten zien, maar wanneer jullie je in geloof aan Hem overgeven, dan zul je Hem zien met je hart".
Toen we verder op weg gingen naar de kapitein, bad ik: „Heere, als het U behaagt, red mij dan uit de handen van deze mensen. Als U nog meer werk voor mij te doen hebt, verleng dan mijn leven en ik wil mij opnieuw geheel aan U toewijden".
Deze revolutionaire troepen hadden de gewoonte om van de burgers te eisen dat zij de terechtstelling zouden meemaken van hun gevangenen. En ik bad tot de Heere: „Als ik moet sterven geef mij dan morgen de kracht en de vrijmoedigheid om voor allen te getuigen van mijn Heiland, voordat ik zal worden gedood". En de Heere schonk mij een diepe vrede. Op dat moment was ik volledig bereid om voor Hem te sterven.
Onderweg ontmoetten we een communistische sergeant. De soldaten salueerden en vertelden hem dat ze mij hadden gevangen genomen als een politieke agitator. De sergeant gaf hen opdracht om mij naar de kapitein te brengen.
Maar nauwelijks waren we een paar stappen verder of de sergeant riep ons terug. Hij zei dat hij uit mijn eigen mond de reden wilde horen waarom ik gearresteerd was.
Ik antwoordde hem: „Sergeant, ik zal met vreugde sterven om wat ik gedaan heb". De sergeant kon zijn oren niet geloven en wilde dat ik het nog eens zei. Ik verklaarde hem dat ik was gearresteerd, omdat ik bezig was folders te verspreiden, waarin het Woord van God werd uiteengezet. Ik nodigde hem uit om aan de dorpelingen de folders op te vragen. Dan zou hij met eigen ogen kunnen zien dat ik de waarheid sprak.
Dat gebeurde en natuurlijk kon de sergeant in die folders niets vinden dat op politieke agitatie leek. Hij gaf daarop de soldaten een stevige uitbrander:
„Wanneer wij onschuldige mensen, en met name echte christenen, ter dood brengen, dan halen wij de vloek van God over ons en dan zal onze revolutie niet slagen". En hij beval mij onmiddellijk vrij te laten.
Ik ben toen naar het bos gegaan om tot God te bidden. Het was allemaal zo vreemd voor mij. Ik vroeg me af: Leef ik in een droomtoestand? Is dit werkelijk gebeurd? Of ben ik niet goed bij mijn hoofd?
Maar ineens wist ik het zeker: Ik ben op het nippertje aan de dood ontsprongen. En dit is Gods werk. En dan hoef ik mij ook verder geen zorgen te maken. De Heere zal mij dan ook blijvend beschermen. Ik ging terug naar huis.
De volgende dag gingen de soldaten rond om iedereen op te trommelen om bij de executie aanwezig te zijn.
En wat daar gebeurd is, is eigenlijk te verschrikkelijk om het te vertellen. De ter dood veroordeelden werden met hun vrouwen naar de plaats van de terechtstelling gebracht. Daar aangekomen, sneden de soldaten stukken vlees uit de lichamen van de mannen. De vrouwen van die mannen werden toen gedwongen het vlees van hun eigen man te roosteren en het daarna aan hun man te geven, die het moest opeten. Toen ze niet verder konden, werden de mannen met messen doodgestoken.
Zelf had ik mij kunnen verbergen, zodat ik niet bij die executie aanwezig was geweest, 's Middags hoorde ik echter wat er die morgen was voorgevallen. Toen begreep ik dat dit verschrikkelijke lot ook mij zou zijn overkomen, als die sergeant mij niet had teruggeroepen en vrijgelaten.
U begrijpt dat ik de Heere intens gedankt heb voor de genade van deze bevrijding. Ik heb opnieuw mijzelf aan Hem toegewijd.
Wij zijn toen gaan bidden dat de Heere een weg zou openen, opdat mijn familie en ik Zaïre zouden kunnen verlaten. En zo zijn wij in 1964 naar Uganda vertrokken.
NB. Bovenstaand getuigenis heeft br. Kibatondwa uitgesproken tijdens een Bijbelstudiebijeenkomst in de Wartburg te Velp. Hij studeert thans aan het South Wales Bible College in Barrv (Wales) en was op uitnodiging van vrienden naar Nederland gekomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 1983
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 1983
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
