Te mogen leven
Opnieuw ging er een golf van beweging door de menigte. Er was weer een goederentrein aangekomen. De schuifdeuren van alle wagons stonden wijd open. Mijn blik bleef weer gevestigd op de ijzeren stangen, die ons spoedig zouden insluiten. Mijn bloed stolde! Het duwen en schuiven begon opnieuw. „Einsteigen, alle einsteigen." De bevelen klonken weer door de luidsprekers langs het perron. Wij stapten in de dichtstbijzijnde wagon. De mensen tastten naar hun dierbaren. Zij wilden zo lang mogelijk bij elkaar blijven. Echtgenoten wilden elkaar niet loslaten. Moeders en kinderen keken vol doodsangst. Hoopten wij niet allemaal op een wonder? Een kinderlijke hoop, die niet in vervulling zou gaan.
O mijn God, waarom hebt U ons verlaten? Hebt U ons verlaten? Almachtige God, verlos ons! Stilte; geen antwoord. Er gebeurde niets. Nu goed dan, Almachtige God, wees met ons. Immanuël! Wees met ons en geef ons van ogenblik tot ogenblik de kracht, die wij nodig hebben.
Wij waren aan de beurt. Harry sprong er het eerst in. Wij tilden de kinderen er in en hij pakte hun handjes beet. De vader stapte daarna in, toen de moeder en wij zetten met z'n tweeën de kinderwagen in de veewagen. Och heden, het was binnen propvol. Wij stonden als het ware allemaal in de houding. Om ons heen klonken snikken en kalmerende woorden van moeders en vaders. Onze kleintjes begonnen weer te huilen. De baby scheen totaal in de war en doodsbenauwd. Zij keek verwilderd om zich heen en draaide haar bolle gezichtje al maar heen en weer. Ik wilde haar goed leggen, maar kon in de volgeladen kinderwagen weinig van haar zien. Terwijl ik haar wollen gebreide mutsje los maakte, werden de schuifdeuren rammelend gesloten en dit dompelde ons allen voor een ogenblik in duisternis. Daarna drong het daglicht schemerig naar binnen door de opening van vijf duim in het vierkant. Ik dacht aan de ijzeren stang, die buiten op zijn plaats zat.
De arme baby was doornat van zweet en had allemaal rode puistjes, waar het mutsje had gezeten. Warmtepuistjes? Vlooienbeten? Plotseling kreeg ik een ingeving. Wanneer ik mij deze ogenblikken te binnen breng, kan ik niet begrijpen, hoe de gebeurtenissen plotseling zo'n keer kunnen nemen. Vlekjes! Terwijl ik mijn handen aan mijn mond zette, riep ik, zo hard ik kon door de kleine opening: „Attentie, attentie! Besmettelijke ziekte. Doe de deuren dadelijk open. Gevaar! Uiterst besmettelijk gezin in deze wagon. Vlug! Vlug!"
Het gevolg was, dat de stemmen van de menigte buiten luider werden en dat wij uitroepen van verrassing en vrees hoorden. Wij hielden ons rustig. Ik was nu geheel ontspannen en klaar om handelend op te treden. Door de opschudding aan de buitenkant begreep ik, dat de autoriteiten onderweg waren. Even later hadden wij weer frisse lucht en licht.
Toen de autoriteiten zich tot mij wendden, beval ik hen: „Ga opzij! Van de treeplank! Roodvonk!" Ik gaf de verblufte ouders een wenk, pakte de kinderwagen beet en stapte achterwaarts op het perron. Het gezin en ook Harry kwam er achteraan.
„Naar de wachtkamer!" Een hoge beambte wees naar een met matglas afgeschotte ruimte aan het eind van het perron. „Zuster, u hebt dienst en bent verantwoordelijk voor dat gezin."
Plotseling waren wij die dag voor het eerst alleen. Wij keken elkaar aan en lachten wrang. Wij konden lange tijd geen woord uitbrengen. Ik zette de baby het mutsje weer op om de vlekken te houden.
Spoedig kwam een dokter, één van ons.
Ik liet hem mijn patiëntje zien en zei vragend, omdat ik een bevestiging van mijn diagnose wilde hebben: „Roodvonk?.. Hij vroeg of ik alleen was en of ik bereid was hem te assisteren. Mijn wens was tenslotte in vervulling gegaan. Ik was werkzaam als verpleegster.
„Hebt u instrumenten?" vroeg hij. Trots deed ik mijn zwarte tas open, waar mijn schatten in zaten. Mijn eigen medische verzameling en mijn eerste hulp-doos. Hij glimlachte: „Goed zuster, ga uw gang. Neem de temperatuur van de baby op. Ik ben zó terug."
Voor het eerst tilde ik het kleine kind uit de stapel kleren, bagage en pakjes. Het voelde warm en vochtig aan. Ik knuffelde haar tegen mij aan, terwijl ik praatte en lachte; al gauw lachte zij ook, evenals haar vader en moeder, maar niet mijn arme kleine Harry. Wij voelden ons als in een glazen huisje. Wij werden van alle kanten aangestaard. Teveel lachen zou afgunst en zelfs verraad ten gevolge hebben. Wij moesten zorg en angst voorwenden.
Tot dusver hadden de ouders geen woord gezegd, maar alleen verstomd toegekeken, toen ik met onze kleine redster en haar roodvonk begon. Ik legde haar zachtjes op de bank, deed haar natte broekje en luier af, terwijl haar moeder mij wat droge kleertjes gaf. Ik moest goed aan de rol denken, die ik moest spelen: „dienstdoend verpleegster" tot nader order. Waar moest ik beginnen? Natuurlijk in dat vertrek.
Toen ik de temperatuur van de baby opnam, op de goede manier, met haar beentjes in mijn linkerhand en de thermometer van onderen in mijn rechterhand, keerde de dokter terug en lachte goedkeurend. „Hoe gaat het met haar?" vroeg^hi j. Zonder het kwik te raadplegen antwoordde ik: „39,3, het arme schaap". Hij stond een ogenblik toe te kijken, terwijl ik de baby vlug aankleedde, voordat ik haar weer aan de ouders gaf.
Tot zover Johanna Ruth Dobschiner in haar boek (p. 86-88).
De ark en de Doop
Dit verhaal deed mij denken aan de ark van de zondvloed. Noach had die ark helemaal volgens de aanwijzingen van de Heere gemaakt en had o.a. ook een venster aangebracht boven in de ark (Gen. 6:16).
En dan lezen we: „Noach… ging (met de zijnen) in de ark" „en de Heere sloot achter hem toe" (7: 1 3,16). Het moet dus wel eenzelfde soort ervaring zijn geweest. Ook zij zullen even hebben moeten wennen aan het spaarzame licht dat door het venster in de ark binnendrong, nadat de Heere de grote deur van de ark had toegesloten.
Maar wát een verschil! De ark was gericht op behoud; de treinen naar Auschwitz hadden de ondergang van het Joodse volk tot doel.
Wél was de ark een middel tot behoud door de dood heen. Het woord dat voor de ark gebruikt wordt nl. ,teba', is een Egyptische woord, dat slechts voor deze ark en voor het biezen kistje waarin de kleine Mozes werd gelegd (Ex. 2:3), wordt gebruikt. Het betekent kist, maar vooral ook sarcophaag, doodskist. Misschien werd de farao-dochter juist ook door deze vorm van de doodskist - u weet dat de Egyptenaren grote piëteit hadden voor hun doden - getroffen.
Daarom begrijpen we ook dat in 1 Petr. 3:20-21 het beeld van de ark gebruikt wordt om te verduidelijken wat de Doop is. Voor Noach en de zijnen was de ark een middel van behoud, omdat die hen droeg op wateren van de toorn Gods, waardoor de anderen verdelgd werden. Zo is de Doop ook als een doodskist, waar wij ingaan en aldus vereenzelvigd worden met de dood van Christus. De Doop is het beeld van een doodskist die ons draagt op de wateren van Gods toorn, waarin Christus om onzentwil ten onder is gegaan. Het bloed van Christus draagt het vaartuig van ons leven naar het eeuwige behoud.
In Gen. 50: 24-25 en Ex. 13:19 lezen we over een andere doodskist nl. waarin de Joden het gebeente van Jozef meenemen naar Kanaan. (Daar wordt het hebreeuwse woord aron gebruikt). Jozef is beeld van Christus. Is dit een profetie datjezus, die door de Joden aan de heidenen werd overgeleverd om gekruisigd te worden (zoals Jozef door zijn broers aan de heidenen verkocht werd), door de Joden straks uit de heidenwereld wordt overgenomen en nu levend wordt ingedragen in Israël, overeenkomstig Zach. 12:10-14?
EEN GRONINGER PASTORIE IN DE STORM
(Uitg. Wever-Franeker, 366 blz. ƒ 26,50; kan ook bij ons besteld worden). Dit verhaal sluit aan op „Te mogen leven". Mevr. J. A. Ader-Appels beschrijft daarin hoe haar man zich gewijd heeft aan de redding van Joden in de tweede wereldoorlog. Ten slotte is haar man doodgeschoten. Ook dit boek bevelen wij van harte aan.
GIFTEN VOOR HAÏTI
De collecte op 26 maart heeft opgebracht f 3.768,25. Aan giften bij en na de receptie is binnengekomen ƒ 13.547,50. Totaal ƒ 17.315,75, waaronder een gift van f 10.000,-. Geweldig! Hartelijk dank!
GRATIS ?
Wat bedoelt u, wanneer u aan het slot van uw boek „ Wat is geloven?" schrijft over gratisverspreiding daarvan ?
Slootdorp
ANTWOORD:
Wij bedoelen daarmee dat wij dit boek gratis uitreiken aan belangstellende rooms-katholieken en eventueel ook aan belangstellende buiten-kerkelijken. Het is dus niet zonder meer bestemd ter verspreiding. Dat zou veel te duur zijn. Wij bekostigen dat uit het evangelisatiefonds dat gevoed wordt door de lezers van In de Rechte Straat.
Pearl Buck vertelt uit de Bijbel (uitg. Novapres-Laren, 420 blz. ƒ 29,90). Inderdaad, heel boeiend, althans dat gedeelte van de 420 bladzijden dat ik gelezen heb. (Pearl Buck is een werelvermaard schrijfster en winnares van de Nobelprijs).
EEN DIPLOMATIEKE NIETSZEGGER
In Hervormd Nederland van 24 juli 1982 schreef de r.-k. priester, H. Verbeek, het stuk van Kard. Willebrands, getiteld: „Het priesterlijk ambt". Wij citeren daaruit: „Kard. Willebrands blijft een diplomatieke nietszegger". „Harmonie is een van de sleutelbegrippen in dit soort kerkdenken. Daarbinnen is geen volwaardige plaats voor oppositie, voor verzet, eigenlijk niet eens voor dialoog". (Is het protestantse kerkdenken vrij van dergelijke smetten? HJH).
„Begin en einde van de kerk ligt voor Willebrands bij de bisschoppen. Zij vertegenwoordigen „Christus". Zij zijn de opvolgers van de twaalf apostelen. En dat wordt gegarandeerd door de Heilige Geest. Niet dan met woede en verdriet lees je hoe de Geest weer over alle beweringen wordt heengelegd als een grote platmaker, als een net dat alle leven vangt en verstikt". „Het is de Geest opgesloten in kanseltaal, de Geest van het geijkte gelijk. Bijbelcitaten zijn daarin als afgehakte armen en benen, losse delen zonder lijf, zonder ziel".
„EEN TASTBAAR BEWIJS ƒ 4000,-"
Hierbij ingesloten ƒ 4000,-. Het is bedoeld als een tastbaar bewijs van medeleven met deze zilveren mijlpaal van IRS, maar vooral als een dankoffer aan de Heere toegebracht. Hij was het, die u allen de bekwaamheid gaf. Hij is het die wasdom heeft gegeven aan het zaad dat u mocht uitstrooien, het zaad van Zijn Woord. Ik ben 90 jaar. Pijnen in mijn benen verhinderen mij om op 26 maart het feest mee te vieren, maar in gedachten zal ik met u zijn.
Met innige verbondenheid en hartelijke groeten:
MN te X
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1983
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
