In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Christus arresteerde mij

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christus arresteerde mij

4 minuten leestijd

Mag ik mij aan u voorstellen? B., 41 jaar, uit een gezin van zes kinderen.

Ik had over Christus het idee van iemand die vroeger op aarde geleefd had en toen ook wel allerlei weldaden had verricht, als een soort pakjes-uitdeler van Sinterklaas. Maar ik ben totaal anders gaan denken. Hoe dat gebeurd is, wil ik u vertellen. Toen ik 16 jaar was, kwam ik in aanraking met de god van de alcohol. Ik werd er spoedig aan verslaafd. Ik kon geen volle drankflessen zien; die moesten volgens mij zo spoedig mogelijk leeg.

In de kroeg was ik 's morgens meestal de eerste klant of ik lag er nog mijn roes uit te slapen, 's Nachts was ik de laatste klant die (waggelend) vertrok.

Om kort te gaan: zo'n 25 jaar heb ik alles wat ik bezat, ja mijzelf helemaal, geofferd op het altaar van Bacchus, de god van de drank. Na die 25 jaar wilde ik ermee stoppen, maar de god van de drank had mij en hield mij vast in zijn ijzeren greep. Ik ben toen naar mijn huisarts gestapt, en die zei ook: stoppen ermee! Hij verwees mij naar het opvangcentrum voor alcoholisten, waar ik ongeveer drie jaar „gelopen" heb. Het werd daar vallen en opstaan, maar meestal vallen. Het was een vreselijke worsteling.

Toen naar het ziekenhuis: drie maanden. Toen wéér drinken. Toen naar een ander ziekenhuis. Maar daarna: wéér drinken.Toen naar de Jellinek-kliniek in Amsterdam Toen wéér drinken. Opnieuw naar de Jellinek-kliniek. Toen wéér drinken. Toen weer naar het opvangcentrum in Hilversum. De mensen daar bleven mij helpen en bemoedigen, maar niets hielp. Toen stuurden ze me naar de Spaarne-kliniek in Haarlem. Verschrikkelijk! Ze lieten me los; ik was niet te houden. Toen werd het geen drinken meer, maar zuipen en nog eens zuipen.

Toen zag ik het niet meer zitten en wilde een einde aan mijn leven maken. Dat heb ik ze ook gezegd. (Dat had mijn vader ook gedaan). Toen hebben ze me weer opgenomen in de Spaarne-kliniek, maar er viel niets meer te redden. Toen heben ze, ten einde raad, de deur van de kliniek voor me opengezet en gezegd: Ga nu maar je gang.

En toen wist ik ook heel zeker dat ik mij dood zou gaan drinken. Alles in mijn lichaam was totaal kapot, verziekt door de alcohol.

Het kon me toen ook niets meer schelen. Dat had natuurlijk ook zijn achtergrond. Maar daar wil ik het nu niet over hebben.

Vanaf dat moment dronk ik per dag een krat pils (24 flessen) en 2 flessen whisky. Ik werd stapelgek van die duivelse rommel.

Acht jaar lang heb ik dat volgehouden, totdat ik volkomen vastliep. Doorgaan mocht beslist niet meer, maar stoppen kon helemaal niet meer.

Mijn huisarts begon toen te dreigen met gesloten inrichtingen. Ik dacht: dat nooit, want ik ben geen misdadiger.

Maar… ondanks het feit dat ik me geen misdadiger voelde, werd ik tóch gearresteerd in het calé en wel door Niemand anders dan God Zelf. Hij zei tegen mij: „Er uit!" Ik heb toen tegen mijn zogenaamde vrienden gezegd dat ik niet meer terug zou komen. En dat ofschoon ik op dat moment behoorlijk dronken was.

Een paar dagen later kwam ik op straat een vrouw tegen. Die zei me dat ik eens moest proberen in het klooster, „De Stad Gods", te komen. Daar hebben de zusters augustinessen veel liefdevol werk voor mij gedaan.

Maar wat gebeurde er daarna met mij? Daar ben ik op mijn kamertje na een aantal weken totaal in elkaar gezakt. Ik bleef praktisch geheel verlamd liggen.

Toen heb ik persoonlijk op mijn knieën gesmeekt om de Heere Jezus Christus. En toen is er een groot wonder gebeurd. In doodsangst heb ik de Heere Jezus gevraagd of ik nooit meer in mijn leven alcohol zou behoeven te drinken. En u kunt mij geloven of niet, maar ik hoor het Hem nóg zeggen: „Nee, dat hoeft voortaan niet meer".

Ik lijd heus niet aan waanideeën, maar ik was nu verlost, verlost helemaal en voor altijd. Ik heb de Heere Jezus aangenomen als het mooiste geschenk in mijn leven. Ik ben nu een blij en gelukkig mens en ik weet nu waarvoor ik leef.

Jezus Christus is voor mij de rots van mijn bestaan geworden. Daar wil ik graag mijn hele leven aan wijden. Ik wil van Hem getuigen, totdat Hij mij persoonlijk op komt halen.

B.

(Naam en adres bij ons bekend)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1983

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Christus arresteerde mij

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1983

In de Rechte Straat | 32 Pagina's