In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

EEN VERVOLGENDE KERK KAN NIET DE KERK VAN CHRISTUS ZIJN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN VERVOLGENDE KERK KAN NIET DE KERK VAN CHRISTUS ZIJN

9 minuten leestijd

Hieronder laten we het verhaal volgen van de Franse ex-priester Jean Brepsant, zoals dat verschenen is in IRS nov. 1962. Hij was 52 jaar, toen hij uittrad.

Het eerste gedeelte van zijn verhaal dat verschillende details uit zijn priesterleven bevatte en vermoedelijk voor de lezers minder boeiend is, hebben we weggelaten. citeren daar echter nog dit uit:

„Reeds vroeg voelde ik in mij het verlangen om het zuivere Evangelie te verkondigen. Wat dat precies was, kon ik niet onder woorden brengen. Maar tijdens mijn theologische opleiding kreeg ik telkens het vermoeden dat de R.-K. Kerk met haar dogma 's, haar sa kramen ten en haar kerkelijke tucht in tegenspraak is met de leer van Christus.

Waarom bent u dan toch verder gegaan met uw studies en hebt u zich tenslotte toch priester laten wijden? - zo zal menigeen van u dan vragen. Mijn antwoord: De „hersenspoeling" van het noviciaat en de „broeikas" van het groot-seminarie maakten van mij wat men noemt: een goed kloosterling en een vroom priester".

Daarna vervolgt Jean Brepsant:

Ik werd nu benoemd voor het parochiewerk van de Franse kerk in Londen. Nieuwe beproevingen wachtten mij daar. Maar deze moeilijkheden werden voor God het middel om mij tot Jezus Christus en tot het zuivere Evangelie te brengen.

Behalve mijn parochie-arbeid had ik ook nog de zorg voor de .Katholieke Aktie", was aalmoezenier van het Franse ziekenhuis, en had de geestelijke leiding van negen kloosters.

Steeds meer richtte ik mij in mijn preken en retraites enkel op de Bijbel. Op den duur besprak ik nooit meer een specifiek dogma van de R.-K. Kerk. Ik slaagde er zelfs in om tenslotte de R.-K. Kerk niet eens meer in mijn preken te noemen.

Het kon niet uitblijven, dit moest op een konflikt uitlopen. Kloosterzusters brachten mij bij de hogere overheid aan omdat ik kritiek had geoefend op de apostolische constitutie van paus Joannes XXIII over de wederinvoering van het Latijn in de mis.

Ik had echter reeds mijn beschikkingen getroffen om een maand later de R.-K. kerk te verlaten.

De hogere overste ontving mij met alle liefde en nodigde mij uit om een retraite te maken in een klooster naar eigen verkiezing. Ik ging toen naar het trappistenklooster van Sept-Fons in het centrum van Frankrijk.

Aan het einde van deze retraite schreef ik aan de generale overste een brief met deze inhoud:

„Hoogeerwaarde Pater,

Aan het einde van mijn retraite, die ik op verzoek van deprovinciale overste hier heb gehouden, heb ik voor Gods aanschijn de beslissing genomen om de R.-K. Kerk te verlaten, en om mij voortaan te wijden aan de dienst van het Evangelie. Ik verzoek u deze beslissing als definitief te beschouwen. Met de verschuldigde eerbied enz…"

De generale overste bevestigde de ontvangst van mijn schrijven in een brief, gericht aan mijn adres in de Wartburg te Velp en verzocht mij om nog eenmaal na te denken over de gevolgen van mijn stap.

Daarop schreef ik het volgende antwoord:

Hoogeerwaarde Pater,

Hartelijk dank voor uw brief van 19 september, die ik in goede orde mocht ontvangen.

Hartelijk dank ook voor uw vriendelijke uitnodiging om nog eenmaal de gevolgen van mijn beslissing om de R.-K. Kerk te verlaten, onder de ogen te zien.

Ik ben volledig op de hoogte van deze konsekwenties en ik aanvaard ze, ja ik verlang er zelfs naar.

Want ik schaam mij om te hebben behoord tot een kerk, waarvan de geschiedenis een mozaïekwerk van misdaden te zien geeft.

Niet alleen ondervind ik een grote vreugde en vrede, nu ik haar heb verlaten, maar ik ben er blij om als ik er aan denk, dat deze kerk mij nu buiten haar muren gaat werpen, ver weg van haar wangedrag, ver weg van haar afgoderij en haar onwaarachtigheden.

Toch ben ik haar dankbaar, dat zij niet geheel en al de Waarheid voor mij heeft verborgen. Zij dooft het Evangelie wel uit onder het gewicht van haar dogma's, maar tegelijkertijd heeft zij mij echter genoeg van dat Evangelie laten zien om in mij het verlangen op te wekken mij voortaan geheel aan dat Evangelie te wijden. Ik dank haar ook, dat zij mij mensen heeft doen ontmoeten, die mijn vrienden zijn geweest en die dat, naar ik hoop, ook altijd zullen blijven. Mijn groot verlangen is, dat ook hun ogen, evenals die van mij, zich zullen openen voor het Licht van Christus, en dat hun ziel dan gaat leven uit geloof. Op die dag, de dag van hun bekering tot het zuivere Evangelie, zullen zij zich weinig meer bekommeren om de straffen, die de kerk hun zal opleggen in haar toorn, omdat zij de R.-K. Kerk bestrijden gaan met het doel om aan die kerk een zo groot mogelijk aantal mensen te ontrukken, die zij brengen willen aan de voeten van Christus, - deze mensen die de R.-K. Kerk aan Christus onttrekt ten bate van haar macht en haar hoogmoed. Geloof niet dat ik bitterheid en wraakzucht in mijn hart koester om de grote teleurstellingen in de R.-K. Kerk.

Gedurende enige tijd heb ik de bittere beet van de haat in mij gevoeld. Maar God heeft mij evangelische christenen doen ontmoeten. En gedurende twee jaar hebben zij mij geholpen om het geloof te vinden en om de haat uit mijn hart te verdrijven.

Op uw verzoek heb ik nog eens acht dagen retraite doorgemaakt. Ik heb daarvoor gekozen de abdij van Sept-Fons. En aan het einde daarvan heb ik u mijn beslissing medegedeeld.

Na zoveel tijd van nadenken is mijn besluit onherroepelijk. En enkele dagen langer van bezinning kunnen hierin geen verandering aanbrengen, vooral niet nu mijn negatieve gevoelens van haat en weerzin langzamerhand onder invloed van de genade plaats hebben gemaakt voor een nieuwe positieve houding: het geloof in Jezus Christus, het levende Woord des Vader, - nu ik gebroken heb met een kerk, die zich Zijn naam heeft aangematigd en Zijn eer heeft vervalst.

U kunt dus zonder enige aarzeling de nodige stappen doen die het R.-K. kerkelijk recht, - deze trieste karikatuur van de evangelische tucht, - u oplegt.

Ik weet dat u dit met tegenzin zult doen, want u bent goed. Ik beklaag u! Maar weet' dan dat de „kanonieke straffen", waarmee men mij weldra zal zien te treffen, mij een grote vreugde zullen verschaffen. Moge dat u een troost zijn. Ik zeg dit zonder ironie.

En als de kerk mij nu nog - zoals zij dat gedurende eeuwen heeft gedaan -, ongestraft zou kunen folteren en verbranden om mij te sraffen omdat ik van haar ben heengegaan, dan zou God mij een nog grotere vreugde bereiden: de vreugde van te mogen lijden en sterven voor Hem.

Ik ben ervan overtuigd: Een vervolgende kerk kan niet de Kerk van Christus zijn. Bij het wit-gele van de pauselijke vlag moest gevoegd worden het rood van het bloed van haar tienduizenden slachtoffers.

Zij voert de pretentie de enige, ware kerk van Christus te zijn en zij maakt zich op om dat aan de wereld te tonen bij gelegenheid van haar aanstaande concilie. Dit is een misleiding.

Zij kan nu de ketters en schismatieken niet meer terugdwingen met geweld.

Zij verandert nu haar gezicht en tracht hen nu weer met zich te verenigen door de overreding. Dat is huichelarij.

Deze misdadige en misleidende kerk bestrijden is een dienst bewijzen aan het Evangelie.

Het is niet mogelijk u in een paar bladzijden een volledige uiteenzetting te geven van de redenen die mij deden heengaan.

Ik verblijf thans in de Wartburg, een huis van gebed en liefde, dat speciaal bestemd is om priesters die de R.-K. Kerk verlaten, op te vangen, opdat zij zich hier in de stilte, de meditatie en de vrede, kunnen uitrusten tot hun nieuwe roeping: getuige te zijn van Jezus Christus.

Edelmoedige reformatorische christenen van alle richtingen onderhouden dit huis met hun gaven. Ik dank God hiervoor elke dag, tesamen met de andere ex-priesters die hier aanwezig zijn, en ik bid dat God hun het honderdvoudige mag teruggeven van wat zij offeren voor de zaak van Zijn Evangelie.

Op 22 augustus heb ik u gevraagd om mijn ontslag te willen aanvaarden. Thans, voor God, in het gebed en in de vreugde, hernieuw ik deze verklaring en vraag ik u om dit mede te delen aan de Heilige Stoel.

Gelieve tenslotte, hoogeerwaarde pater, te aanvaarden de verzekering van mijn eerbiedige gevoelens en van mijn dankbaarheid voor de goedheid, waarvan u getuigd hebt in uw brief.

ONZE NABESCHOUWING

Een aangrijpende brief is dit. In de trant van de geschriften van de eerste reformatoren. Geschreven vanuit een teleurgestelde, maar toch waarachtige liefde. Vervuld van een profetische kracht.

Het is goed om op 31 oktober zulk een brief eens over te lezen. Dan voelt men weer even, wat een geweldige daad de reformatie is geweest.

En wij bewonderen dan weer vanzelf het werk van Gods soevereine genade. Christus vergadert de Zijnen toch tot Zich door Zijn Woord, ook al is dat Woord geboeid door de bedreigingen van een onfeilbaar pauselijk gezag, het verbod van elke vrijwillige twijfel aan de R.-K. leer op straffe van doodzonde en hel.

Een protestant zal zulk een brief moeilijk kunnen begrijpen. Zo kan men slechts over de R.-K. Kerk schrijven als men haar hevig heeft liefgehad. Dit is de taal van de diepe teleurstelling, het verdriet van iemand die het nog eenmaal met haar geprobeerd heeft en die weer overtuigd werd van haar ontrouw aan het Evangelie. Twee en vijftig jaar is ook geen kleinigheid. Maar wat is het nu een vreugde voor br. Brepsant, dat hij nu voorgoed Jezus Christus heeft gevonden. Hij heeft zich nu in onvoorwaardelijk geloof overgegeven aan Hem die nooit teleurstelt. Het is ook een grote vreugde voor ons, die een jaar geleden br., destijds nog pater Brepsant, voor enkele dagen gastvrijheid mochten aanbieden in Kortenhoef. Overdag was hij bij ons om over het Evangelie van gedachten te wisselen, en 's nachts logeerde hij op de pastorie van ds. van Reenen. Thans echter kan hij dag èn nacht verblijven op de Wartburg.

Moge de Here nog een mooie toekomst voor hem openen, waarin hij nog veel kan doen voor de verbreiding van het zuivere Evangelie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

EEN VERVOLGENDE KERK KAN NIET DE KERK VAN CHRISTUS ZIJN

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's