In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

GOD IS EEN BELONER VAN WIE HEM ZOEKEN!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GOD IS EEN BELONER VAN WIE HEM ZOEKEN!

Hebr. 11 :6

13 minuten leestijd

In mijn jeugd werden in ons gezin de tradities, regels en verordeningen van de R.-K. Kerk heel serieus en consciëntieus nageleefd. Ons gezin bestaat uit vader, moeder en 8 kinderen.

Ter typering hier enkele voorbeelden:

In de meimaand werd iedere avond op de knieën het rozenhoedje gebeden ter ere van Maria, de moeder Gods; het lof werd bijgewoond in de kerk; het Maria-beeld troonde in ons huis op een ereplaats en was omringd met bloemen en kaarsen. Op 1 november, de feestdag in de R.-K. Kerk van „allerzielen", moesten wij, als kind, naar 7 kerken en in iedere kerk, driemaal het „Onze Vader" en negenmaal het „Wees gegroet" bidden om aflaten te verdienen.

Later, toen wij verhuisd waren en er niet zoveel kerken in onze stad waren, mochten wij van vader dit ritueel volgen in één kerk. Wij raffelden dit natuurlijk af en maakten er een spelletje van, wie het eerste klaar was met zeven keer de kerk inen uithollen.

Als het onweerde, ging vader het hele huis rond met de wijwaterkwast en moesten wij rond de tafel bidden tot allerlei heiligen.

Ook bij ziekte, wat nogal eens voorkwam, werden relikwieën vereerd en werd er tot diverse heiligen gebeden.

Zo kan ik nog heel wat rituelen opsommen, waarmee ik alleen maar wil typeren, hoe gebonden wij allen waren aan de opgelegde regels.

Mijn ouders beleefden dit heel oprecht en met heel hun hart, maar voor ons, kinderen, was het vaak frustrerend.

In mijn leven ontwikkelde zich een proces van verantwoordelijkheid t.o.v. de R.-K. Kerk en daarnaast groeide een bewust, oprecht zoeken naar God.

Al vanaf mijn vijftiende jaar wilde ik gestalte geven aan deze hunkering.

Toen ik zestien jaar was, trad ik in bij de zusters Carmelitessen en probeerde daar mijn honger naar een dieper geloofsleven te stillen.

Maar al spoedig werd ik té jong bevonden en moest onder tranen dit klooster verlaten.

Na een opleiding als verpleegster trad ik weer in in een klooster van een actieve orde, nl. de Medische Missie Zusters. Hier voelde ik me al meer thuis, maar wederom werd door de Heere de weg afgesneden en moest ik om gezondheidsredenen dit klooster weer verlaten.

Ek had nl. een ernstige, aangeboren darmafwijking, welke door herhaalde operaties verergerd was en met deze gezondheid kon ik niet naar de ontwikkelingslanden. In 1970 trad ik wederom in, nu bij de zusters Benedictinessen, maar mijn gezondheid was zó slecht, dat men al bij voorbaat zei, dat ik niet mocht blijven. Toch heb ik het geprobeerd, maar na een psychologische test moest ik toch onder veel tranen ook deze richting vaarwel zeggen. Bij de psychologische test kwam naar voren, dat ik veel méér en dieper zocht, dan ik ooit in een kloostergemeenschap zou kunnen vinden.

Prijst de Heere, want HIJ heeft mij behoed voor stappen, waarbij ik nooit Jezus gevonden zou hebben en nooit Zijn diepe vrede en rust ervaren zou hebben. Ik had van dit alles heel veel verdriet, omdat ik dacht, dat mijn slechte gezondheid „het motief" was om niet in te mogen treden en bij mijn laatste beslissing om het klooster te verlaten, gaf de psychologische test de doorslag. Mijn verlangen naar de Heere werd tot 16 maart 1980 nooit geheel vervuld en bleef een utopie.

In december 1979 was ik ernstig ziek. Ik woog nog maar 45 kilo, spoot zelf morfine tegen de pijnen en at astronautenvoeding, omdat ik geen gewoon voedsel meer kon verdragen.

Na elf operaties hadden de artsen mij gezegd, dat ik nu alleen nog te redden was met een darmtransplantatie, maar helaas ik was zogenaamd te vroeg geboren; de medische wetenschap was nog niet zo ver.

Ook was ik erg verdrietig en had ernstige zorgen over mijn verleden en over mijn gezondheid. Ik heb perioden gekend van zware depressiviteit. Ook had de medische wereld heel veel gedokterd aan mij en dit alles had vele diepe geestelijke wonden achter gelaten.

Er was bijna geen toekomst meer, ofschoon ik mij keer op keer probeerde op te trekken aan mijn geloof in God.

Maar prijst de Heere! Hij had Zijn Hand reeds vanaf de moederschoot op mij gelegd.

Er was een oprecht wedergeboren christin, die mij vroeg of ik in God geloofde. En daar antwoordde ik in al mijn ellende en zwakheid op met een van harte gemeend JA".

Zij gaf mij haar Bijbel te leen en zei, dat ik daar maar eens in moest lezen. Nu is de Bijbel in R.-K. kringen erg „protestants" en ik legde dus deze Bijbel naast mij op mijn nachtkastje. Gedurende drie dagen bleef die daar ongeopend liggen.

Toen werkte de H. Geest in mij en hongerig greep ik naar Gods Woord.

Ik ontdekte, dat alleen Gods Woord in de Schrift, de Waarheid is en niets anders, omdat Jezus de Waarheid is en het leven.

Ik las Hand. 4 : 12: „En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden", en Hand. 16:31: „Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden".

Ik zag, dat alleen Jezus mij kon redden, bevrijden en genezen en dat alleen Jezus het antwoord was op mijn honger naar God.

In december 1979 gaf ik mijn leven in de hand des Heeren in gehoorzaamheid aan Zijn Woord Openb. 3 : 20: „Zie Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij".

En ik zei: ,Ja, Heere, kom in mijn hart en vervul mijn leven met Uw oneindige Liefde".

Ik heb geknield voor het kruis van Jezus en erkend en beleden, dat ik een zondaar ben, zoals staat in Rom. 3 :23: „Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods".

Ik geloof en weet zeker, dat alleen de Heere Jezus mij mijn zonden kan vergeven en dat HIJ ze al vergeven heeft, door Zijn onschuldig, verzoenend lijden en sterven op Golgotha.

Rom. 5 : 8: „God echter bewijst Zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons is gestorven".

Toen mocht ik uit genade zeggen, dat ik wederom geboren was en de Heere Jezus mijn persoonlijke Heiland en Verlosser is. Halleluja! Prijst de Heere! Ik weet nu, dat ik behouden ben en eeuwig leven heb ontvangen.

Rom. 10 : 13: „Al wie de Naam des Heeren aanroept, zal behouden worden". Joh. 3 : 36: „Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven".

Nu is mijn leven, zoals het staat in Gal. 2 : 20: „Niet meer ik, maar Christus leeft in mij".

De H. Geest werkte in mij en op 16 maart 1980 ben ik gedoopt volgens de bijbelse doop. Hand. 22 : 16: „Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen, onder aanroeping van Zijn Naam".

Dit betekende een begraven worden met Christus en een begrafenis van mijn oude leven en een opstaan met en in Christus, om met Hem opnieuw te beginnen. 2 Cor. 5 : 1 7 : „Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping, het oude L> voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen".

Een nieuw leven wilde voor mij ook zeggen, dat ik een radicale streep moest zetten onder mijn oude leven en ook onder mijn kerkelijk leven.

Ik leerde vanuit Gods Woord, dat er verschillende foutieve dogma's en stellingen in de R.-K. Kerk zijn binnengeslopen en dat vele bijbelteksten vertaald zijn naar de R-K.-leer toe, b.v. Ex. 20 : 3: „Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben".

1 Tim. 2 : 5: „Want er is één God en ook één Middelaar tussen God en mensen, de mensjezus Christus, die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen". Nergens staat in de Bijbel, dat je tot Maria kunt bidden, neen, er staat wel datjezus de enige Middelaar is. Zo ook met betrekking tot de heiligenverering.

En dan de onfeilbaarheid van de paus van Rome. Waar staat in de Bijbel, dat een mens onfeilbaar is, wie durft zich dit toe te eigenen? Dit behoort alleen Jezus toe, omdat HIJ Gods Zoon is; HIJ is onfeilbaar.

Na de bijbelse doop werkte de H. Geest ook in mijn huis. Gaandeweg moest ik alles wat volgens Gods Woord niet geoorloofd is, vernietigen. Heiligenbeeldjes, relikwieën, boeken met R.-K. theorieën enz., enz.

Mijn huis zat er vol mee, tot zelfs bidprentjes in mijn foto-album en een relikwiebeeldje in mijn portemonnee. Ook mijn s.o.s.-alarmpas moest ik veranderen. De Heere maakte schoon schip in mijn huis en in mijn hart.

Mijn verdriet over „het niet in kunnen treden in een klooster" nam de Heere in één minuut weg. Prijst de Heere! Hij gaf mij Zijn Rust, Zijn Vrede, Zijn Vertroosting en Het Levende Brood als antwoord op mijn honger.

Heel langzaam knapte ik ook lichamelijk weer wat op en in augustus kon ik weer wat rondlopen. Maar ik bleef zwak en ziekelijk.

Er zijn heel wat moeilijke momenten geweest, maar ik wilde gehoorzaam zijn aan wat God in en door Zijn Woord tot mij sprak.

Al die tijd heeft de Heilige Geest zonder tussenkomst van personen direct in mijn leven gewerkt. De stappen om mijn huis radicaal te ontruimen, de stap om naar de pastoor van mijn parochie te gaan, de stap om mijn ouders en broers en zussen te vertellen van mijn bekering, de stap tot de bijbelse doop enz.

Direct vanuit Gods Woord liet de Heere mij zien wat en wanneer ik iets moest ondernemen. En dit is een kwestie van luisteren naar de Heere, zodat je alles doet op Zijn tijd en zoals Hij het wil. Dan ga je ook uit in Zijn Kracht.

Toen leerde ik ook zien, dat je jezelf positief moet opstellen en ook positieve gedachten moet belijden.

In de bijbel staat in 1 Thess. 5 : 16: „Verblijdt u ten allen tijde" en in Ps. 50 : 23: „Wie een lof offert, eert Mij en baant de weg, dat Ik hem Gods heil doe zien". Dat wil zeggen, onder welke omstandigheid ook, de Heere prijzen, loven en blij zijn.

Ook al voel je jezelf verdrietig, ben je somber of heb je pijn, God zegt, dat je je moet verblijden. Het is een opdracht van God, waaraan ik gehoorzaam wil zijn.

Als ik zeg, dat ik zwak ben, dan word of blijf ik dat ook. Maar de Heere zegt in Joh. 15:7: „Indien gij in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden".

Als ik ga belijden, wat ik in Christus ben, dan zal het mij geworden, mijn eigendom worden.

Ik belijd, dat ik een nieuwe schepping ben in Christus in 2 Cor. 5:17.

De Heere zegt in Hebr. 4 : 1 4 : „Daar wij nu een grote hogepriester hebben, die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij aan die belijdenis vasthouden". Wij moeten dus vasthouden aan Jezus en de belijdenissen die Hij ons geeft. In Fil. 4 : 1 3 staat: „Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft". Ik was moe, had pijn, had geen kracht, maar ik beleed keer op keer deze woorden. Ik zag geen resultaat, maar uit genade geloof ik wat de Heere mij zegt.

Fil. 4 : 19: „Mijn God zal in al uw behoeften naar Zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus."

Heel kinderlijk neem ik deze beloften aan. Ik probeer deze belijdenissen vast te houden en ernaar te handelen.

In Matth. 21: 22 staat: „En al wat gij in het gebed gelovig zult vragen, zult gij ontvangen".

In Joh. 8 : 3 6 staat: „Wanneer .. „dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij waarlijk vrij zijn .

Het woord „ZULLEN" is een belofte van God.

In Hebr. 10: 23 staat: „Want Hij, Die beloofd heeft, is getrouw", en in 1 Cor. 10:13 staat: „God is getrouw".

God doet dus altijd, wat Hij belooft en wat Hij zegt.

HIJ is dezelfde van het Oude Testament, van nu en tot in eeuwigheid. Prijst God. In deze twee-en-half jaar heb ik de Heere gebeden of HIJ mij genezen wil naar lichaam en geest, maar ik zag de beloften in de Bijbel.

Markus 9:23: „Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft".

Ex. 15 : 26: „Want Ik, de Heere, ben uw Heelmeester". Deut 7:15: „De Heere zal alle ziekten van u afwenden". Jak. 5 : 15: „En het gelovig gebed zal de lijder gezond maken en de Heere zal hem oprichten".

Ik ging de Heere danken voor al deze beloften. Ik ging Jezus prijzen voor al wat HIJ voor mij deed en doet.

Ik belijd dus positieve gedachten. Naar de mate van dit positief belijden ga je ook deze positieve gedachten geloven!!

Je geloof groeit dus onder de leiding en de zalving van de Heilige Geest, onder inzetting van je wil en door voortdurend bezig te zijn met de dingen des Heeren. Zijn Woord lezen, Hem prijzen, Hem loven, Hem eren, Hem maken tot een voorwerp van je wezen. Op 25 mei 1982 deed God het grote wonder van de „totale" genezing in mijn lichaam en mijn geest Hij genas mij op één moment. Voor het eerst had ik normale ontlasting en geen buikpijnen meer! Prijst de Heere! En ik gebruik sinds deze dag geen medicijnen meer en ik eet alles. Ik voel me gezond en verlang, dat de Heere nog meer beloften gestalte gaat geven in mijn leven. Ik kan fietsen, lopen en werken als een „paard".

Ook uiterlijk ben ik nu een nieuwe schepping. Prijst de Heere! Halleluja!

Ik vond de vrede en de volledige blijdschap in Jezus, mijn Heiland, Mijn Heelmeester! De Heere heeft ook geestelijke wonden uit mijn verleden, ook met betrekking tot mijn ouders radicaal uit mijn leven weggenomen. De ouderlijke bindingen (geestelijk) zijn verbroken door Jezus op Golgotha, Hij heeft deze machten onttroond en door Jezus ben ik nu waarlijk vrij. Dat belijd ik en ervaar ik. De Heere heeft deze tijd zo liefdevol en rustig gewerkt; HIJ verhoort zelfs boven bidden en denken. HIJ kent mij immers beter, dan ik mijzelf ken.

Oh, prijst toch Jezus en aanbidt God de Vader.

Er staat zo vaak in de psalmen hoe wij de Heere kunnen prijzen. Dat kan en mag op zovele manieren, maar altijd is het een je verlustigen in de Heere, een dankbaar zijn voor de Heere, een nederig je hoofd buigen voor Hem.

God ziet graag, dat wij Hem prijzen, Hem loven, ons verheugen in Hem en blij zijn. Laten wij niet vreesachtig zijn, want de Heere zegt zo vaak: „Vreest niet, want Ik ben met je". Geloof dat toch! Werp al je bekommernis, pijn of verdriet op Hem en laat het bij Hem! Dit is een daad van je wil. Je moet willen en dan doet de Heere de rest. De Heere geeft je blijheid, vrede en vrijheid.

Oh, jubel om de God van je heil en zing de Heere een loflied toe met heel je hart.

NASCHRIFT VAN H.J.H.:

Ik ken zr. Kleipool nu al een jaar of twee. Zij had mijn boeken gelezen en kwam zo in contact met mij, toen een priester probeerde haar weer terug te winnen voor de R.-K. Kerk.

In die twee jaar gebeurde het nogal eens, dat sommigen haar wezen op de mogelijkheid van genezing door gebed. Zij was altijd erg geïrriteerd, wanneer men zei: , Je moet nu met gemak genezen zijn na twee jaar bekering en… je bent niet genezen, dus heb je niet genoeg geloof".

Vóór haar bekering dacht ze: De Heere wil blijkbaar, dat ik dit lijden geduldig draag en Hem daarin verheerlijk.

Maar na de bekering groeide er geloof in haar voor een totale genezing, alleen niet op aandringen van mensen, maar op de tijd van de Heere.

Wij kunnen ook getuigen, dat ze er nu heerlijk gezond uitziet, terwijl ze vroeger maar een schriele figuur was. Inderdaad: Gods Naam zij geprezen. Aan Hem alleen alle eer!

(Zie verder N.B. oppag. 27)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

GOD IS EEN BELONER VAN WIE HEM ZOEKEN!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's