In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE HEERE LEEK ZO VER WEG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE HEERE LEEK ZO VER WEG

5 minuten leestijd

Al gedurende enige maanden leefde ik in een toestand waarvan de psalmen spreken: Ga ik voorwaarts, ik zie Hem niet, ga ik achterwaarts, ik bemerk Hem niet. Soms was er even een glimpje van de Heere tijdens een kerkdienst of tijdens het lezen uit de Bijbel, maar alles was maar zeer kort en soms ook zeer vluchtig. De Heere eren, wat toch ten diepste mijn begeerte was, ging niet meer. Ik moest het in deze dorre, dodige, lusteloze, ja soms zelfs God-loze periode erkennen: Zonder Mij kunt gij niets doen.

Waar moest ik om bidden, vroeg ik mijzelf af: Immers ik zag de Heere niet en bemerkte Hem niet. Hij was zeer ver weg. Dat was een verdrietige ervaring want het had Gode behaagd Zijn Zoon in (aan) mij te openbaren, nadat ik a.h.w. lijfelijk ervaren had dat God buiten Christus een verterend vuur was. Niemand kan God zien (buiten Christus Jezus) en leven.

Wat had ik Hem lief gekregen, en nu was Hij ver weg. Ook had ik gezien wie ik was voor de Heere. Een opstandig wezen, iemand die niet wenste dat God Koning over mij was. Eigen heer en eigen meester en dat met al mijn rechtzinnig belijden van God en Christus Jezus, dat wilde ik zijn.

Mijn hart kromp ineen bij het zien van mijn totale afval van God en dat van mij, die naar Gods beeld was geschapen, een pronkstuk van God's schepping, naar Zijn Beeld en Gelijkenis.

Alle vrijmoedigheid om te bidden ontbrak mij bij het zien van mijn diepe breuk met God.

Langzamerhand ebde de verschrikking en droefheid over mijn gevallen-mens-zijn weg en kwam ik terecht in mijn eenzaamheid, waarmee ik begon; Ga ik voorwaarts, ik zie Hem niet enz. Een keer werd ik geweldig getroost en bemoedigd met deze woorden: „Ik zeg niet dat ik de Vader voor u zal bidden, want de Vader Zelfheeft u lief, omdat gij Mij lief gehad hebt en hebt geloofd, dat Ik van God ben uitgegaan" (Joh. 16 : 26b-27).

Ik was er verbaasd van en kon het van blijdschap haast niet geloven. Toch bleef mijn eenzaamheid daarna weer drukken.

Na wat gelezen te hebben in „Ik zag God's heerlijkheid", wist ik opeens wat ik zou vragen aan de Heere. Gedurende enige tijd bad ik in elk gebed: „Heere, toon mij Uw heerlijkheid".

Op een zondag enige tijd daarna heeft Hij mij Zijn heerlijkheid getoond. De prediking ging over God's leiding met het volk van Israël in de woestijn na de uitleiding uit Egypte onder de wolkkolom en de vuurkolom wat de afschaduwing was van de Heere Jezus die in deze schaduw al aanwezig was en in het vlees komen zou en is gekomen.

Toen toonde de Heere mij, door middel van de prediking, dat God de Vader volkomen tevreden was en is met het offer of Golgotha van Zijn Zoon Jezus Christus en in Hem met de zondaar, en die zondaar was ik zelf. Mijn ziel was in mij overstelpt bij het zingen van psalm 84 : 3:

Welzalig hij, die al zijn kracht

En hulp alleen van U verwacht,

Die kiest de welgehaande wegen;

Steekt hen de hete middagzon

In 't moerbeidal, Gij zijt hun bron

En stort op hen een milde regen

Een regen die hen overdekt,

Verkwikt en hun tot zegen strekt.

Ik had Gods Heerlijkheid gezien in Zijn Zoon Jezus Christus en Zijn Heerlijkheid hield mijn zaligheid in.

Er was niets meer tussen de Heere en mij en ik ervaarde toen: „Die Geest getuigt met onze Geest dat wij kinderen Gods zijn".

In grote verwondering ben ik toen naar huis gereden. Al Gods beloften waren voor mij, ja God Zelfwas mijn deel. De Heere leidde mij in injohannes 14, bijzonder vers 2 en vers 3". In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen, anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn en u plaats zal bereid hebben, zo kom Ik weer en zal u tot Mij nemen opdat gij ook zijn moogt waar Ik ben".

Het was een blik in de hemel op mijn hemelse Vader. Toen moest of beter gezegd mocht ik met Paulus zeggen: Ontbonden en met Christus te zijn lijkt mij verreweg het beste, maar Heere vroeg ik tegelijk voor mijn man en mijn gezin wil ik nog hier blijven. Tot bevestiging van mijn Gods ontmoeting was ook de Heidelberger Catechismus zondag 23: „Wat baat het u nu dat gij dit alles gelooft?" En het antwoord: „Dat ik in Christus voor God rechtvaardig ben en een erfgenaam des eeuwigen levens."

Ik heb het uitgesnikt, maar het waren tranen van liefde en verwondering. Ik mocht met David zeggen: „Met mijn God spring ik over een muur; met mijn God dring ik door een bende". In mijzelfben ik elke dag een zondig, ellendig mens, geneigd tot alle kwaad en een hater van mijn naaste. Maar Jezus Christus is mijn heiligmaking; in Hem ben ik rein, ja is het zelfs zo alsof ik zelf voor al mij zonden betaald heb. In Hem heb ik liefde tot mijn naaste. Mijn hoop is op de Heere Jezus die gezegd heeft tegen Petrus en tegen al Zijn aangevochten kinderen; Simon, Simon zie, de satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; Ere zij God de Vader en de Zoon en de Heilige Geest tot in eeuwigheid.

Een lezeres van IRS.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE HEERE LEEK ZO VER WEG

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's