GEMEENSCHAP VAN DE TOBBERS
Met grote aandacht heb ik het juli/augustusnummer van IRS gelezen. Ik vond het een van de beste uitgaven van IRS die ik tot nu toe gelezen heb. Omdat er zo ontzettend veel dingen in voorkomen die ik persoonlijk heb ondervonden, wil ik graag reageren door middel van deze brief.
Reeds eerder schreef ik u over mijn situatie n.a.v. uw boek „Wat is geloven" (ca. dec. '80).
Sindsdien ben ik herhaalde malen weer in „overspannenheid" terechtgekomen. De draaikolken waren van tijd tot tijd weer hevig. Wat moest ik er toch mee aan? Ik zocht en wroette naar oorzaken. Zou er soms een speciale zonde zijn? „Gesteund" door boeken en boekjes over overspannenheid, zenuwen, psychische ziektes, stress etc., zocht ik en wurmde ik naar de oorzaak van mijn problemen. Met name de „Amerikaanse methodes" schitterden mij toe. Daar stond in wat je moest doen om er vanaf te komen. En er vanaf komen wilde ik! Er werd een bepaald facet - b. v. zelfbeklag en depressie - beschreven en hoe je 't moest aanpakken. Een x-aantal stappen ondernemen en dat telkens weer.
Wat 'n verwachting had ik ervan! Immers, God zou me toch wel helpen! Maar, hoe ijverig ik de „therapie" gebruikte, verlichting bood ze niet. En zeker niet de felbegeerde bevrijding. Nee, tegenovergesteld, diepere moedeloosheid, angst en frustratie. Op een bepaald moment zag ik wel in dat ik daarmee op moest houden. Het „werkte" juist averechts. Methodes a la Adams pakten verkeerd uit. Overigens denk ik dat ze in sommige gevallen wel degelijk nut hebben, maar in mijn situatie niet!
Zo dobberde ik voort. Op en neer. Al vanaf begin '78. Mezelf op de been houden ging met behulp van de nodige tranquillizers. Dat waren mijn vrienden geworden. Voelde ik me down met akelige gedachten, dan nam ik weer zo n pilletje in. Overigens een zegen dat ze er zijn, maar… verleidelijk snoepgoed!
Verleidelijk omdat je er steeds vlugger naar pakt, steeds meer van nodig hebt en het je innerlijke conflicten „overdekt".
Maar met alle tabletten en praten woekerden toch in mij de negatieve krachten voort. Angst en depressies staken regelmatig de kop op. Ik merkte dat m'n zelfvertrouwen afnam. Inkeer in mezelf nam toe. Ik beleefde alles zo vaak onwerkelijk (= derealisatie). Hvpochondere stemmingen waren aan de orde van de dag. Mijn innerlijke strijd was hevig, maar ik was 't me niet helder bewust. Heel vaag dacht ik wel eens dat er iets fout moest zijn in m'n psychische ontwikkeling. Maar, 't was nog zo vaag. Dat m'n werk (ik werkte in de verpleging) fungeerde als een katalysator, besefte ik niet.
Al meer en meer kwam de verantwoordelijkheid als een dreigende leeuw op me af. Maar ik móest het kunnen. Ik móest doorgaan. Ik wilde niet „afgaan". Dat dit veel energie kostte, laat zich begrijpen. Intens moe was ik. Telkens weer. Ik was zo onnoemelijk bang „uit de boot" te vallen en mijn gezicht te verliezen! Ik kon niet meer goed tegen het werk op. Alles was me te veel. Met de nodige krachtsinspanning hield ik me op de been. Maar ik bleef last houden van angst, depressie, derealisatie en andere onaangename lichamelijke sensaties. Dag in, dag uit was ik bang „gek" te worden (m.a.w. bang, mezelf niet meer in de hand te kunnen houden).
Hoe kwam ik er toch vanaf? Dat was dé grote vraag. Ja, ik hoopte nog steeds op een wonder van God. Dat Hij mij ineens van alles zou bevrijden. God is toch almachtig! redeneerde ik. Mijn gebed was vaak „overspannen". Ik wilde God a.h.w. dwingen. Waarom ging je niet naar een psychiater, zult u misschien vragen? Dat wilde ik niet, dat mocht niet van mezelf. Een psychiater was nog steeds voor mij een „vreemd wezen".
Maar uiteindelijk kwam het ervan! Ik begreep dat het zo niet meer verder kon. Dus, naar een psychiater, ('t Was inmiddels begin '81.) Het was een hele stap voor mij, om dat te doen! Na een aantal consulten was de oorzaak gevonden, kreeg ik tabletten (pepmiddelen) en het zou wel goed komen zo. De mecidijnen werkten. Ik had nog nooit zo'n goede zomer gehad, 'k Kon me weer redelijk „bewegen", 'k Had geen last van de angst en depressies meer. Heerlijk was dat om er vanaf te zijn. Ik was intussen van mijn onregelmatige diensten af en had een baan aan een opleidingsschool voor verpleegkundigen (5-daagse werkweek).
Maar dat pep nep kan zijn heb ik ondervonden! De klachten keerden langzaam terug en ten lange leste volgde in oktober vorig jaar ('81) opnieuw een mentale instorting. En flink ook. De jarenlange angsten, frustraties moesten een uitweg hebben. Zo zakte ik als een pudding in elkaar. De angsten waren verschrikkelijk. Ik was eindeloos moe en nog eens moe. Diepe depressies en ontgoocheling overvielen me. Met een stoot medicijnen ging het nog net. Begrijpelijk dat ik m'n werk niet meer kon doen. Immers alles vormde een bedreiging voor me. De angst moest een uitweg vinden. In verhevigde mate kwamen de lichamelijke sensaties terug. Fobieën gingen een rol spelen en deze verhevigden de angst tot en met. Ik durfde nergens meer te komen. Ik was opgesloten in mezelf en alleen thuis en bij m'n vrouw ervaarde ik nog 'n gevoel van veiligheid. Al het andere was bedreiging. Ik wilde slapen, veel slapen en alles vergeten. De dood scheen me het meest mooie. Hoe afschuwelijk ik die gedachte ook vond. En als in de voorgaande jaren deed satan ook nu z'n best me te strikken in zijn helsdonkere macht.
Wat moest ik doen? Ik was er nu onderhand wel achter dat er iets mis moest zijn in m'n diepste „ik". Dus voor de tweede keer naar een psychiater. Een andere overigens. Tot op heden ben ik bij hem onder behandeling. We zijn de weg van de analyse ingeslagen en dat is bepaald geen vrolijke weg. Pijn, ontnuchtering, vallen en opstaan, tipjes van de sluier oplichten. Elke week praatten we een uur en ik moet zeggen dat het een zeer vermoeiende bezigheid was. Nu, na zo'n 8 maanden regel ik de consulten zelf. Veel is er bloot gekomen. Veel is er gespit. Telkens weer baden mijn vrouw en ik om de hulp van de Heilige Geest, omdat Die dieper ziet in het zielsleven en het domein van onderbewustzijn, dan een psychiater kan. Er is geen betere „psychiater" denkbaar. Nu, na jaren, begrijp ik dat psychische bevrijding en geestelijke vrede verschillende dingen zijn.
Veel is er aan het licht gekomen. Al die dingen die u hebt beschreven in IRS herken ik bij mezelf. De zelfhandhavingsdrift als compensatie van minderwaardigheid. De grote eerzucht, enz. Een lange weg is het, om langzaam maar zeker in de crisis te raken. Een lange weg is het om er uit te raken.
Nu besef ik pas dat onderbewuste complexen hun tyrannieke strijd voeren in mezelf. Het ontstaan voert terug tot vroeger jaren. Ik zal dat hier niet beschrijven. Zelf heb ik het ontstaan en de uitgroei naar mijn neurose beschreven voor mezelf. Een deeltje eruit zal ik opschrijven:
„Ik weet dat mijn lichaam haar taal spreekt. Zij vertolkt de klanken der negatieve complexen in m'n onderbewustzijn. Waarom doet zij dat? Het complex is gegroeid. Zij heeft langzaam haar overwinning behaald. De weg terug is een moeizame weg. Een weg van protest. Zoals de weg naar de crisis ook een weg van protest is. Immers, het is een strijd die in m'n „binnenste" wordt gevoerd. In het wezen der neurose is het 't onderbewustzijn, dat vecht tegen de inmenging van het verstand. Ik ervaar dat duidelijk. Mijn verstand zegt „ja" tegen iets, mijn onderbewustzijn protesteert met „nee" door de taal van mijn lichaam b.v. moeheid, die niet wezenlijk is, öf derealisatie (het sterkst in me).
Ook heb ik een aantal stellingen opgeschreven die op mijzelf van toepassing zijn. Eigenlijk samenvattingen van mijn verhaal. Hoewel ik het gevoel heb dat ik er nog lang niet ben, geeft een bepaald inzicht toch opklaring. Maar het steeds „terugvallen" en „schuilen" achter vermeende onmacht steekt telkens de kop weer op. Zo zijn er voor mij telkens weer opnieuw de 3 mogelijkheden die u hebt beschreven (blz. 29). Ik herken ze heel goed, zij het dan niet in een thesis-situatie. Ook mijn geest is vaak troebel en erg ongeconcentreerd.
Een paar stellingen schrijf ik op:
- door de innerlijke disharmonie, ontstaan door scheiding van gevoel en verstand, sta ik m'n eigen volwassen (zelfstandig) wording in de weg;
- prestatiedrang is een negatieve compensatie voor een latent of manifest gevoel van minderwaardigheid;
- de zelfstandigheid die ik dacht te hebben, was geen echte zelfstandigheid, maar krampachtige bewijsvoering;
- ten diepste is de disharmonie debet aan het niet aanvaarden van mezelf;
- bij het wezen van de neurose geldt juist: versta de waarheid, en de waarheid zal u vrijmaken;
- het meest gezonde in het geloof is voor mij op dit moment, me te wennen aan God als Vader. In het „Vader-besef' mag en kan ik mezelf overgeven in Zijn hand. Dat is echte overgave. Vanuit dit rustpunt moet ik het leven in.
Zoekend, schrijvend, pratend en nadenkend heb ik meer inzicht gekregen in mezelf. Maar nog is het moeilijk. Telkens zak ik weer wat terug. Ik stoot zo vaak tegen de „muur". Zelf vergelijk ik m'n situatie soms met een „zijn in een kooi" waar ik maar niet uit kan komen. Het is soms benauwend, maar in de weg van de overgave aan mijn Jezus probeer ik een weg te vinden uit het dal der complexen. Toch rest me nog een vraag aan u. U hebt over uw complexen geschreven. Zij kwamen naar boven, geheel of in gedeelten. Op zichzelf kan je een heel eind zijn als je samenhangende verbanden ziet. Althans, zo ervaar ik dat. Echter, wat doe je er praktisch mee? Ik heb vaak het gevoel dat ik er nu naar zit te kijken, zonder dat ik weet wat ik er mee moet doen. Dat gegeven heb ik gemist in de IRS over wat u schreef m.b.t. uzelf. Of heb ik het niet goed gelezen? Ik ben benieuwd naar uw antwoord.
Mijn verhaal is erg summier. Ik kan niet alles schrijven, 't zou een klein boekje worden. Maar desondanks heb ik 't geschreven als reactie op uw „openheid". Vanzelfsprekend zie ik met belangstelling uit naar het artikel over psychische vrede - geestelijke vrede in het volgende nummer.
Ontvang broederlijke groeten,
God zij met u
ANTWOORD
Inderdaad, hoe je de complexen, wanneer je die eenmaal hebt ontdekt, moet (en kunt) wegwerken, daarover heb ik iri IRS van juli-augustus niet geschreven. Dat zal ik ook nu niet doen. Ik heb daarover wel een apart hoofdstuk in mijn boek geschreven. Maar ik heb daarbij uitdrukkelijk opgemerkt dat ik niet de verantwoording wil nemen, wanneer iemand enkel op grond van de aanwijzingen in mijn boek een complete analyse van zijn onderbewuste zieleleven begint. Dat moet je onder deskundige leiding doen, zeker in het begin.
Een bezwaar is ook dat er nog geen enkel boek is verschenen van iemand die, zoals ik dat heb gedaan, zichzelf zo grondig, gedurende zoveel jaren, geanalyseerd heeft. De vraag is: Kun je wel op het kompas van één mens varen? Zou het niet goed zijn, wanneer spoedig méér boeken zouden verschijnen van mensen, die de weg van hun zelfanalyse beschrijven? Dan zouden de psychologisch-deskundigen daaruit een gemeenschappelijke, voor iedereen (of althans voor de meeste) toegangbare methode kunnen distilleren.
Ik voel mij met deze broeder heel sterk verbonden. Allereerst in zijn tobberijen. Ja, zo heb ook ik het beleefd. Vervolgens ook in zijn geloof. Ook voor mij was Christus de Bevrijder die mij altijd bleef wenken met Zijn genezende licht. Hij heeft ook mij de overwinning gegeven.
Ik heb met deze broeder reeds telefonisch gesproken. Maar ik wil hem ook vanuit deze plaats de hand reiken van de gemeenschap der heiligen, de gemeenschap van de tobbers om onze persoonlijke zonden en om de gevolgen van de zondeval in Adam, én de gemeenschap van de juichers in het heil van Christus.
NIET ANTIPAPISTISCH
In „Lectuurinformatiedienst" van Ned. Bibliotheek- en Lectuur Centrum schrijft de r.-k. Dr. L. A. F. Le Mat over „Het zwaard over de herder":
„Het boek is fel antirooms, maar niet antipapistisch. En de auteur geeft ook de zwakheid van het protestantisme, de grote onderlinge verdeeldheid, toe".
Het deed mij goed van een rooms-katholiek te horen dat hij mijn boek niet met een goedkope typering „antipapistisch" afdoet. Inderdaad, ik heb in IRS meerdere keren gepleit voor het luisteren naar het katholieke bij rooms-katholieken, met name bij de grote geestelijke schrijvers zoals Theresia van Avila, Johannes van het Kruis, Thomas a Kempis etc. Mijn afwijzen van het roomse bij rooms-katholieken komt bij mij op geen enkele wijze voort uit een persoonlijke verbittering of rancune, maar omdat ik overtuigd ben dat het roomse in strijd is met de Bijbel. „Het zwaard over de herder" (uitg. De Banier te Utrecht, 214 blz. ƒ 24,50) kan ook bij IRS besteld worden. In dat geval graag plus ƒ 4,25 verzendkosten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1982
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1982
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
