In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

BEZWAREN TEGEN ADAMS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BEZWAREN TEGEN ADAMS

4 minuten leestijd

Adams heeft dit jaar gesproken op het congres voor Evangelische Hulpverlening van 1-3 april in Dalfsen. Meer dan 450 personen waren daar bij elkaar om dieper inzicht te krijgen in de verhouding psychologie en christelijk geloof.

Ik las daarover een verslag van W. Huizer in De Waarheidsvriend van 20 mei. Huizer slaakt de verzuchting dat we op dit terrein echt naar elkaar moeten luisteren en elkaar niet meteen moeten veroordelen. Hij schrijft:

„Veroordelingen - wederzijds - worden maar al te veel gehoord. Dat was binnen de conferentie soms ook het geval. Wie bijvoorbeeld niet helemaal dacht op de manier van Adams werd al spoedig wat voorzichtiger bekeken door sommigen". Huizer is het blijkbaar niet eens met Adams, wanneer die vaak de indruk wekt alsof wij niets van humanistische psychologen kunnen leren (terwijl Adams zelf totaal anders is gaan denken door wat hij van de humanist Mowrer heeft geleerd). Huizer waarschuwt ervoor dat we dan te veel af doen van het feit „dat God in Zijn algemene goedheid ook mensen die niet in Hem geloven, bruikbare dingen laat zeggen".

Een eerste bezwaar tegen Adams (althans in zijn boek) is dat hij zo heel erg moralistisch overkomt. Ik merkte bij mijzelf een tegenzin tegen zijn zedemeesterlijke prekerij.

Ik miste in zijn uiteenzettingen de warmte van de liefde van Christus. Misschien is hij in de praktijk van de zielzorg anders. Een mens is dan soms heel anders dan wanneer hij zich achter de schrijfmachine zet.

In zijn boek kom ik telkens zijn opgestoken vinger tegen: „Pas op! dit mag jij niet doen!"

De Goede Herder zei ook met alle beslistheid tegen de overspelige vrouw: „Ga heen en zondig voortaan niet meer". Maar wat een liefde lag er in Zijn stem, in Zijn ogen en in heel Zijn optreden. Die houding van de liefde zal die vrouw totaal veranderd hebben.

Die liefde krijgen we alleen door de Heilige Geest (Rom. 5:5). Dat erkent Adams ook. Maar hij schrijft over de Heilige Geest alsof het een „iets" is in de mens en niet een Iemand, die ons heel Persoonlijk leidt.

Natuurlijk belijdt Adams de Heilige Geest als een Persoon. Hij is volkomen orthodox, een volbloed calvinist. Maar van een beleving van het Persoon-zijn van de Heilige Geest merk je niets.

Terecht stelt Huizer de vraag: „Wordt het werk van de Heilige Geest niet te veel geclaimd in een bepaalde methode?"

Een Grieks mensbeeld

Adams hanteert een mensbeeld dat niet uit de Bijbel, maar uit de Griekse filosofie, voornamelijk uit het platonisme stamt. Hij maakt een scherp onderscheid tussen ziel en lichaam. Het terrein van het lichaam hoort onder de doktoren; het terrein van de ziel onder de dominees (of priesters).

Ook bij hen die alle paranormale gaven afwijzen, vindt men eenzelfde Grieks mensbeeld. Een dokter of chirurg kan zo goddeloos zijn als het maar kan, maar omdat hij zich puur met het lichaam bezig houdt en zijn kennis enkel op de wetenschap bouwt, mag een christen volgens hen zich daaraan toevertrouwen. Maar een iriscopist of magnetiseur, die met zijn patiënt vóór de behandeling uit de Bijbel leest en bidt, is demonisch belast.

De Bijbel ziet de mens veel meer als een eenheid. Daarom kon het Hooglied in de canon worden opgenomen. Een preuts puritanisme kan dat nooit begrijpen.

Onjuist bijbelgebruik

Dat is een ander bezwaar tegen het boek van Adams. Hij schrijft: „Om het duidelijk te zeggen: in de Bijbel wordt zowel duidelijk gesproken over problemen die veroorzaakt worden door organische afwijkingen als over problemen die voortvloeien uit een zondig gedrag; maar nergens is sprake van een derde mogelijke oorzaak van problemen, die te vergelijken zou zijn met de moderne opvatting van „geestesziekte". Het ligt op de weg van hen die zo luid beweren dat „geestesziekte" een werkelijk bestaand iets is, vanuit de Bijbel aan te tonen dat dit waar is" (pag. 36). Zo zou men ook kunnen redeneren: De Bijbel kent krachten die uit de natuur zelf opkomen of veroorzaakt worden door demonen, maar nergens is sprake van een derde mogelijkheid nl. dat de mens zelf die krachten uit de natuur opwekt en zeker niet zulke krachten, waardoor de mens in staat is zichzelf en de ganse aarde te vernietigen. Het ligt op de weg van hen die dat luid beweren, vanuit de Bijbel aan te tonen dat dit waar is.

En dát er zo iets als „geestesziekte" bestaat, wil ik in eerste instantie bewijzen uit mijn eigen ervaring.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

BEZWAREN TEGEN ADAMS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's