… en een antwoord
Niet ik heb dat gedaan, maar een groep van vijf studenten aan de universiteit van Utrecht. Zij hebben hun bevindingen neergelegd vn „Een deur op een kier", ondertitel: „Gesprekken over de relatie tussen christelijk geloof en psychotherapie" (143 gestencilde bladzijden, ƒ 11,- plus verzendkosten, te bestellen: Internationaal Christelijk Studiecentrum, Nieuwezijds Voorburgwal 96(1), 1012 SG Amsterdam).
Het is een beschrijving van de interviews die ze gehad hebben met 29 therapeuten (10 psychiaters, 8 zenuwartsen, 10 psychologen en 1 bijna afgestudeerd psycholoog), hoe ze bij die interviews te werk zijn gegaan, enz.
Zij deelden mij echter mee dat wij geen lijst van deze christen-psychische hulpverleners mochten publiceren, omdat die toch al overbezet zijn. Moge dat een stimulans zijn voor christenen, die nog geen universitaire richting hebben gekozen, om psychologie te gaan studeren.
Persoonlijk acht ik dit verslag zeer waardevol. Het zou gebruikt moeten worden op conferenties om aan de hand van deze gegevens verder door te denken over de verhouding psychologie-christelijk geloof.
Wat de psychiater van deze briefschrijver heeft gedaan, verbaast mij zeer. Er zijn heel wat niet-christelijke psychologen, die zulk een opleggen van de eigen overtuiging door een psychiater ten zeerste afkeuren.
Zo zullen de aanhangers van de logotherapie (genezing door zingeving aan het leven) dat principieel nooit doen. Zij zullen binnen het raam van iemands overtuiging met hem zoeken naar een zinvol doel, waaraan de patiënt zich geven kan.
In dit nummer wil ik proberen met de lezers verder door te denken over de verhouding christelijk geloof-psychologie. Ik wil dat met name ook doen door een bijdrage te leveren vanuit mijn eigen verleden. Waarom?
„John W. Drakeford beschrijft hoe Mowrer eens aan een cliënt wat vertelde over zijn eigen moeilijkheden en dat de cliënt daarop antwoordde met het vertellen van nog veel meer gegevens over zijn problematiek. Mowrer was hiervan diep onder de indruk en ontwikkelde opgrond hiervan een hele theorie" (Bij Adams, pag. 150).
In meen dat daar veel waars in zit. Wanneer je jezelf kwetsbaar durft opstellen, zal een mens die tot je komt met zijn nood, ook gemakkelijker zijn eigen problemen openen. De goede herder durft niet alleen zijn leven, maar ook zijn hart ter beschikking te stellen aan de schapen, die zijn hulp nodig hebben.
Natuurlijk heeft dat ook zijn grenzen. Een patiënt is niet gebaat met lange verhalen over de persoonlijke problemen van de hulpverlener en hoe hij die overwonnen heeft. Maar gemeenschap der heiligen betekent gemeenschap van verloste zondaars. En zonden zijn altijd konkreet. We moeten oppassen voor goedkope belijdenissen: „Och ja, we zijn immers allemaal zondaars".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1982
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1982
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
