Theresia van Lisieux
Graag wil ik, in verband met het thema van dit nummer, enkele citaten geven uit het boek: „De Kleine weg der geestelijke kindsheid" van Theresia van Lisieux, waarover abt Looyaard schrijft.
Het boek is vanuit het Frans in het Vlaams vertaald in 1925. Dat zult u wel aan allerlei uitdrukkingen bemerken. Het is een boek over Theresia, waarin echter wel telkens uitspraken van haar worden aangehaald.
Hier volgen de citaten:
Onze onmacht en ellende
Uw onmacht tot beoefening van de deugd, uw slechte neigingen, uw eigenliefde, uw fouten en gebreken, dat alles zijn vruchten van uw akker, dat alles spruit uit uw onvolmaaktheid voort. Wees niet bevreesd dit alles met vaste blikken aan te zien, al die opgehoopte ellenden goed onder ogen te nemen. Doch vooral, wees daarover niet bedroefd; verheug u liever naarmate gij nieuwe bronnen van onmacht, nieuwe afgronden van zwakheid in u zelf zult ontdekken.
Zó deed de H. Theresia van het Kindjezus. „Ik treur er niet om, sprak ze, te zien dat ik de zwakheid zelve ben. Op haar integendeel beroem ik mij, en elke dag verwacht ik mij er aan, nieuwe onvolmaaktheden in mij te ontdekken. Ik beken, zulke verlichtingen over mijn nietigheid doen meer deugd dan verlichting inzake geloof."
Zelfs durfde zij te schrijven: „De Heer heeft grote dingen in mij uitgewerkt, en het grootste van al was dat hij me klaar liet zien mijn zwakheid en mijn onmacht tot enig goed."
„Wat geeft het dat ik dikwijls val! riep zij uit; daaraan voel ik tot mijn groot profijt, hoe zwak ben. Mijn God! Gij ziet waartoe ik in staat ben, zo Gij mij niet op uw armen draagt."
Hier staan we zeker voor één der meest onmiskenbare kentekenen van ootmoedigheid. Een echt nederig mens is immers niet verbaasd dat hij struikelt en valt. Slechts één zaak verwondert hem, 't is dat hij niet dikwijlder en niet dieper valt.
Vertrouwen op God
De grond van ons vertrouwen moeten we niet in ons zelf zoeken, doch in God alleen, in zijn Liefde, in zijn Barmhartigheid, in zijn Rechtvaardigheid zelfs.
Eens dat de ziel die weg van ware kleinheid en geestelijke armoede is opgegaan, ontwaart ze niets meer in zich wat haar toebehoort, behalve haar nietigheid, haar ellende en haar krankheid. Hoe zou ze op haar eigen nietigheid, zo klaar en duidelijk ingezien, nog enigszins kunnen bouwen en vertrouwen? En dat is het onwaardeerbaar voordeel en de uitstekende genade die het leven der geestelijke kindsheid ons biedt. De ziel is dan verplicht uit zichzelf te treden, en buiten om te zien naar de hulp waaraan zij behoefte heeft. Maar tot wie zich wenden tenzij tot haar Hemelse Vader? Tot wie de blikken opslaan tenzij tot Hem die oneindig-goed en oneindig-barmhartig, tot Hem die al-liefde is?
Als wij grondig het Evangelie gaan lezen, dan zullen wij de verrukkelijke en barmhartige liefde van Christus ontdekken. We zouden zien dat wij des te treffender blijken van barmhartigheid ontvangen, naarmate wij ons ellendiger en erbarmelijker voelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1982
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1982
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
