In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

TRAPPEN VAN NEDERIGHEID

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TRAPPEN VAN NEDERIGHEID

5 minuten leestijd

Zoals er groei is in het geloof, zo is er ook groei in de nederigheid.

Anselmus beschrijft zeven trappen van de nederigheid. Bonaventura brengt ze terug tot drie.

De eerste trap

Volgens Bonaventura bestaat de eerste trap van de nederigheid daarin dat men op grond van een helder inzicht in de eigen natuur gaat inzien dat men slechts minachting verdient. „De ootmoedigheid is een deugd, waardoor de mens gering en verachtelijk wordt in zijn eigen ogen; en daartoe komt men door een ware kennis van zichzelf, van zijn ellende, kwade neigingen en gebreken" („De oefening der christelijke volmaaktheid", A. Rodriguez, II, p. 452).

Ik ben het echter met ds. Murray eens dat daaraan voorafgaat de nederigheid als schepsel, die ook Jezus bezat. Juist die nederigheid richt de mens tegelijk op. Want als je heel duidelijk hebt beseft dat je volkomen afhankelijk bent van God, zodat je dus niets meer van jezelf gaat verwachten, dan voel je je tegelijk veilig en geborgen in de grote handen van de Vader van Jezus Christus. Pas daarna kun je rustig overgaan tot de ontdekking van je eigen zondigheid. Anders word je daardoor ontmoedigd of probeer je die zondigheid toch nog op een of andere manier goed te praten.

De tweede trap

„De tweede trap van ootmoedigheid bestaat in het verlangen door anderen geminacht te worden. Verlang onbekend te zijn en voor niets gehouden te worden, zegt Thomas a Kempis (Navolging 1, 2, no. 3)" (a.w.p. 486).

Daar moet dan echter wél aan worden toegevoegd dat je daarin alleen vreugde kunt scheppen, wanneer je zuiver bent ingesteld op de bevordering van Gods eer alleen. Dan kun je God uit de grond van je hart danken, wanneer je bemerkt dat je blij bent vergeten en zelfs achteruit gezet te worden, omdat je je dan inniger kunt terugtrekken in de tempel van je ziel, waar je God alleen aanbidt.

De derde trap

„De derde graad van ootmoedigheid heeft degene bereikt die, ofschoon uitgerust met uitstekende deugden en genaden, en in het bijzonder van de volle achting en eer der mensen, zich hierop in zijn hart niet verheft en niets hiervan aan zichzelf toeschrijft, maar alles terugbrengt tot God als tot de enige bron, waaruit alle goed en alle volmaakte gave voortkomt" (a.w.p. 598).

„De derde graad van de ootmoedigheid bestaat niet in een bespiegelende of dorre kennis dat wij uit onszelf niets verdienstelijks ter zaligheid vermogen; ook niet in de kennis dat God het willen en het volbrengen in ons uitwerkt om ons Zijn goedwilligheid te betonen (Phil. 2 : 13). Die bespiegelende kennis krijgen wij van ons geloof en is zeer gemakkelijk: alle gelovigen erkennen en belijden ze met het hart en met de mond.

Maar deze derde trap bestaat in een beoefende of werkdadige kennis die zo diep in ons hart is ingedrukt dat wij ze bij alle gelegenheden voor ogen hebben en er onze handelingen naar regelen. Dit is echter zoals Ambrosius getuigt een bijzondere gave en een grote genade van God. Om dit te bewijzen haalt hij de woorden van Paulus aan: „Doch wij hebben niet ontvangen de Geest der wereld, maar de Geest die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons van God geschonken zijn" (1 Kor. 2 : 12). De van God ontvangen weldaden en gaven te erkennen en te beschouwen als goederen, die ons enkel en alleen door Gods weldadigheid en barmhartigheid geschonken zijn, is een bijzondere genade des Heeren" (a.w.p. 607).

Dit was de ootmoed van de waarachtige vromen Gods van alle tijden. „Ofschoon overladen met de gunsten en gaven des hemels, geëerd en verheerlijkt door de wereld, achtten zij zichzelve zo gering en nietswaardig en volhardden met zo diepe overtuiging in het bewustzijn van hun geringheid alsof zij geen enkele van al die voortreffelijke gunsten bezaten. Geen ijdelheid had toegang tot hun hart, geen achting of eer van de wereld maakte indruk op hun gemoed, want zij kenden het onderscheid te goed tussen hetgeen zij van God ontvangen hadden en hetgeen zij uit zichzelf waren. Alle gaven, eer en achting beschouwden zij als een goed dat hun niet toekwam, maar aan God toebehoorde van wie zij het ontvangen hadden. Zij erkenden God als de gever van alles en gaven Hem daarom ook alle eer en lof. Zij bleven in hun nederigheid en geringheid doordrongen van de waarheid dat zij uit zichzelf geen goed bezaten en niets goeds vermochten. Vandaar gebeurde het dat zij, ofschoon door iedereen geëerd en op de handen gedragen, zich niet in het geringste verhieven en zich nooit anders beschouwden dan als gebrekkige en nietswaardige schepselen. Zij gaven aan God de eer, die Hem in alle opzichten toekwam en vonden hun grootste genoegen en hun geluk in de verheerlijking van Hem die zich zo milddadig en barmhartig aan hen betoond had" (a.w.p. 608).

Ik ben het wel met deze beschrijving van de derde graad van de nederigheid eens, maar ik ben van de andere kant overtuigd dat wij die graad zoals die hier beschreven is, nooit helemaal zullen bereiken. In de diepte van de ziel blijft de geldingsdrang zich altijd roeren. Maar wél kunnen we groeien in het steeds meer met alle beslistheid afwijzen van elk ijdel eerbejag, elke streling van de zelfvoldaanheid; en dit alleen in de kracht van Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

TRAPPEN VAN NEDERIGHEID

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's