In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

HEKSEN, KETTERS EN INQUISITEURS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HEKSEN, KETTERS EN INQUISITEURS

5 minuten leestijd

Dit boek van A. Zwart en K. Braun (uitg. Fibula-Haarlem, 144 blz. ƒ 24,50 ) bevat de droevige geschiedenis van allerlei vervolging, marteling en vermoording van mensen die verdacht werden van okkulte praktijken, vooral van vrouwen (heksen). Duizenden zijn daardoor onschuldig levend verbrand. De heksenwaan heeft lange tijd als een epidemie gewoed in heel christelijk Europa.

Ik ben erg blij met dit boek, vooral nu in onze tijd opnieuw de angst voor het okkulte en demonische de geestelijke hygiëne van onze samenleving bedreigt. Opnieuw trekken er inquisiteurs door het land om overal mensen verdacht te maken door ze het etiket „okkult besmet" op te plakken.

Wie dit boek leest en van de andere kant weet hoe de angst voor de duivel voor sommigen kunstmatig wordt aangekweekt, vraagt zich met verbazing af: Hebben we dan niets van de geschiedenis geleerd? Is er dan geen enkele schaamte over al die onschuldigen, die in opdracht van de kerk en in naam van Christus destijds werden gefolterd en ter dood gebracht? Moet dit alles zich in onze tijd nog eens dunnetjes herhalen?

Het boek is niet voorzien van een indrukwekkende literatuurlijst, maar wél van vele reprodukties van afbeeldingen en tekeningen. En die reprodukties spreken een vreselijke taal.

Men is begonnen met de heksenvervolging, later heeft zich dat uitgebreid tot de „ketters", dus tot hen die iets anders dan de officiële kerkleer verkondigden. En hoe vreselijk is er op dit gebied niet huisgehouden?

Men noemde de ketteropsporing „een bijzondere rechtspleging". Maar het woord „recht" was daarbij volkomen misplaatst. „Immers: een verdediger was niet toegestaan; de aanklagers bleven anoniem; beschuldigingen van misdadigers zoals dieven en moordenaars, ook van prostituées, werden ernstig genomen; een mogelijkheid voor hoger beroep op een vonnis was er niet. Bekentenissen werden onder foltering afgedwongen. In 1252 gaf paus Innocentius IV met zijn bul Ad extirpenda aan de inquisitie officieel toestemming om de pijnbank te gebruiken" (pag. 63).

„Meestal werd begonnen met de duimschroeven. Daarmee werden de botten nog net niet verbrijzeld. Hield de verdachte stand, dan ging men tot het zogenaamde „snoeren" over. Hierbij werden hennepkoorden om de armen gebonden en vervolgens heen en weer gesjord. De koorden scheurden eerst de huid kapot en vraten ten slotte het vlees weg, tot op het bot.Na de duimschroeven begon men ook wel met de „ladder". Het slachtoffer werd daarbij…" (pag. 66) Lezer(es), vindt u goed dat ik niet verder ga met het citeren van deze ontzettende vergrijpen aan een medemens, nogmaals in de naam van Christus?

„Konrad von Marburg (een beruchte inquisiteur. H.J.H.) maakte het zich bij zijn ketterjacht erg gemakkelijk. Hij beschuldigde de verdachten ervan lid te zijn van de sekte der Luciferanen of duivelisten. (In onze tijd zou men spreken over „satanisten". H.J.H.). De aanhangers van deze sekte zouden de duivel of Lucifer aanbidden. Voor deze beschuldiging vond Konrad een nauwgezet onderzoek overbodig. De verdachte kon bekennen en kreeg dan een geldboete opgelegd. De boeteling werd b.v. het hoofd kaalgeschoren. Wie ontkende, wachtte de brandstapel. Zo eenvoudig was dat" (pag. 77).

Moet dit nu terugkeren? Wie de bul die Gregorius IX in 1233 uitvaardigde over de duivelaanbidders leest (pag. 80), en die vergelijkt met de griezelverhalen van sommige, in evangelische kringen geliefde, boeken en brochuurtjes, ziet nauwelijks enig verschil.

Uit de heksenvervolging ontstond de kettervervolging

„Het geloof aan de duivel en diens demonenleger werd na de elfde eeuw sterker en sterker. De kerk werkte daar ijverig aan mee. Het bleek immers een betrekkelijk gemakkelijke methode om ketters te bestrijden door ze van duivelsbezwering te beschuldigen. Had een ketter eenmaal onder zware marteling toegegeven dat hij aan een heksensabbat had deelgenomen, dan hoefde men niet verder te gaan" (pag. 93).

In IRS van maart schreef ik op pag. 27 (hoe mej. E(ls) N(annen) een discussie met mij over een theologische vraag aldus beëindigde: „U bent omgegaan met pinkstermensen en dus bent u okkult belast. Daarom kunt u niet meer helder over deze dingen denken". Is dat in wezen niet dezelfde methode die ook de kettervervolgers van toen in praktijk brachten?

„De theologen ontpopten zich als gewetensvolle duivelbestrijders. En gewetensvol wilde in die tijd zeggen dat ze hun hele demonologie of duivelsleer opbouwden volgens een verfijnde wijsgerige methode. Hun hele systeem was louter gebaseerd op redeneringen. Zo kwamen ze tot de meest fantastische stellingen en beweringen" (pag. 95).

De meest beruchte groot-inquisiteur is Torquemada, een dominikaan, geweest. „In de 18 jaar dat hij werkzaam was, zou hij meer dan 10.000 mensen op de brandstapel hebben gebracht. En een kleine 100.000 lieden werden tot minder zware straffen veroordeeld" (pag. 132).

„In de Noordelijke Nederlanden werden na 1610 geen heksen meer op de brandstapel gebracht. Dit was voor een protestants land wel opvallend. Want in andere protestantse gebieden had men met het katholicisme zeker niet het heksengeloof afgezworen. De heksenwaan zette zich in de protestantse landen onverminderd voort tot ongeveer 1700" (pag. 142-143).

En nog eens de vraag: Moet die heksenwaan dan nu weer bij ons terugkeren?

GETUIGEN VAN JEHOVA over bidden in tongen

Volgens Kracht van Omhoog stond in „De Wachttoren" van 15 nov. '81:

„ Volgens Hand. 8:18 werd door middel van de oplegging der handen van de apostelen de geest gegeven. Het is dan ook logisch dat bij de dood van de apostelen het doorgeven van de gaven van de geest, met inbegrip van de gave der tongen, ophield".

Het is een vertroosting te weten dat God Zich niet stoort aan onze, vaak zo hoogmoedige, menselijke logica. De Schrift alleen is onze norm en veilige gids.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 mei 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

HEKSEN, KETTERS EN INQUISITEURS

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 mei 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's