Meditaties bij de voorpagina
Deze foto maakte ik in onze tuin, nadat die was toegedekt onder het zuiver-witte kleed van versgevallen sneeuw. Een aarzelende winterzon strooide er wat zacht licht overheen.
En dan die enkele voetstappen, diep ingedrukt. Die voetstappen deden mij denken aan de sporen, die God overal in Zijn schepping achterlaat; sporen van Zijn heerlijkheid, Zijn wonderbare gedachten, Zijn liefde.
Wij kunnen God alleen maar zien in het voorbijgaan. De Heere zeide tot Mozes: „Gij zoudt Mijn aangezicht niet kunnen zien; want Mij zal geen mens zien en leven. De Heere zeide verder: Zie, er is een plaats bij Mij; daar zult gij u op de steenrots stellen. En het zal geschieden, wanneer Mijn heerlijkheid voorbij zal gaan, zo zal Ik u in een kloof der steenrots zetten; en Ik zal u met Mijn hand overdekken, totdat Ik zal voorbijgegaan zijn. En wanneer Ik Mijn hand zal weggedaan hebben, zo zult gij Mijn achterste delen zien; maar Mijn aangezicht zal niet gezien worden" (Ex. 33:2023).
Als de sneeuw gevallen is, zien wij van achteren de smetteloze majesteit Gods die aan ons is voorbijgegaan. Het is alsof de aarde dan even stil is geworden. Alle geluid wordt gedempt. De witte takken van de bomen fluisteren het elkaar toe: „Dat was Hij!". Zij verkondigen de luister van hun Maker.
Als in de lente alles weer openbloeit, als de vogels weer hun lied gaan zingen en naar elkaar gedreven worden om samen het leven van hún soort weer verder door de eeuwen heen te dragen, dan is die bloesem, waarmee de natuur zich tooit, dan is dat nest, dan zijn die eieren en straks de jongen, één grote symphonie met een onzichtbare dirigent, één koor dat almaar door Hem huldigt: „Hoe groot zijt Gij! Hoe groot zijt Gij!"
Verkondig Gods eer samen met de hemelen
Merkt ú al dat mooie wel eens op en verenigt u zich dan met die lofzang van de schepping? „Aanziet de vogelen des hemels… aanmerkt de leliën des velds" (Mt. 6:26 - 30). „Toen leidde Hij hem (Abraham) uit naar buiten en zeide: Zie nu op naar de hemel en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt" (Gen. 15:5).
Als u iets moois hebt gemaakt, waarop u heel erg uw best;- hebt gedaan, dan vindt u het toch ook fijn, wanneer anderen dat opmerken en er iets over zeggen. Zou God het dan ook niet fijn vinden, wanneer wij Zijn prachtige schepping zien en Hem erom huldigen? Hoe vaak hebt u dat reeds gedaan?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1982
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1982
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
