In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Hoe ontstond het thema van dit nummer?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe ontstond het thema van dit nummer?

10 minuten leestijd

Heel ons leven wordt geleid. En het is wonderbaar dat telkens te mogen ervaren. Dan kun je zo héél, heel dankbaar gestemd zijn. Je weet je veilig in Gods Vaderarmen, veilig bij Zijn Zoon, Jezus Christus, de goede Herder.

Dat geldt heel bijzonder bij het redigeren van een blad als het onze. Dat is een heel verantwoordelijk werk.

Tranen die niet meer opdrogen.

Als het goed is, dan hanteer ik daarbij het Woord Gods. Maar dat Woord is een twee-snijdend zwaard. Het snijdt door de ziel heen. Het kan een mens nameloos verwonden, zodat hij schreien gaat, zó zelfs dat zijn tranen nooit meer helemaal opdrogen. Hij heeft éénmaal heel duidelijk gezien hoe hij de heilige, de algoede God dóór en dóór gekrenkt en beledigd heeft door zijn zondige bestaan. Hij heeft gezien dat God hem daarom voor altijd had moeten verwerpen als vervloekte in het onuitblusbare vuur. Maar hij heeft tevens gezien dat Gods liefde zó groot is dat Hij dat niet heeft gewild en zelfs Zijn eigen Zoon niet heeft gespaard om mij… om mij … te kunnen redden.

En als je dat duidelijk gezien hebt, dan is je ziel in beweging gekomen. Dan is er een bron in je gaan stromen. Dan keer je daar altijd weer naar terug: naar dat kruis, waaraan Hij, Gods eniggeboren Zoon, hing dood te bloeden… voor mij! Dan zijn er de tranen van de vreugde, vermengd met de tranen om de zonde in mij waar ik nooit helemaal van los kom. O God, mijn Zonne, ik zing om U.

Spreek, Heere, want Uw knecht hoort (1 Sam. 3:9)

Daarom vraag ik altijd aan de Heere of ik IRS zó moge redigeren als Hij het wil. Dat is in het verleden lang niet altijd het geval geweest. En helemaal zuiver Zijn wil doorgeven zal ik nooit kunnen. Er komen altijd ook andere stemmen in mij naar boven, stemmen van mijn zondige „vlees". Daarom blijft deze eindredaktie altijd een worsteling, een smeking, een intense poging om Zijn stem op te vangen en juist door te geven.

Een boekbespreking

Het thema van dit nummer ontstond naar aanleiding van onderstaande boekbespreking:

HEERE, LEER ONS BIDDEN, 83 blz. ƒ 8,90, zonder vermelding van auteur, uitg. Interlektuur Arnhem.

Dit boekje kan misschien hulpdiensten verrichten voor hen die willen leren bidden. De stijl is prettig. In elk geval heeft het boek waarde doordat veel Bijbelteksten uitvoerig worden aangehaald.

De schrijver geeft allerlei methoden aan, hoe de mens tot God kon naderen. Mijn bezwaar is echter dat het boek te veel suggereert dat het wezen van het gebed zou worden bepaald door het in praktijk brengen van deze methoden.

Grijpen vanuit gegrepen-zijn.

Ik weet wel dat bij de onderhouding van een goed gebedsleven ook zelfdiscipline een rol kan spelen. Paulus beschrijft in 1 Kor. 9:27 hoe hij zichzelf tuchtigt en in bedwang houdt. En hij vermaant Timotheús: „Oefen uzelf tot godzaligheid" (1 Tim. 4: 7).

Maar het ware gebed moet toch ook iets van een gegrepenheid hebben. Dezelfde Paulus schrijft: „Niet dat ik het reeds verkregen heb of reeds volmaakt ben; maar ik jaag er naar of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik door Christus Jezus ook gegrepen ben" (Phil. 3:12). Omdat Paulus zich door Christus gegrepen weet, jaagt hij ernaar om de volmaaktheid te bereiken. En tot die volmaaktheid hoort als hoogste vorm de eenheid met God in het gebed.

Dít element nl. dat je eerst door Christus gegrepen moet zijn, voordat je\naar Hem grijpen gaat, mis ik in het boekje.

Gebed komt over je

Ik mis ook het bijbelse gegeven dat het gebed iets is dat over je komt, iets dat je ondergaat.

Het bidden zoals het hier beschreven wordt, speelt zich allemaal af in de sfeer van de begrippen en stellingen, van de verstandelijke overdenkingen en de wilsbeslissingen.

Dat viel mij sterk op, toen ik de beschrijving las over de hoogste vorm van het gebed, nl. de aanbidding.

Dan staat er: „Aanbidding betekent God te loven voor wie Hij is" (p. 31). Op zichzelf is dat juist. Maar om dan de lezer te brengen tot de aanbidding somt de schrijver allerlei redenen op, waarom men God moet aanbidden, dus wie Hij is, bv.: „God is almachtig, alomtegenwoordig, alwetend, onveranderlijk enz. …", met telkens Bijbelteksten als bewijsplaatsen.

Is aanbidding de opsomming van Gods volmaaktheden?

Nu is het waar dat de almacht, de alwetendheid, de alomtegenwoordigheid en allerlei andere volmaaktheden redenen zijn om Hem te aanbidden. Maar de aanbidding is oneindig veel meer dan alleen maar ja - zeggen op die aanbiddenswaardigheden van God. Een vergelijking:

Waarom houdt een man van zijn vrouw? Omdat zij allerlei deugden, volmaaktheden, goede hoedanigheden en capaciteiten heeft? Beslist niet. Want het is mogelijk dat een andere vrouw dezelfde voortreffelijkheden in veel grotere mate bezit; en toch houdt hij niet van die andere vrouw, maar van zijn eigen vrouw. De liefde voor zijn vrouw is niet het resultaat van de opsomming van haar goede hoedanigheden.

En zo is het ook in de verhouding tot God God aanbidden is oneindig veel meer dan de opsomming van al Zijn volmaaktheden.

Het valt mij overigens op dat volgens de schrijver er slechts „vier elementen zijn waaruit het gebed bestaat: aanbidding, schuldbelijdenis, dankzegging en voorbede" (p30). Allerlei andere vormen van gebed noemt hij niet eens bv. de uiting van je liefde tot God, het eenvoudig vreugdevol zich bevinden voor Gods aanschijn, het uitspreken van je volkomen vertrouwen in Hem, de beleving van je deelhebben aan Gods natuur (2 Petr. 1:4), het je verenigen met de onuitsprekelijke zuchtingen van de Heilige Geest in je (Rom. 8:26), enzovoort.

Mijn gedachten fladderden de wijde wereld in

Zelf zou ik bij zulk een manier van bidden zoals in dit boekje beschreven wordt, niet kunnen leven. Ik heb dat vroeger wel geprobeerd in het klooster. Tijdens de avondmeditatie die wij gedurende een half uur geknield beoefenden, werden beschouwingen voorgelezen over het lijden van Christus. Eén van de methoden die werd aangeprezen om die meditatie goed te volbrengen, was dat we ons allerlei vragen over het voorgelezene gingen stellen, zoals: Wie is het die lijdt? Wat lijdt Hij? Waarom lijdt Hij? Voor wie lijdt Hij?

En op grond van de beantwoording van die vragen moesten we dan proberen gevoelens in ons op te wekken of althans ons te brengen tot allerlei juiste uitingen van onze wil zoals berouw over onze zonden, geloof, hoop en liefde en vooral ook het besluit om ons leven te beteren.

„Ik was echter meestal vlug klaar met de beantwoording van deze vragen, en dan fladderde mijn fantasie al spoedig de bidkapel uit. Zolang ik deze afdwaling van mijn vermoeide verbeelding niet bemerkte, was het nog geen zonde. Maar als ik er bewust aan toegaf, dan betekende het een dagelijkse zonde voor mij. (De straf voor een dagelijkse zonde is het vagevuur). Telkens opnieuw trachtte ik dan ook terug te keren tot het onderwerp. Maar ook steeds weer glipte deze vogel onder mijn handen vandaan en zwierf met mij rond in het land der dromen" („Mijn weg naar het licht", p. 54).

Toen ik dan ook, na mijn uittreden uit de R.-K. Kerk, tot de persoonlijke overgave kwam aan Jezus Christus als mijn volkomen Zaligmaker, werd alles anders. Sindsdien ervoer ik altijd de vreugde van het weten dat Hij door genade in mij woont. Sindsdien was mijn gebed ten diepste een mij één weten als een rank met deze Wijnstok, een besef van volkomen geborgenheid in Gods Vaderarmen. Sindsdien heb ik ook nooit meer getracht die vroegere methode opnieuw in praktijk te brengen. Ik had er totaal geen behoefte aan. Ik wist mij „gegrepen door Christus".

Maar…

… misschien zijn er andere gelovigen - en daar hoort blijkbaar de schrijver van dat boekje ook onder - die wél kunnen leven met zulk een min of meer rationele gebedsmethode. Dan wil ik daar geen kwaad woord over zeggen.

Immers we hebben allemaal als gelovigen toch ook nog onze eigen aanleg, karakter en achtergrond. „Maar gij, wat oordeelt gij uw broeder" (Rom. 14:10). Elk vogeltje, ook een bijbels vogeltje, zingt en bidt zoals het gebekt is.

Ik meen echter dat er heel wat meer gelovigen zijn, die aan zulk een boekje niet genoeg hebben. Zij zouden liever een boek lezen waarin wordt uitgeweid over het woordeloze gebed, het gebed dat alleen maar een intens liefdevol vertoeven is voor de Heere, een rusten bij en in Hem, een heilige overgave, een één-zijn met Hem en in Hem.

Bidden is voor mij pas echt en rijk, wanneer zich daar ineens dat onbeschrijfelijke voor mij opent, de Onbeschrijfelijke van Wie ik weet en zie dat Hij mij liefheeft in Christus. Bij mij is het steeds alsof de Geest mijn geest openwaait tot gebed. Tot zo ver deze boekbespreking.

Ik sprak met twee gelovigen over deze boekbespreking. Zij zeiden tegen mij: „U bent veel te mild. U moet duidelijk zeggen dat dit woordeloze gebed, dit drinken uit de volheid van Gods levende Geest, voor iedere gelovige bestemd is". Ik heb daar lang over nagedacht. Ik heb het ook aan de Heere gevraagd: Is dat zo?

En toch durf ik nog steeds niet te zeggen dat de Heere deze diepte van gebed aan iedereen wil geven. Allereerst is daar de soevereiniteit Gods. Niemand van ons kan ook maar enig recht laten gelden op zulk een intens-heerlijke verborgen omgang met God.

Maar, zo zal men zeggen, het is een genaderecht dat God in Christus aan elke gelovige beloofd heeft.

Is dat zo? In de Bijbel wordt toch ook vaak genoeg gezegd dat de Heere Zijn gaven wil schenken aan iedereen naar de mate Hij dat wil.

En ik ben zo bang om eigen belevingen als een norm aan anderen voor te houden. Er zijn in het verleden al zoveel brokken gemaakt door christenen die meenden dat hún beleving, hún visie, de juiste weergave zou zijn van wat de Heere aan iedereen wil geven. De belofte Gods wordt dan tot een gebod gemaakt.

Het leek mij veel beter om te proberen in dit nummer enigszins te beschrijven wat met dat woordeloze gebed is bedoeld.

Degenen die deze gave reeds bezitten, zullen hun bidden daarin herkennen en zich er om verblijden. En anderen die het nog niet bezitten maar voor wie het wel bestemd is, kunnen misschien daardoor geleid worden naar deze geheimenissen van de liefde Gods in Christus.

Intussen las ik in Gereformeerd Weekblad (uitg. Boutens) een artikel van ds. H. Visser over het gebed. Een gedeelte daarvan wil ik hieronder laten volgen, want hij tekent met enkele woorden wat ook ik bedoel:

Bewust danken leidt tot lofzegging, tot het bezingen van de onvergankelijke heerlijkheid van GoVan deze lofprijzing zijn de Psalmen vol. Alles wat adem heeft, looft de Heere. Hem nu die machtig is, meer dan overvloedig te doen, boven al wat wij bidden of denken, Hem zeg ik zij heerlijkheid in de gemeente, door ChristusJezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid (Efe3 :20 en 21). Aanbidding op aarde en in de hemel is de hoogste vorm van het gebed. We stijgjubelend naar boven en buigen tegelijk het diepst voor God in het stof.

Aanbidden is woordeloze dank en verwondering. Het is de klaarheid van de hemelse lof zang dide ogenblikken ruist door ons hart. Het is voorsmaak van de hemelse vreugde, die ons optilt vrijmoedig de ander opwekt: Komt, maak God met mij groot.

De aanbidding is niet alleen bestemd voor de hemel, al zal zij daar volmaakt zijn. De aanbiddinbehoort tot de gebedsoefening op aarde. Het verdiept ons gebed als we de lofprijzing kenne

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Hoe ontstond het thema van dit nummer?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's