In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

zekerheid bij het BIDDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

zekerheid bij het BIDDEN

5 minuten leestijd

Maar soms weet ik niet wat ik bidden moet. Een voorbeeld. Op 15 januari hadden wij degenen die op onze advertenties in De Brug van Nijmegen en omstreken gereagereerd hadden, uitgenodigd voor een gespreksavond.

Toen ik naar Nijmegen reed, wilde ik vanzelfsprekend voor die avond bidden. Maar ik wist niet wat ik de Heere vragen moest.

Ik kon Hem wel vragen dat Hij veel mensen naar die samenkomst zou brengen. Maar ik had geen zekerheid dat Hij dat ook zou willen. Immers mijn wensen is nog niet Zijn willen.

Ik kon Hem ook vragen of Hij die avond zou willen zegenen. Maar ook daaromtrent had ik geen zekerheid. Het zou immers mogelijk zijn dat Hij in Zijn raad besloten had die avond niet te zegenen.

Ik had dus geen enkele zekerheid omtrent de wil van de Heere over die avond. Nu zou ik mij wel hebben kunnen opzwepen tot zekerheid, of althans had ik mij met al de inspanning van mijn wilskracht tot zulk een „geloofszekerheid" kunnen opwerken. Maar ik zou dan tegelijk weten dat dit louter een geloofszekerheid zou zijn als produkt van het „vlees", van de wil van een man (Joh. 1:13), maar niet een geloofszekerheid die uit God geboren is.

Een treurige avond in Nijmegen.

En tóch had dat iets onbevredigends voor mij. Vaag vermoedde ik dat dit toch ook niet Gods bedoeling kon zijn dat ik dan maar niet zou bidden voor die avond. Een week later reed ik vanuit Eindhoven mee met br. den Boer naar Maastricht, waar we voor die avond opnieuw degenen die gereageerd hadden op onze advertenties in De Limburger (dat aantal is intussen gegroeid tot 88), hadden uitgenodigd.

In de auto vertelde ik hem over mijn moeilijkheid met mijn bidden op weg naar Nijmegen en ook over de avond zelf. Die samenkomst was nl. een droevige vertoning geworden.

We waren met acht, waaronder twee Getuigen van Jehova. Er was echter ook iemand die rooms-katholiek was geweest, daarna gereformeerd (syn.) was geworden, toen overgegaan naar de vrijgemaakte Kerk, die hij intussen weer verlaten had. Deze heer deed de hele avond dienst als stoorzender. Wanneer ik probeerde de aandacht te richten op de levende Christus, de gekruisigde en opgestane Heiland, kwam hij er telkens tussen met dogmatische twistpunten: over de Doop, over de ware kerk van Christus enzovoort.

Ook de Getuigen van Jehova mengden zich op den duur in het gesprek, wat hun goed recht was. Maar als protest daartegen stond één van de aanwezigen op en zei:

„Met deze mensen wil ik niet samenspreken". Hij gaf ieder een hand behalve deze Getuigen van Jehova. Ik vermoedde dat hij meende zo te moeten handelen op grond van 2 Joh. 10 (en later zei hij mij dat dit inderdaad het geval was geweest), maar ik kon dit optreden toch niet goedkeuren. Ik geloof niet dat de apostel Johannes in dit geval zo zou hebben gehandeld. Ik meen dat het niet juist is om van de veronderstelling uit te gaan dat Getuigen van Jehova niet tot bekering kunnen komen. Ik meen dat Johannes bedoelde: „Geef aan dwaalleraars geen ereplaats in de gemeente; geef ze geen gelegenheid om daar hun dwalingen uiteen te zetten", (ik meen nl. dat Johannes met „de uitverkoren vrouw en haar kinderen" (v. 1) de gemeente bedoelt en met „huis" in v. 10 de plaats waar de gemeente samenkomt). Maar wij waren daar niet als gemeente van Christus samen. Het was een gespreksavond over het Evangelie.

Aan het einde van de avond zei ik: „Gewoonlijk beëindig ik zulk een bijeenkomst met gebed. Maar deze avond heb ik daar moeite mee. We hebben vaak de naam van de Heere God en van Zijn Gezalfde, Jezus Christus, op de lippen genomen. Maar de eerbied ontbrak. We hebben geprobeerd de heilige God te leggen op de snijtafel van ons redenerende en discussiërende verstand. Nu past ons slechts één gebed en dat is het gebed van de verootmoediging".

Maar nauwelijks was ik uitgesproken of bovenvermelde ex-rooms-katholiek, exgereformeerde en ex-vrijgemaakte begon weer te discussiëren: „Maar ik ben overtuigd dat de Getuigen van Jehova met zulk een gebed niet willen meedoen". Ik antwoordde: „Dat is niet úw zaak, maar hun zaak". Maar ook daar ging hij weer op in. Toen heb ik de avond maar beëindigd zonder te bidden.

De oplossing: het bidden van Abraham

Dat alles vertelde ik ook br. den Boer. Hij wees mij toen op het bidden van Abraham. En ineens wist ik het. Ja, zoals Abraham pleitte, kun je altijd bidden. Mijn moeilijkheid was meteen opgelost. Hoe? Daarover in het volgende artikel.

GODS BESTE GEHEIMEN

Wilt u ingeleid worden in het Woord-rijke en tegelijk woordeloze gebed, zoals in dit nummer beschreven, dan raad ik u heel sterk aan om u aan te schaffen: „Gods beste geheimen - Voor uw dagelijks geloofsleven" van ds. Andrew Murray (die zes keer voorzitter was van de Ned. Gereformeerde Kerk van Zuid-Afrika). Overdenkingen voor elke dag van het jaar, 581 blz. voor slechtsƒ 28,50, uitg. GazonDen Haag. Kan ook bij ons besteld worden. In dat geval graag plus ƒ4,portokosten. Gebonden met stofomslag kost het boek ƒ 39,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

zekerheid bij het BIDDEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's