In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

AFBRAAK VAN DE BIJBEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

AFBRAAK VAN DE BIJBEL

9 minuten leestijd

„De Open Poort dient ter ondersteuning van het evangelisatiewerk in België. De redaktie wordt gevormd door leden van de Verenigde Protestantse Kerk in België". Dat staat te lezen op de achterpagina van het novembernummer 1981, dat geheel gewijd is aan het thema „Homofilie" en tegelijk het gezag van de Schrift volkomen ondermijnt.

Ds. J. van Veen heeft een artikel: „Bijbel en homofilie". Hij somt de Bijbelteksten op, die over de homosexualiteit handelen nl. Gen. 1:26-28; Gen. 2:18-25; Gen. 19; Leviticus 18:22 en 20:13; Rom. 1: 26-27; 1 Cor. 6:10 en 1 Tim. 1:10.

Over die teksten zegt ds. van Veen dan: „Het kan niet ontkend worden dat de homoseksuele beleving in bovengenoemde Bijbelteksten in scherpe bewoordingen wordt veroordeeld (over dhomofiele ge r i c h t h e id wordt in het geheel niet gesproken). Om die stellige afwijzing van homoseksualiteit kunnen we niet heen: het staat er gewoon!".

Je zou dan van een (althans reformatorische) christen verwachten dat volgens hem de vraag of homosexuele handelingen geoorloofd zijn, ja of nee, daarmee beantwoord is.

Immers de Schrift is het Woord van God en heeft dus het laatste woord. De Schrift is het einde van alle diskussie. Wanneer de Schrift de homosexualiteit stellig afwijst, dan moeten ook wij dat doen.

Mét de Bijbel in het kraampje der schande.

Maar dat is niet het geval. Ds. van Veen wijst niet de homosexuele beleving af, maar de Schrift. Die is er helemaal naast. De Schrift staat het geluk van bepaalde mensen (hier: de homofielen) in de weg.

Hoe weet ds. van Veen dat zo zeker? Hij schrijft: „ Wij hebben vandaag - dank zij het wetenschappelijk onderzoek - een beter idee hoe de mens in elkaar steekt dan de mensen van twee- of drieduizendjaar geleden ".„De indrukwekkende hoeveelheid kennis die de mensheid in de hop van al die eeuwen daarna vergaderd heeft, mogen - ja móeten - we bij ons bijbellezen laten meespelen en dan doen we Mozes of Ezra of Paulus bepaald geen onrecht aan, wanneer we zeggen dat wij bepaalde dingen beter weten dan zij".

En degenen die zonder meer aan de Schrift willen vasthouden, ook wanneer die de homosexualiteit afwijst, doen dat volgens ds. van Veen„ voor eenflink deel in iedergeval ook, omdat die tekst te pas komt in hun kraam vol vooroordeel".

Goed; dat weten we dan. Maar ik sta liever in het kraampje der schande, samen met de Bijbel, dan met ds. van Veen te verblijven in de paleizen van hen die het gezag van de Bijbel op een dergelijke wijze aanranden.

Bloedworst

Ds. van Veen probeert dan degenen die aan het gezag van de Bijbel willen vasthouden, in het nauw te drijven door de bewering dat wij ook niet alles wat de Bijbel leert, aanvaarden. Hij geeft enkele voorbeelden, waar ik graag op wil antwoorden. Hij stelt de volgende vragen:

a. Welke liefhebber van bloedworst zal zich nog in geweten bezwaard voelen naar aanleidhet antwoord, dat het apostelconvent in Jeruzalem gaf aan de gemeente te Antiochië (Hamet name v. 20 en 29)?

ONS ANTWOORD:

Deze bepaling werd gegeven als een tegemoetkoming aan de christenen uit de Joden, maar niet als een gebod dat zonder meer voor alle tijden zou gelden. Dat blijkt duidelijk uit het geheel van de brief „aan de broeders uit de heidenen, die in Antiochië en Syrië en Cilicië zijn" (v. 23).

Dat blijkt ook uit de interpretatie die Paulus van die besluiten heeft gegeven: „Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar alle dingen zijn niet nuttig" (1 Kor. 6:12). „Alle dingen zijn wel rein; maar het is kwaad voor de mens die met aanstoot eet. Het is goed geen vlees te eten noch wijn te drinken noch iets waaraan uw broeder zich stoot of geërgerd wordt" (Rom. 14: 20-21).

Op grond van die beginselen van Paulus zal ook ik geen bloedworst eten, wanneer ik bezoek heb van een Jood of een christen uit de Joden, omdat ik weet dat ik daardoor een belemmering zou kunnen zijn voor de voortgang van het Evangelie. Maar om dezelfde reden drink ik geen sterke dranken, omdat ik meen dat het moeilijk is om op geloofwaardige wijze van achter een borrel de heerlijkheid van de /ergeving der zonden door het kruis van Christus te verkondigen. Ik weet echter iat anderen dat juist wél doen, omdat zij van oordeel zijn dat ze aldus benadrukken iat het Evangelie geen ascese van ons vraagt, maar alleen geloof in Christus. En ik veroordeel deze broeders en zusters allerminst.

Abram en Sarai bij het concentratiekamp

>• Welke, moderne, westerse vrouw zal zich door haar echtgenoot een behandeling welgevallen als Sarai door Abram, de latere „vader van alle gelovigen" (vgl. Gen. 12:10

ONS ANTWOORD:

De Jood Victor Frankl, de stichter van de derde Weense school (van de zielkunde), te Logotherapie, schrijft ergens over een Joodse man en vrouw, die van elkaar vorden gescheiden bij de poorten van het concentratiekamp. Dan zegt de man tot ijn vrouw: „Zorg dat je in elk geval blijft leven". En uit de manier waarop hij dat egt, begrijpt zij voldoende wat hij bedoelt nl. dat zij zich geen verwijt moet maken egenover hem, wanneer de nazi's sexuele omgang met haar willen hebben en haar nders met de dood bedreigen. Het gaat er boven alles om dat zij blijft leven; en ervolgens om de hoop dat ze elkaar dan straks misschien nog terugvinden,

rankl beschouwt die raad van deze man als uiterste liefde. Hij wil niet dat zijn rouw zichzelf kwelt met allerlei gewetensbezwaren, wanneer dit vreselijke haar ou overkomen en zij haar toestemming zou geven. Zij zal dat immers alleen maar oen uit liefde voor haar man, omdat dit de enige mogelijkheid kan zijn om hem og ooit terug te krijgen.

De veelwijverij van de aartsvaders

En zouden de aartsvaders (Abram, Isaac enJacob) ten tijde van Paulus in aanmerking gekomen zijn voor het ambt van opziener ofdat van diaken (denk aan hun polygamie en vergelijk dat Paulus' voorschrift in 1 Tim. 3:2 en 12)?

ONS ANTWOORD:

1. Jezus heeft hierover gezegd: „Mozes heeft vanwege de hardheid van uw harten u toegelaten uw vrouwen te verlaten; maar van de beginne is het alzo niet geweest. Maar Ik zeg u …" (Mt. 19:8 e.v.).

2. Ds. van Veen ziet voorbij aan de belofte van het Nieuwe Verbond, waarover we lezen injer. 31. Daar spreekt de Heere aldus over dat Nieuwe Verbond dat Hij met het huis van Israël sluiten zal: „Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en ik zal die in hun hart schrijven" (v. 33).

Over de betekenis van dat Nieuwe Verbond kan ik hier niet uitwijden. Ik heb daar uitvoerig over geschreven in een boek, waarvoor ik hoop een uitgever te vinden en dat tot titel draagt: „Volk Gods en gemeente van Christus".

De unieke positie van Israël

(d.) Op grond waarvan durft men de inkonsekwentie aan om enerzijds met een beroep op de Sde vermeende gruwel van homosexualiteit te veroordelen, terwijl men anderzijds niet de daagestelde doodstraf bepleit (vgl. Lev. 20:13)?

ONS ANTWOORD:

1. Wij behoren niet tot 't nationale volks Gods, Israël, aan wie God deze wetten had gegeven als aan Zijn theokratisch geregeerde volk. Wij zijn het volk Gods uit de heidenen (Hand. 15:14). Geen enkele andere natie (staat) is theokratisch geregeerd zoals de natie Israël dat was. Daarom kunnen wij ook niet vergen dat dergelijke wetten, die bij ons volledig in de sfeer van het burgerlijk wetboek zouden passen, zonder meer door ons zouden moeten worden overgenomen. Israël heeft nu eenmaal een unieke positie in Gods leiding van de wereldgeschiedenis gehad.

2. Vervolgens moet ik zeggen dat ook ik die harde wetgeving van Lev. 20:1 3 niet begrijp. Maar wie ben ik dat ik God daarover ter verantwoording zou mogen roepen?

Ik buig mij voor Zijn, voor ons mensen ondoorgrondelijke, raadsbesluiten en verordeningen. Ik heb er dan ook geen behoefte aan om God te verdedigen tegenover ds. van Veen of tegenover wie dan ook. God is bij machte Zichzelf te verdedigen en dat zullen allen die nu Zijn gezag in de Schrift aanvallen, eenmaal bemerken, wanneer … het misschien voor eeuwig te laat is.

Onverwerkte sexualiteit?

Ds. van Veen spreekt tegenover hen die homosexualiteit op gezag van de Schrift afwijzen, deze insinuatie uit:

„ Of loont het de moeite om (tenminste ook) te overwegen ofwe misschien „ een geheime agehet gesprek over homofilie meegenomen hebben, te weten: onze eigen, meestal slecht versexualiteit die, gekoppeld aan onbekendheid met „afwijkende" vormen van sexualiteit, gekelijk resulteert in een ontzettende taboesfeer vol vooroordelen ".

ONS ANTWOORD:

Dat er bij veel mensen, ook christenen, heel wat niet goed verwerkte sexualiteit is, geef ik meteen toe. Dat er daardoor onbijbelse taboes rondom de sexualiteit zijn opgebouwd, is helaas ook een feit.

Maar ik vind het onjuist om op grond daarvan de duidelijkste uitspraken van de Bijbel zelf zo maar van de kaart te vegen.

En in elk geval gaat die insinuatie niet op van mij. Dat hoop ik in het volgende hoofdstuk uiteen te zetten, waarin ik in alle openheid schrijf over de homofiele neiging, waarmee ikzelf jaren geworsteld heb.

De Open Poort schreeuwt om een paus.

De Open Poort is bedoeld als evangelisatie onder de rooms-katholieken in België. Zo luidt de ondertitel van dat blad.

Maar als je nu echt rooms-katholieken ervan wilt weerhouden om te vertrouwen op de Schrift alleen,dan moet je hen zulk een nummer van De Open Poort in handen geven.

Hun reaktie zal dan zijn, ofwel: Die hele Bijbel is blijkbaar niets waard en is integendeel een boek dat het geluk van de mens in de weg staat, een boek vol discriminatie; laat ik er mij dus verre van houden. Ofwel: De Open Poort is het duidelijkste bewijs dat je niet kunt zonder onfeilbaar leergezag; dit nummer schreeuwt om een paus.

U begrijpt dat wij het diep betreuren dat De Open Poort - en nog wel op kosten van de kerken - in België verspreid wordt.

Daarom laten we van dit nummer een extra aantal drukken. Misschien hebben onze Belgische broeders en zusters er behoefte aan om deze IRS als een herstelpoging voor de aangerichte schade te verspreiden.

EEN DROOM VAN MEVROUW LUTHER

Luther en zijn vrouw hebben twee keer de verschrikking van de dood van een van hun kinderen moeten meemaken, nl. van Hans en van Leentje. Over de dood van Leentje lezen we:

„In de nacht van 19 op 20 december had de moeder (Käthe) een merkwaardige droom: Twee schone, jeugdige en fraai uitgedoste gezellen waren gekomen en hadden haar dochter ter bruiloft willen leiden. Aan Melanchton die des morgens naar het zieke kind komt kijken, wordt de droom vertelt. Hij schrikt en ditmaal heeft hij gelijk met zijn uitlegging: De jonge gezellen zijn de lieve engelen, die komen zullen om dit meisje in het hemelrijk naar de echte bruiloft te brengen.". (Luther, onze huisvriend, P. Scheurlen, Uitg. De Banier, p. 85-86).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

AFBRAAK VAN DE BIJBEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982

In de Rechte Straat | 32 Pagina's