De zekerheid van het geloof
Het artikel „Het kruis op Zuylen" van wijlen de heer J. W. H. M. Brunklaus, in het oktobernummer van „In de Rechte Straat" geeft mij aanleiding het volgende op te merken.
Terecht wordt in dit artikel gewaarschuwd tegen het systeem en de leer van de Rooms Katholieke kerk, op het punt van de zekerheid van het geloof. Dat er vijftig jaar nadat iemand gestorven is, nog missen worden opgedragen voor de zielerust is iets, wat wij ons gewoon niet kunnen indenken.
Gelukkig lees ik in hetzelfde blad ook over dhr Joosten uit Oudewater, die in de zekerheid van het geloof is gestorven en over zijn zoon, die ook de vrede in Christus gevonden heeft en toch op zijn post blijft, in de Rooms Katholieke kerk.
Het gaat mij evenwel om het volgende. De leer mag dag bij Rome zo duidelijk anders zijn dan in de Reformatorische kerken, maar de vraag moet wel gesteld worden, hoe functioneert die leer in het leven van de Reformatorische gelovigen? Is die zekerheid van het geloof er wel bij degenen die zich Reformatorisch, of Protestant noemen? Het is tegenwoordig mode om te schermen met het woord Reformatorisch, omdat het woord Christelijk gedevalueerd zou zijn. Er is een Reformatorisch Dagblad, overal in het land worden Reformatorische scholen gesticht, enz., maar dekt de vlag ook de lading? Op dit punt heb ik wel eens mijn twijfels.
Neem bijv. één punt, dat als een (niet dé) toetssteen zou kunnen dienen voor wat betreft de zekerheid van het geloof. Ik doel dan op de viering van het Heilig Avondmaal.
Met name is er in orthodox-Protestantse kringen vaak sprake van een Avondmaalsmijding die, dacht ik, toch vreemd is aan de leer van de Reformatoren. In bepaalde gemeenten of kringen schermt men nog wel eens met een rechte Woordverkondiging, volle kerken enz., maar men zegt er dan meestal niet bij, dat er van de vele kerkgangers vaak maar een klein aantal deelneemt aan de viering van het Heilig Avondmaal.
Nog niet zo heel lang geleden maakte ik, elders in het land, een kerkdienst mee, waarin het Heilig Avondmaal werd gevierd en waarbij zelfs de helft van de kerkeraadsleden niet aan die viering deelnam (ondanks een zeer ruime nodiging van de predikant). Getuigt dit van zekerheid van het geloof? Kan men dan wel ambtsdrager zijn en de gemeente voorgaan in het geloof?
Welke zekerheid meent men dan te moeten hebben? Er is toch geen andere dan die, welke is gegrond in het verzoenend lijden en sterven van onze Here Jezus Christus, die Zijn lichaam en bloed gegeven heeft tot een volkomen verzoening van al onze zonden? Daar behoeven toch geen eigen zekerheden aan vooraf te gaan, anders dan dat men zich in de zelfbeproeving als een zondaar voor God leert kennen?
Onlangs las ik het volgende en hoewel hiermee zeker niet het laatste woord gezegd zal zijn, werd ik er toch door getroffen.
„Niet onze (subjectieve) beleving van de gemeenschap met God moet voorop staan, maar haar (objectieve) geldigheid in alle omstandigheden. In de eerste plaats geldt, dat wij in die gemeenschap gesteld zijn, in de tweede plaats wat wij ervan gewaar worden. Het zijn van deze gemeenschap gaat vooraf en is meer omvattend dan het bewustzijn ervan".
Om terug te keren naar de leer van de Reformatoren kunnen we ook citeren wat Calvijn in de catechismus van Genève (één van de belijdenisgeschriften) schrijft: In vraag en antwoord 361 lezen we:
„Verhindert onze onvolmaaktheid ons dus niet om aan te gaan?
Integendeel, het Avondmaal zou ons tot niets dienen, indien wij niet onvolmaakt waren, want het is een steun en troost in onze zwakheid."
En in vraag en antwoord 363 staat:
„Hoe zou men dus moeten oordelen over iemand, die er geen deel aan wenst te nemen?
Men zou hem niet voor een Christen mogen houden. Want door zo te doen, weigert hij te belijden en verloochent hij als het ware zwijgend Christus."
Gezien hetgeen de grote Reformator hier schrijft, kom ik tot mijn vraag of de Reformatorische vlag, waaronder velen heden ten dage willen varen, wel de lading dekt.
Is het niet zo, dat de Rooms Katholiek, die vanwege de leer van zijn kerk niet tot de zekerheid van het geloof kan komen en de Protestant, die ondanks de leer van zijn kerk niet tot die zekerheid kan komen, beide zijn aangewezen op Gods ontfermende genade? Dan is er geen reden voor de een om zich boven de ander te verheffen (waarmee niet gesuggereerd is, dat dit in het bewuste artikel gebeurde!) Dan is er wel reden voor verootmoediging en gebed om de Heilige Geest, dat Die vernieuwend zal werken in de Rooms Katholieke kerk en in de kerken der Reformatie.
Boskoop,
HET ZWAARD OVER DE HERDER
Dit boek van ds. Hegger (218 blz. ƒ 24,50 uitgave De Banier, Utrecht) kan ook bij ons besteld worden. In dat geval graag plusƒ 4,- verzendkosten, dus totaalƒ 28,50.
DE GEEST VAN CHRISTUS,
dr. Andrew Murray, uitg. Gazon (304 blz. ƒ 14,50).
Het is ondoenlijk om de inhoud van dit prachtige boek met enkele citaten te typeren. Daarvoor is die inhoud te rijk, te gevarieerd. Ik kan u slechts adviseren: Schaf u dit boek aan van deze wijze voorzitter van de synode van de Nederduits Gereformeerde Kerk. Het zal u veel nieuwe inzichten geven in de grootheid van Gods genade, die ons niet slechts de Zoon, maar ook de Heilige Geest gaf om ons te herstellen naar Zijn beeld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
