JOODS NIEUWJAAR
DeJoden vieren nieuwjaar in september (dit jaar op 18-19 september; in 1983 op 8-9 septlaten daarover een artikel van mevr. Nechamah Mayer volgen.
Twee opmerkingen: Zij schrijft het woord„ God" niet volledig maar „ G'd". (De drukker hin haar artikel in IRS nov. 81 niet begrepen). Om dezelfde reden meenden deJoden onder van de GodsnaamJhwh de klinkers van de de naam Adonai (= Heere) te moeten plaatsebedoeling dat men nooit die naamJahweh zou uitspreken, (ten onrechte is daaruit de naaontstaan.) Het motiefdat achter dit schrijven van „G 'd" schuilgaat nl. de eerbied voor Zijn Naam, kunnen wij ten volle beamen.
De tweede opmerking: Wij zouden met ons schuldbelijden steeds naar het kruis van Christus gaan, want slechts door Zijn offerdood, en niet door ons berouw, is er verzoening mogelijk tussens.
Hier volgt dan het artikel van Nechamah.
JOODS NIEUWJAAR
Met joods nieuwjaar of in het hebreeuws Rosj-Hasjana herdenken de joden de „geboorte" van de wereld, nu 5742 jaar geleden.
Met de bijbel, hun geschiedenisboek, in de hand kwamen ze op dit getal door alle daarin genoemde data bij elkaar op te tellen. Hierbij werden de 6 scheppingsdagen en de 7 e rustdag als één dag geteld. Wat houdt Rosj-Hasjana heden ten dage in? Wat is de levenfilosofïe van een volk dat rekent met een dergelijk jaartal? RosjHasjana is een „vredesmanifestatie". Maar geen vrede ver weg, geen ver-van-m'nbed-vrede, maar vrede met de allernaaste. Het is een tijd van inkeer, van boete die begint op nieuwjaar en 10 dagen later eindigt met Grote Verzoendag. Het is een terugzoeken naar de goede weg. De weg, die alleen bewandeld kan worden als men zijn naaste lief heeft „Kom niet bij Mij als je met je buren geen vrede kunt houden", zegt G'd.
Op Rosj-Hasjana legt de jood de moeilijke weg af van spijt bekennen aan zijn naasten. Laat vrede, harmonie, sjalom beginnen in onszelf en onze naasten. Pas daarna neemt de wereldvrede een aanvang.
Op de twee nieuwjaarsdagen wordt een stukje appel, gedoopt in honing, gegeten. Hierbij wordt de wens uitgesproken dat het komende jaar evengoed en zoet zal zijn als die appel. Een symbolische handeling, maar voor het kind, de toekomst, het begin van een positieve levensinstelling.
Al zal de mens van zijn godsdienst afdwalen, hij zal zich altijd die lekkernij blijven herinneren en zo de goede weg vinden. Op Rosj-Hasjana wordt ook op de ramshoorn, de sjofar, geblazen. Het is een geluid dat doordringt tot in het diepst van de ziel. Het schudt de mens wakker uit zijn eigen ik. Die ramshoorn gaat terug tot op aartsvader Abraham, die een toonbeeld van naastenliefde en godsvertrouwen was.
Ook G'd zal het geluid van de ramshoorn herkennen en zich het vertrouwen en de offerbereidheid van Abraham herinneren. Het zal Hem milder stemmen tegenover het volk dat op deze Hoge Feestdagen deemoedig voor Hem staat, nadat het getracht heeft te voldoen aan zijn moeilijke eis: Vrede met de allernaasten.
ELKE MILJOENSTE JOOD DIE VERMOORD WERD, IS EEN MENS
… een mens met een eigen geschiedenis, met eigen tederheid, liefde en zonde, met eigen hunkering naar geborgenheid, naar vergeving, naar begrip en verzoening. Dat realiseerde ik mij opnieuw toen ik in de Tijd las over een nieuw gevonden dagboek van het Joodse meisje Etty Hillesum. Ik citeer uit dat artikel:
Uit haar dagboek:
Van een onvergetelijke vriend - voor wiens heengaan ik nog dagelijks dankbaar ben - heb ik nog bijtijds de grote les geleerd van Mattheus 24: Zijt dan niet bezorgd tegen de morgen, want de morgen zal voor het zijne zorgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.
Dit is de enige instelling, waaronder men het leven hier aankan. Ik leg dan ook met een zekere gemoedsrust iedere avond mijn vele aardse zorgen neer aan de voeten van God Zelf.
Het zijn zeer triviale zorgen dikwijls, bijvoorbeeld hoe ik het klaar moet spelen met de was voor de familie enz. De grote zorgen zijn helemaal geen zorgen meer - die zijn al geworden tot een Schicksal, waarmee men vergroeid raakt… Wat tien en tienduizenden vóór ons gedragen hebben, zullen wij ook wel kunnen dragen. Het gaat er voor ons geloof ik niet meer om dat men leeft, maar hoe men ingesteld is op de ondergang.
Onmiddellijk naar Auschwitz
In een uiterste poging om het noodlot af te wenden, schrijft haar moeder nog een brief aan het hoofd van de SS en het hele Duitse politie-apparaat in Nederland, Rauter zelf. Het gevolg is dat de hele familie onmiddellijk op transport moet naar Auschwitz. Op 7 september vertrekt Etty voorgoed: „Ik heb m'n dagboeken, m'n bijbeltje, m'n Russische grammatica en Tolstoi bij me …"
En vanuit de trein werpt ze nog één briefkaart, de laatste, die Christine van Nooten vanuit Glimmen bereikt:
Christien, ik sla de Bijbel op op een willekeurigeplaats en vind dit: de Heere is mijn hoog vertrek Ik zit middenin een volle goederenwagon op m'n rugzak Vader, moeder en Mischa zitten enige wagens verder. Het vertrek kwam toch nog vrij onverwacht. Plotseling hevel voor ons speciaal uit Den Haag. We hebben zingende dit kamp verlaten, Vader en Moeder zeerflink en rustig. Mischa eveneens. We zullen drie dagen reizen. Dank voor al jullie goede zorgen.
Tot ziens van ons vieren.
Etty
„Tot ziens", schreef zij. Maar niemand van hen is teruggekeerd. En ze wisten dat van te voren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1982
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
