ALS IN EEN ONDEELBAAR OGENBLIK
Ik ben in 1922 te Nijmegen geboren uit rooms-katholieke ouders. Mijn vader en moeder waren wat men noemt „vrome" mensen: zij gingen elke dag naar de misviering en 's avonds naar het Marialof. Mijn moeder koesterde een grote verering voor de maagd Maria en mijn vader was aktief in diverse kerkelijke organisaties.
Het mag dan ook geen wonder heten, dat ik al sinds mijn jongensjaren een groeiende belangstelling toonde voor het katholieke kerkelijke leven.
Ik genoot in die tijd (de jaren 30-40) van „Het Rijke Roomsche Leven". Figuren als dr. Schaepman, dr. Ariëns en Poels boeiden mij zeer. Zij waren voor de emancipatie der katholieken van grote betekenis.
Die „emancipatie" deed mij wat: men leerde mij dat de katholieken in Nederland toch maar mooi achtergesteld waren en werden in vergelijking met de „protestanten".
In die sfeer groeide mijn belangstelling voor het religieuze leven en met name voor de orde der Jezuïeten. Deze jongste der kloosterorden immers, gesticht ten tijde der contra-reformatie, had hoog in haar vaan geschreven „een absolute gehoorzaamheid en totale beschikbaarheid aan de Paus". Bovendien behoorde het vormen van een katholieke intelligentia door middel van het geven van onderwijs en opvoeding (internaten), tot een van haar voornaamste taken. Ik stelde mij voor dat ik God binnen deze orde met haar strenge discipline, het meest zou kunnen dienen. Bovendien sprak de spiritualiteit van Ignatius (de stichter der Jezuïetenorde) mij sterk aan: ik wilde met alle daartoe geëigende middelen „heilig" worden. Dit waren nogal hoge aspiraties, maar de paters van de Jezuïetenparochie waartoe ik behoorde, stimuleerden mij sterk.
De weg die ik gaan moest lag dus duidelijk voor mij.
Toegetreden tot de orde werd ik gekneed volgens Jezuïetisch model: alles was voorgeschreven: houding, oogopslag, gelaatsuitdrukking, wijze van spreken enz. Volgens Ignatius moest men zijn „als een stok in de hand van een overste"; hij kon erop steunen, maar er ook mee slaan of hem wegwerpen.
Voor zover de tijd het toeliet, „verslond" ik boeken van Pascal, Sartre (hoe is het mogelijk, vraag ik mij nu af!), Theresia v. Avila, Augustinus enz. Ja, ik was een begerig mens in de meer dan 20 jaar dat ik Jezuïet was. Tot de middelen om „heilig" te worden behoorden voorgeschreven boetedoeningen welke ongeveer overeenkwamen met die welke ds. Hegger in zijn boek „Mijn weg naar het licht" heeft beschreven.
Vele jaren mocht ik op Jezuïetencolleges medewerken aan de vorming van jonge mensen, en ik deed het met hart en ziel… totdat ik op een dag tot het besef kwam dat ik met iets bezig was dat noch mij noch de leerlingen een stap dichter bij God bracht. Dat was een ontstellende gewaarwording, want daarmee viel het fundament waarop ik alles gebouwd had, nl. door middel van eigen werken de hemel verdienen, weg. Na al die jaren van ernstige naleving van de kloosterregels en vol van activiteit, stond ik met lege handen. Ik wist dat ik God niet gevonden had en ik begon te twijfelen of Hij wel bestond.
Met verdriet in mijn hart heb ik na lange innerlijke strijd mijn ontslag uit de orde gevraagd en na een moeizame procedure (het moest in Rome bij de Generale Overste worden aangevraagd), verkregen.
In de daarop volgende jaren vond ik een baan en ontmoette de vrouw met wie ik gelukkig getrouwd ben. Echter de onvrede over de diepe zin van mijn leven bleef bestaan. Voor de buitenwereld was ik een katholiek, maar ik geloofde niet meer. Ik bleef een zoekende, sloot mij aan bij een socialistisch-marxistisch getinte beweging, zocht dan weer naar vormen van bio-dynamische samenleving, kwam terecht bij de anthroposofische levensbeschouwing van Rudolf Steiner, deed aan Zennmeditatie en leidde „alternatieve godsdienstoefeningen" voor middelbare scholieren (in de kerk, met goedkeuring van de kath. pastoor!) die niet meer in God geloofden, maar waar de theologie van Dorothee Sölle wonderwel in paste. Er kwam zoveel op mij af en mijn verwarring en onrust werden steeds groter. Geen wonder dat ik ernstig overspannen geraakte en langdurig ziekteverlof van mijn werk moest nemen.
Op doktersadvies ging ik enkele jaren geleden samen met mijn vrouw op vakantie. Het zou, volgens de dokter, een vakantie moeten zijn in een rustige omgeving ver weg van de steden. Een kennis van ons wees ons op een huis temidden van bossen en bergen ergens in Duitsland waar een familielid van haar ook geweest was.
Toen ik echter hoorde dat het een „evangelisch rusthuis" was, voelde ik er niets voor. De kennis stelde ons gerust met de woorden dat „iedereen vrij was om er te logeren, gelovig of niet". De omgeving én de pensionprijs trokken ons wel aan, en zo gingen mijn vrouw en ik er voor enkele weken logeren.
Het huis was keurig en de voorzieningen uitstekend. De directeur (evangelist) hield elke ochtend en avond een prediking, maar daar moest ik niets van hebben. Het viel mij wel op dat de gasten zo blij en rustig waren.
Op de vierde avond van ons verblijf voelde ik mij ineens onrustig worden. Ik was nerveus en eerlijk gezegd woedend op alles en iedereen. Het was 's avonds omstreeks 2 3 uur. Mijn vrouw en ik waren op onze kamer, gelijk ook de andere gasten. Ik vertelde mijn vrouw van mijn onvrede en dat ik de volgende ochtend mijn koffers zou pakken en naar huis zou terugkeren. Omdat ik geen zin had in een discussie hierover ging ik naar beneden naar de gezelligheidsruimte waar men kon lezen en een kopje koffie gebruiken. Het was doodstil in huis. Ik ging zitten en borg mijn hoofd in mijn handen.
Toen kwam er ineens een geweldige innerlijke schreeuw „God, waar bent U? Mijn hele leven zoek ik U en ik kan U niet vinden!"
Op dat moment was het - het is moeilijk om dit met woorden weer te geven - alsof ik door een bliksemslag werd getroffen! Ik stond plotseling innerlijk in een helder licht; het was onbeschrijfelijk.
De Heer Jezus was bij mij en ik zag wat ik nog nooit gezien had: de Heere is voor mij gestorven en heeft mij volkomen verlost! De last van eigen werk en zelf pogen was op slag verdwenen! Ik hoefde zelf niets meer te doen en kon ook niets doen, want de Heere heeft alles gedaan.
Een diepe vrede daalde in mijn hart, een ongekend geluk.
In ditzelfde (ik zou haast zeggen „ondeelbare") ogenblik zag ik ook dat de leer van de katholieke kerk op vele punten was afgeweken van de Bijbel; het woord van de mens (Paus, bisschoppen enz.) was belangrijker dan het Woord van God.
Na enkele minuten ging ik weer naar boven; ik kon niet goed meer denken en was als verdoofd. Ik deed de deur van onze kamer open: mijn vrouw zat aan tafel en keek mij aan; ,Jij hebt de Heer Jezus gevonden!" riep zij uit zonder dat ik één woord gesproken had.
Een diepe ontroering maakte zich van ons meester en samen hebben wij geknield en de Heer gedankt.
Sindsdien is ons hele leven veranderd.
Onze ogen gingen open voor de ontzaggelijke rijkdom van Gods woord: de Bijbel. Wij bleven nog enkele weken in ons „vakantie(!)verblijf' en luisterden gretig naar de verkondiging. Hoewel wij als pasgeboren baby's in de katholieke kerk gedoopt waren, hebben wij als bewuste daad de doop door onderdompeling willen ondergaan, temidden van de gemeente. Zo zijn mijn vrouw en ik als nieuwe mensen naar Nederland teruggegaan. Wij mogen nu leven mét Zijn Woord en vanuit Zijn Woord. Bijna dagelijks mag ik van de liefde van de Heer getuigen en over Hem spreken, niet het minst ook met katholieken.
Ook mijn vrouw mag op haar wijze een getuige van de Heer zijn.
Wat moet ik, klein en zondig mens, nu nog zeggen?
Ik wil opzien naar mijn barmhartige liefde: ik ben vrijgekocht door Zijn bloed. Mijn vreugde in Hem is volkomen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1981
In de Rechte Straat | 34 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1981
In de Rechte Straat | 34 Pagina's
