VREES.....
Met mijn verstand kan ik niet aannemen dat zonden ooit door God kunnen vergeven worden.
De zonde is immers een feit dat niet meer ongedaan kan worden gemaakt. Die zonde was een duidelijke daad, een woord of een gedachte die inging tegen God.
Ik, dat kleine kereltje, ik, dat miserabele stukje mens, zei „nee!" tegen de heilige God. Ik stelde mijn willetje tegenover Zijn wil. Ik zette de voet dwars. Ik ging mijn eigen weg en trok er mij niets van aan dat Hij zei: „Nee, ik verbied je die weg op te gaan".
En ik heb dat niet één keer gedaan, maar ik doe dat telkens weer, als ik Zijn gebod overtreed.
En vaak voeg ik daar nog de zonde aan toe dat ik niet meteen oprecht mijn schuld wil belijden. Dan ga ik mezelf nog een hele tijd zitten goed te praten. Dit kan toch niet meer worden weggenomen. Schuld is schuld. Je had dat nooit mogen doen en je deed het tóch! En je doet het telkens weer.
Dat hamert mijn verstand, mijn geweten, er voortdurend bij mij in. En ik kan daar niet langs. Ik móét erkennen, ook al stribbel ik wel eens geruime tijd tegen: Zo fs het.
Ik denk dat elke gelovige die moeilijkheid heeft en zal houden gedurende zijn gehele leven. De vergeving der zonde is zo iets groots, zo iets machtigs, dat je ze maar moeilijk kunt aannemen.
Maar.....
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1981
In de Rechte Straat | 34 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1981
In de Rechte Straat | 34 Pagina's
