In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

WAAROM WOEDEN DE HEIDENEN?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAAROM WOEDEN DE HEIDENEN?

(Ps. 2 : 1)

6 minuten leestijd

Onderstaand verhaal vertelde br. Goedhart mij voor de telefoon. Ik heb hem gevraagd het voor IRS neer te schrijven. Het is geen prettige lektuur. Maar toch lijkt het mij goed dat wij iets weten van de ontzettende haat tegen God en tegen Zijn Woord, die sommigen verteert. Dan weten we wat ons kan staan te wachten, wanneer wij van Christus getuigen, én dan zullen we des te meer onze kracht zoeken in het gebed.

Méér dan 20 jaar ben ik lid geweest van de orde der Jezuieten. Na jarenlange strijd waarbij het mij steeds duidelijker werd dat ik door middel van eigen verdienste het eeuwige leven niet kon verwerven, heb ik de orde en de katholieke kerk verlaten in de overtuiging dat God géén realiteit voor mij was geworden. Na jaren van diepe duisternis en grote geestelijke nood, mocht ik de Heer Jezus ontmoeten en Hem aannemen (Joh. 1:12) als mijn Heer en volkomen Verlosser. Sindsdien mag ik met Hem leven en, samen met mijn echtgenote, Hem dienen.

Onophoudelijk wil ik de Heer danken voor Zijn barmhartige liefde: ik zondig mens ben vrijgekocht door Zijn Bloed. Mijn vreugde in Hem is volkomen! Des te meer ben ik tot in het diepst van mijn wezen geschokt door datgene wat ik kortgeleden heb meegemaakt.

Op 28 juni jl. volgde ik 's avonds een VARA-uitzending over „Taboes". Een gespreksgroep van dames en heren - waaronder een katholiek priester discussieerde over de katholieke kerk en haar leer. Naar aanleiding van deze uitzending zocht ik via de VARA kontakt met een der deelneemsters aan het gesprek die geëmotioneerd reageerde op de opmerkingen van deze priester. Ik heb met deze dame een langdurig gesprek mogen hebben. Ik vertelde mijn levensgeschiedenis en gaf getuigenis van mijn bekering. De dame sprak over haar leven als katholiek: zij had de kerk verlaten en haar geloof in God verloren. Zij was medewerkster van de VARA-vrouwenprogramma's, schreef boekjes over „vrouwenemancipatie", en was ook al eens in „Sonja's GoedNieuws-Show" aan het woord geweest. Zij was - zo zegde zij - „een feministe" ;n een verklaarde voorstandster van vrije abortus.

Naar aanleiding van bovengenoemde TV-uitzending waren er vele reacties van ;x-katholieken bij haar binnen gekomen. Ook had een heer uit Den Haag via idvertenties „opstandige of gekwetste katholieken opgeroepen om te reageren. Men had daarom besloten op zaterdag 19 september in Utrecht bijeen te komen om een „oriëntatiedag" te houden voor allen die gereageerd hadden.

Zo ben ik - samen met mijn vrouw die ook katholiek is geweest en tot geloof is gekomen - naar Utrecht gegaan.

Er waren ongeveer 25 personen opgekomen. Ook de pers - Het Algemeen Dagblad - was aanwezig. Het was een gemeleerd gezelschap: dames en heren, oudere en jongere. De leiding was in handen van voornoemde VARAmedewerkster en de heer uit Den Haag.

De dame opende de vergadering met het houden van een inleiding. Zij verklaarde dat alle aanwezigen de katholieke kerk hadden verlaten, dat allen niet meer in God geloofden en de Bijbel een sprookje vonden en dat allen vóór vrije abortus en voor vrije omgang - ook mannen met mannen en vrouwen met vrouwen - waren.

Onder de aanwezigen ontstond beroering toen twee jonge dames daarop verklaarden dat zij het niet eens waren met deze inleiding: zij waren katholieke theologiestudenten. Uit de vergadering werd geroepen: „dat zij dan maar moesten verdwijnen". Waarop een heer toevoegde dat „de bijbel een riool van vuiligheid was, een rotboek, en een vod!" Ik stond op en riep: „Mijnheer, u beledigt mij in mijn diepste geloofsovertuiging; ik verlang dat u deze woorden terugneemt!"

Ik kreeg bijval van de twee katholieke jongedames en een heer die verklaarde dat hij als lidmaat van de Gereformeerde Kerk deze belediging van de Schrift ook niet slikte.

Vervolgens kreeg ieder het woord om persoonlijk over zijn leven te vertellen. Het waren - op een zwijgende minderheid na - allemaal van haat tegen de kerk en God vervulde „getuigenissen". Toen mijn vrouw en ik over ons leven vertelden en getuigden dat de Heere ons uit de duisternis gered had, werd dat met hoongelach ontvangen. De leiding ontnam mij het woord. Ik ging mijn boekje te buiten en mocht de Naam van Jezus niet noemen. ,Jullie horen in een krankzinnigen-gesticht thuis", .Jullie moeten worden opgesloten"; zo werd ons toegeroepen.

Na afloop van de ochtendvergadering, namen de katholieke dames en de mijnheer uit de Gereformeerde Kerk afscheid van mijn vrouw en mij met de woorden: „Dit kunnen wij niet langer aanhoren".

Mijn vrouw en ik overlegden met elkaar of wij ook zouden vertrekken, maar na gebeden te hebben besloten wij tot het einde te blijven, ook vanwege een paar mensen die nog niets gezegd hadden.

De middagvergadering was in één woord godslasterlijk. De Heere werd bespot en gehoond en wij met Hem. Ook mijn vrouw werd het woord ontnomen: men mocht alleen God vervloeken. De satan was voelbaar aanwezig, maar Jezus was er ook! In Zijn kracht zijn wij blijven staan!

Een wat oudere dame verklaarde dat zij een katholieke kloosterzuster was: „Wat doe je hier, lid van een pervers instituut", riep men haar toe.

Tenslotte richtte men een „anti-clericale werkgroep" op die „tegen de kerk aan zou gaan schoppen".

Na afloop van de bijeenkomst kwamen enkele mensen naar ons toe - een dame omhelsde mijn vrouw - zij waren onthutst en ontsteld. Wij mochten onze adressen uitwisselen. Wij bidden dat zij de Heere mogen vinden.

(Enkele dagen na de bijeenkomst ben ik telefonisch benaderd door de gespreksleiding waarin mij nogmaals werd gezegd dat ik een grote stommeling was).

Toen mijn vrouw en ik 's avonds thuis kwamen, werd het ons te machtig: wij huilden, niet om onszelf, maar omdat onze Redder en Heiland zó veracht en gehaat was geworden.

Op deze dag in Utrecht - waarvan een op sensatie belust verslag in Het Algemeen Dagblad van 21 september is verschenen - stonden de van haat vervulde spotters te schreeuwen aan de voet van Zijn kruis.

En wij beseften des te meer datjezus daar gehangen heeft voor onze zonden en alles geleden heeft om ons te redden.

Mijn vrouw en ik zijn daarop neergeknield en er was een loflied in ons hart en op onze lippen: U zij alle lof en alle dank Heere voor wat Gij voor ons gedaan hebt!

Op deze 19de september gingen velen uit deze bijeenkomst weg, zoals zij waren gekomen: vermoeid en belast. Zij wilden niet horen naar Zijn stem: „Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en ik zal U rust geven" Matth. 11-28.

Dit schriftwoord is in ons leven letterlijk in vervulling gegaan. Maar de Heere spreekt dat woord niet tot ons alleen. „Komt tot Mij, ALLEN" wie gij ook zijt en wat gij ook bent… Hij heeft de wereld lief (Joh. 3:16)

Nijmegen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1981

In de Rechte Straat | 34 Pagina's

WAAROM WOEDEN DE HEIDENEN?

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1981

In de Rechte Straat | 34 Pagina's