VERWONNEN DOOR DE LIEFDE
Er is een prachtig vers, nl. 1 Joh. 1:18, waaraan ik mij telkens optrek: „Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees buiten".
Ik kan mijzelf mijn zonde nooit vergeven. Ze blijft mij aanklagen. Ik kan die zonde nooit wegpraten.
Maar de liefde van God kan en doet dat wél. Op een wonderbare wijze heeft die liefde dat mogelijk gemaakt. Niet daardoor dat God over Zijn hart zou strijken en mijn zonde door de vingers zou zien. Dan zou ik nóg geen rust hebben. Dan zou mijn geweten mij blijven aanklagen: „God ziet wel door de vingers, maar de zonde is er nog altijd".
Maar de liefde van God heeft dit heilsplan bedacht: God heeft Zijn Zoon gezonden en die heeft mijn zonde op Zich genomen en mijn schuld volledig uitgeboet, zodat er niets meer van is overgebleven. Nu mag ik zien naar „het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt" (Joh. 1 : 29).
En dat ook mijn zonden worden weggenomen, gebeurt op het moment dat ik in deze Gezondene van de Vader, dit Lam Gods, geloof. En iedere keer dat ik naar de Gekruisigde zie en geloof in die belofte van de volkomen vergeving, word ik daar opnieuw zeker van.
Maar die zekerheid groeit pas tot volheid in de liefde. Door het Woord heen tracht ik God te zien in Zijn liefde. Dan zie ik in die eeuwige, liefdevolle Vaderogen die mij aanzien door Christus heen.
Ik koester mij in die liefde. Ik hoor het de Vader dan zeggen: „Geloof in deze volstrekte vergevende liefde van mij. Laat je niet langer door je geweten aanklagen. Zie in de gave van Mijn Zoon, zie in Zijn verzoenende lijden en sterven hoe volkomen Ik die vergeving meen. Ik wil niet meer over je zonden praten. Ik werp ze achter mij in de zee van de eeuwige vergetelheid (Micha 7:19). Ik wil alleen maar dat je in Mijn liefde bent. Laat Mijn liefde bezit van je nemen en naar de mate dat Mijn liefde in je woont, naar die mate verdwijnt ook de vrees. De volmaakte liefde drijft de vrees uit".
Als ik zo in een allerinnigst gesprek geweest ben met de Heere op grond van Zijn Woord, Zijn belofte, dan komt er steeds een grote verademing over mij. Dan stroomt mijn ziel vol blijdschap. Dan juicht alles in mij: „Wie is een God gelijk Gij die de ongerechtigheid vergeeft?" (Micha 7 : 18).
Maar altijd is er weer de zonde. En dan begint die aanklacht van het geweten opnieuw. Dan zegt mijn verstand: Zulk een totale vergeving kan niet. Maar mijn geloof zegt: , Ja, het is zo! En in de kracht van dat geloof drijf ik dan opnieuw door de liefde de vrees buiten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1981
In de Rechte Straat | 34 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1981
In de Rechte Straat | 34 Pagina's
