In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

NEVENSTROMINGEN VAN DE REFORMATIE TOEN EN NU

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NEVENSTROMINGEN VAN DE REFORMATIE TOEN EN NU

12 minuten leestijd

Wij weten allen hoe Luther persoonlijk tot het licht kwam, en hoe hij bij het licht van het Evangelie toen ook de dwalingen van Rome ontdekte. Maar de Reformator moest metéén ook zijn weg vinden temidden van zg. „nevenstromingen": Humanisten enerzijds, Radicalen anderzijds. En daar was minstens zo veel licht voor nodig! Wie de tegenstanders waren, was wel duidelijk: de „pausgezinden". Maar wie waren de medestanders? Erasmus? Múntzer? Zij wilden ook hervormen! Die vraag is aktueel tot op de huidige dag. Wie hebben de Reformatie echt tot in de kern verstaan? En als wij zelf tot dit licht mochten komen, wie zijn onze medestanders? De geestverwanten van Erasmus? De geestverwanten van Múntzer? Ze zijn er nog. Ja, de geest van Erasmus enerzijds en Múntzer anderzijds is in onze eeuw herleefd! Met wie mogen wij samenwerken, met wie samengaan?

Toen.

1. Het Christelijk Humanisme van Erasmus wilde ook de kerk hervormen van allerlei misstanden. Erasmus wilde ook, ja al eerder, terug tot de bronnen. Hij gaf in 1516 het Griekse N.T. uit, verzorgde ook de uitgave van kerkvaders als Ambrosius, Augustinus, en Hieronymus. Luther maakte later bij zijn bijbelvertaling dankbaar gebruik van Erasmus' tekstuitgave. Ja, voor veler besef was Luthers reformatie consequentie van Erasmus' denkbeelden. Erasmus' boekje „Enchiridion", al eerder geschreven, werd pas na Luthers optreden een bestseller!

Erasmus sloeg Luthers aktiviteiten aanvankelijk welwillend gade, weigerde hem in elk geval een ketter te noemen en tegen hem in het geweer te komen. Hij bleef toeschouwer.

Dat stelde Luther teleur. Reeds in 1517 schreef Luther aan een vriend: „Erasmus kan ik elke dag minder verdragen. Het menselijke heeft bij hem groter gewicht dan het goddelijke. Wie zoveel verwacht van het vermogen des mensen, oordeelt anders dan hij die van niets weet dan van genade alleen".

Aan Erasmus zelf schreef hij daarop: „Prikkel me toch niet langer in uw publicaties. Als ge niet in staat zijt mee te doen met de reformatie, laat ons dan met rust. Ik beloof niets tegen u te schrijven als gij het niet doet tegen mij."

Luther hoopte de Christelijke humanisten voor de reformatie te winnen, zo blijkt intussen. Hij begroette in 1518 een jonge, zeer begaafde humanist als hoogleraar in Wittenberg: Melanchton! En inderdaad werd Melanchton spoedig door Luthers boodschap gegrepen. Intussen wilde hij de vriendschapsband met Erasmus bewaren. Erasmus kreeg steeds meer bezwaar tegen Luthers optreden. Hij vond het gevaarlijk dat de volksmassa in beweging werd gebracht. „De zaak moet onder geleerden en in boeken worden uitgemaakt" zei hij. Hij vreesde radicalisering. 2. En inderdaad: terwijl Luther na de Rijksdag in Worms ondergedoken was op de Wartburg, ging zijn collega Karlstadt, die voor de reformatie al eerder gewonnen was, veel radicaler te werk. Hij was het die de eerste „protestantse" eredienst met Avondmaalsviering in Wittenberg invoerde. Hij dwong de mensen tot deelname; dwong ook de priesters het klooster te verlaten enz.

Luther vond dat hij van het Evangelie zo toch weer een wet maakte, maar liet hem na een bezoek incognito - toch begaan. Totdat de zgn. „profeten" uit Zwickau in Wittenberg verschenen. Karlstadt zocht dagelijks meer hun gezelschap.

Melanchton wist niet wat hij met deze mannen aanmoest. Zij hadden kritiek op de kinderdoop, maar daar was Augustinus ook niet uitgekomen. Zij spraken op mystieke wijze over God. Hoe moest Melanchton die geestdrift beoordelen?

Op de achtergrond stond de predikant van Zwickau, die nog op Luthers aanbeveling daar was beroepen: Thomas Múntzer. Hij riep het volk daar op tot revolutie in de verwachting van het beloofde en komende Rijk Gods. Múntzer werd verbannen, gildewevers kwamen toen in opstand; enkele leiders zochten zodoende hun heil in Wittenberg.

Melanchton durfde niet te beslissen. Diep bewogen schrijft hij: „niemand behalve Martinus kan hierover oordelen".

Probleem.

Aan Melanchton kunnen wij zien, hoe moeilijk het voor de beste tijdgenoten was, om de „nevenstromingen" van de Reformatie te beoordelen! Dat is achteraf altijd veel makkelijker.

Tevens zien wij, hoe beide nevenstromingen aantrekkingskracht hadden op Luthers naaste medewerkers in Wittenberg: Melanchton bleef zich verwant voelen met de Christelijke humanisten, Karlstadt werd juist weer naar de Radicalen toegetrokken.

Luther moest weer het verlossende woord spreken. Hij schreef aan Melanchton over de Zwickauers: „Onderzoek eerst eens, of die mensen de geestelijke benauwdheden en goddelijke geboorteweeën hebben doorgemaakt, of ze door dood en hel zijn heengegaan. Als ze zeggen dat alles bij hen glad en gelaten verlopen is, dat het lijdzaam en stichtelijk is toegegaan, moet je het niet erkenen, ook al beweren ze dat ze in de derde hemel opgetrokken zijn geweest, want dan hebben ze het teken van de Zoon des mensen niet. De goddelijke majesteit spreekt nooit onmiddellijk in onze ziel (-). God spreekt door media, niemand zou het kunnen verdragen om Hem zelf te horen spreken. God is een verterend vuur. (-). Als je er niet achter kunt komen van welke geest ze zijn, moet je je houden aan de raad van Gamaliël en afwachten".

Maar Karlstadt achtte hun visioenen de hoogste wijsheid. Hij trok daaruit de conclusie, dat de uitleg van de bijbel nu ook niet meer door gestudeerde theologen moest geschieden, maar door ongeletterde lieden, verlicht door de Geest. Hij sloot zijn colleges en ging de straat op om de meest eenvoudige christenen te interviewen over de exegese van duistere Schriftplaatsen. Zelfs onderwijs aan kinderen was niet meer nodig.

Karlstadt leidde een complete beeldenstorm in de stadskerk. Toen was Melanchton ten einde raad. Dat het onderwijs werd aangetast, deed voor hem de deur dicht. Hij zond een noodkreet naar de Wartburg: „De dijk is doorgebroken, ik kan de waterstroom niet meer tegenhouden."

En Luther kwam! 's Zondags besteeg hij weer zijn kansel. Iedereen was er, ook de Zwickauer geestdrijvers. Hij zei, dat ieder voor zich eens moest sterven en dan drie hoofdzaken moest kennen: dat wij kinderen des toorns zijn; dat God Zijn Zoon zond om ons, die in Hem geloven, tot kinderen Gods te maken; dat het hen aan zondebewustzijn en geloof niet ontbrak, maar dat er ook nog een derde is, de liefde. „Zonder liefde is het geloof waardeloos, al spreekt het met de tongen van mensen en engelen".

Sommigen hier hebben het in het geloof veel verder gebracht dan ik, zegt hij, maar ze hebben gebrek aan liefde, ze drijven door, ze eisen alles of niets, ze houden geen rekening met de zwakken. Jonge kinderen kunnen nog geen vaste spijs verdragen. En zo preekte Luther de hele week door. De zgn. Invocavit-preken (1522).

Karlstadt liet zich inderdaad gezeggen. De Zwickauers gingen heen. De rust keerde weer. Te radicale veranderingen werden weer wat teruggeschroefd.

Overigens trok Karlstadt zich terug; hij had de universiteit vaarwel gezegd, was naar zijn landgoed buiten Wittenberg gegaan en ging daar in boerenkiel op zijn land werken. Luther nam dat niet al te ernstig: „Andries, veeg je bril eens af en snuit je neus eens," zei hij, „je blik is wat troebel en je hoofd een beetje verstopt." Maar Melanchton hield een rede om de noodzaak van academische studie voor theologen te verdedigen.

Karlstadt nam spoedig een beroep aan naar Orlamúnde, waar hij een gemeente wilde stichten naar zijn geest. Hij verzette zich tegen vrijwel alle kerkelijke vormen. Ja, hij vond dat de Schrift alleen inzoverre betekenis had, als deze overeenstemde met het innerlijk getuigenis des Geestes.

Luther bestreed hem scherp, maar hield een zwak voor deze vurige getuige. Melanchton kon hem niet verdragen; z.i. was het gekrenkte ijdelheid van Karlstadt. Múntzer ging veel verder dan Karlstadt; hij verkondigde tot zijn ontzetting dat het Rijk Gods door bloed moest worden ingewijd. Luther waarschuwde hem, maar Múntzer kritiseerde de reformator van Wittenberg: Luther hield zich te veel vast aan de Schrift i.p.v. aan het levende Woord, de profetie; hij liet zich ook te veel ophouden door de zwakken in het geloof; profeten moeten radicaal zijn; hij was de vorsten onderdanig.

Breuk.

Het jaar 1525 werd het jaar der beslissing voor de Reformatie: zowèl naar de kant van de Radicalisten als van de Humanisten.

1. De boerenbevolking, toen de verdrukte „vierde stand" begon tegenover de adel te roepen om vrijheid en gelijkheid. Daarbij beriep men zich op de prediking van Luther, maar deze weigerde zich voor deze wagen te laten spannen.

Múntzer evenwel was daartoe gaarne bereid; hij preekte vurig in roerige streken; hij gaf de revolutionaire gedachten bijbelse basis. In het program van de boerenpartij, de zgn. twaalf artikelen, beriep men zich voor de bevrijding van herendiensten op de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft.

Luther achtte dat misbruik van het Evangelie, en predikte het kruis. Hij noemde de klachten der boeren zeker gerechtvaardigd en verweet de vorsten door hun onrechtvaardige houding zelf revolutie uit te lokken.

Melanchton riep de vorsten op kerk èn maatschappij te hervormen. Maar hij verweet Múntzer de gerechtigheid Gods te verwarren met burgerlijke gerechtigheid; men moet Evangelie en politiek niet vermengen. (Intussen beriep Melanchton zich voor lijfeigenschap op het natuurrecht!). De hervormers waren beiden onvoorwaardelijk tegen revolutie, Múntzer niet.

Toen brak in 1525 de boerenopstand uit. De boeren bestormden de kastelen - en ontketenden een beeldenstorm. Luther waagde zich onder de opstandelingen, maar ontkwam nauwelijks aan hun handen! Toen riep hij de vorsten op deze moord- en roofzuchtige benden af te straffen. Múntzer werd gevangen en onthoofd. Karlstadt vluchtte, vroeg Luther om vergeving, maar koos toch voor Zwingli.

2. En hoe ging het met de Humanistische nevenstroming? Luther vergeleek Erasmus met Mozes: „misschien zal hij ais Mozes in het land van Moab sterven, want: (-) in het land der belofte voert hij ons niet".

Erasmus was boos. Maar Luther wilde geen ruzie. „Er is al ruzie genoeg, geef geen boeken tegen me uit, dan zal ik het ook niet tegen u doen". Maar in 15 24 schreef Erasmus toch een boek tegen Luther en koos als verschilpunt trefzeker: de vrije wil!

Wonderlijk! Erasmus, de vriend van Rome, pleit voor de menselijke vrijheid; Luther de vrijheidsapostel, leert de „knechtelijke wil". Maar hoe!

Hij wijst Erasmus erop, dat hij in zijn betoog Christus volkomen buiten beschouwing heeft gelaten; dat de Schrift in deze zaak niet duister is; dat Christus voor niets gestorven zou zijn, als een mens ook maar iets aan zijn zaligheid kan toedoen. Alles is genade.

Luther bekent eerlijk, dat hij zelf met een vrije wil niet in staat zou zijn tegen de duivel te strijden en altijd in het onzekere zou blijven of zijn goede werken wel voldoende voor God waren. „Maar nu, nu God mijn zaligheid mij uit handen en geheel zelf in de hand genomen heeft, daar Hij beloofd heeft mij te redden niet om mijn lopen en werken, maar uit Zijn erbarmen, nu ben ik blijde en gerust; want Hij is getrouw en zal mij niet bedriegen."

Luther spreekt uit ervaring! Erasmus verwart Wet en Evangelie. Overigens handhaaft Luther de verantwoordelijkheid van de mens. Hij noemt een paradox, wat Erasmus wil harmoniseren.

Op Erasmus' antwoord ging Luther niet meer in. Erasmus achtte zich dan ook overwinnaar. De breuk was gekomen. Melanchton hield nog wel de band met Erasmus aan. Hij las beide boeken met grote spanning. Erasmus sprak zijn verstand aan, Luther trof zijn hart. Melanchton bleef naar een verbinding zoeken.

Ik ontleen deze gegevens aan twee boeken van dr. W. J. Kooiman, die zich laten lezen als romans: Maarten Luther en Philippus Melanchton.

En nu.

Geestverwanten van de Reformatie komen in de 20e eeuw ook weer geestverwanten tegen van - enerzijds - Erasmus, en - anderzijds - Múntzer. Waar?

In de lijn van Renaissance en Verlichting ligt het Modernisme, dat in nieuwe vormen diep in de kerk der reformatie is doorgedrongen. In de R.-K. kerk is volgens prof. De Vogel - sprake van een Erasmus - renaissance! In de Oecumenische beweging komt men veel tegen; niet in het minst de geest van Erasmus: de mens centraal, relativering van grondwaarheden, verbetering van de wereld, tolerantie.

Maar ook Múntzer is herleefd. Bloch schreef een boek over hem: „Theoloog van de revolutie"; lang voor de theologie der revolutie ontstond. Ook hier de vereenzelviging van Gods gerechtigheid in Christus door het geloof en sociale gerechtigheid; ook hier de vereenzelviging van Evangelische vrijheid en politieke vrijheid; ook hier het willen realiseren van Gods Koninkrijk; ook hier pleidooi voor revolutie, desnoods door geweld.

De Doperse geest komt - net als in de 16e eeuw trouwens - ook op heel andere wijze weer tot leven: in de Geestdrijverij, in sekten en opwekkingsbewegingen die de Geest boven het Woord stellen; de ambten in kerk en staat niet erkennen; over kerk en theologie verachtelijk spreken. Ook dit „Doperse" gevaar is dieper in de kerk der reformatie doorgedrongen dan wij denken: men vindt het zowel bij Hyper-Calvinisten, als extreme Pinkstermensen.

Beproef de geesten, ot zij uit God zijn. Alleen wie - net als de Reformatoren - zelf door de Geest Gods in de waarheid werd geleid, heeft de draad gevonden waarmee hij uit dit labyrinth kan ontsnappen, en waarmee hij anderen kan helpen de Koninklijke Weg te gaan. De Koninklijke weg is niet de gulden middenweg, burgerlijk, maar de weg - van - de - Koning, géestelijk.

Ik denk aan de belofte:

„…maar uw ogen zullen uw leraars zien, en uw oren zullen horen het woord van hem die achter u is, zeggende: Dit is de weg, wandelt in dezelve; als gij zoudt afwijken ter rechter- of ter linkerhand." (Jesaja 30:21)

Oudewater

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

NEVENSTROMINGEN VAN DE REFORMATIE TOEN EN NU

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's