In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

IK WERD MISSELIJK VAN MIJZELF

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

IK WERD MISSELIJK VAN MIJZELF

9 minuten leestijd

Maar het kan zijn dat juist daardoor sommigen worden afgeschrikt. Misschien voelen ze zich daardoor niet voldoende vrij. Van de zestien die gereageerd hadden, kwam maar één adres (drie personen).

We zullen moeten overwegen of we dan tóch maar een zaal huren, zoals we dat in Maastricht deden, een zaal in een restaurant. Vanzelfsprekend kost dat veel meer (de familie D. ontving ons met de gebruikelijke kopjes koffie en wilde er niets voor hebben). Maar dat mag geen bezwaar zijn, wanneer we daardoor sommigen over de „drempelvrees" heenhelpen.

Het was een bijzonder boeiende avond. Omdat je in zo n kleine kring bent, kun je natuurlijk veel intenser samen doorpraten.

Ik wil vooral vertellen van één mevrouw. Haar voornaam is Sylvia. Zij had mijn boekje, „Wat is geloven?", gelezen. „Eerst las ik het vlug door, want ik wilde het antwoord weten: Wat is nu eigenlijk geloven? Maar ik las te gehaast en daarom deed het me eerst niets. Toen begon ik opnieuw en werd er diep door geroerd. Ik heb het voornamelijk gelezen tijdens mijn werk. Ik heb namelijk de wacht in een verzorgingscentrum. Soms had ik moeite om mijn tranen te bedwingen. Maar ik kon daar in die omgeving natuurlijk niet aan toegeven".

H.: Wat trof u dan in het boekje?

Sylvia: Verschillende dingen. In de eerste plaats de grote liefde Gods. Het boekje spreekt telkens maar over Zijn barmhartige liefde. Je wordt daarin niet bedreigd: „Pas op! Je moet je bekeren, anders krijgt God je te pakken".

Vervolgens ook dat je daarin helemaal vrij wordt gelaten. Er wordt geen enkele pressie op je uitgeoefend. Christus biedt er Zijn rijkdommen van genade aan voor een ieder die geloven wil. Het is net alsof Hij je in al die bladzijden wil zeggen: „Hier ben Ik. Ik sta helemaal voor jou ter beschikking. Maar Ik dwing je niet. Ik sta aan de deur van je ziel en klop, maar Ik forceer die deur niet. Als je Mij binnenlaat, zal het heerlijk voor je zijn. Maar als je het weigert, dan is het heel erg jammer voor jou."

H.: Begon je ook jezelf daardoor beter te begrijpen?

Sylvia: Ja, dat was een merkwaardige ervaring. Ik zag zo duidelijk Zijn liefde, maar juist daardoor zag ik pas goed wie ik zelfben. Ik ontdekte overal mijn eigen „ik". Zelfs als ik goed wilde zijn voor anderen, dan zat ik daarbij nog mijzelf te strelen: „Wat ben jij toch een goed mens!". Ik merkte hoe dóór en dóór slecht ik ben. Ik werd misselijk van mijzelf.

H. Maar hoe kon je dat uithouden?

Sylvia: Dat kon alleen, omdat ik tegelijk zo duidelijk de vergevende liefde van Christus zag. Dat hebt u in uw boekje telkens onderlijnd. En dat bezorgde mij een diepe vertroosting.

Een andere ontdekking was dat ik ineens veel milder werd tegenover anderen. Dat komt natuurlijk, omdat je zo helder gezien hebt wie jezelf bent. Dan kom je er niet zo gauw meer toe om anderen meedogenloos te veroordelen.

H. Heb je deze ontdekking ook aan anderen verteld?

Sylvia: Ja, aan een collega van mij op het werk. Dat is ook een gelovige. En die is nog niet zo heel lang geleden tot dezelfde ontdekking gekomen. U had immers in uw boekje geschreven dat je die vreugde met iemand moest delen. Zij was de enige aan wie ik dat kwijt kon.

Na een paar dagen heb ik het ook aan mijn man gezegd. Die vroeg mij namelijk: „Wat is er met jou aan de hand? Je bent zo anders geworden?". Ik begon mijn „getuigenis" tegenover hem zo:, Je zult me misschien een slijmbal vinden, maar..".

H. Ook aan niet-gelovigen?

Sylvia: Dat is wel heel moeilijk. Je moet de goede gelegenheid zoeken en dat betekent vaak afwachten. Bovendien moet je jezelf beslist niet opdringen. Ik kan me goed indenken in de mensen, die ik benader. De Getuigen van Jehova b.v. irriteerden mij vroeger mateloos door hun aanhouden. Als u dat in uw boekje ook had gedaan, zou ik het meteen in een hoek hebben geslingerd.

Wél heb ik gemerkt dat je na zo'n „ontdekking" alleen komt te staan. Ik stond bv. met mijn collega Ingrid hierover te praten, toen een andere collega voorbij kwam. Ik voelde toen ineens: wij praten over dingen, die een niet-gelovige totaal niet begrijpt. Wij bevinden ons in een eigen wereld, de wereld van Christus.

Toen ik uw boekje las, beangstigde mij dat soms. Ik dacht: die leeft in zulke verheven sferen, dat is niets voor mij. Maar ik kwam ook een uitdrukking tegen, waarbij ik in de lach schoot. Toen wist ik het: dat is ook een heel gewoon mens zoals ik.

En toen ik vanavond voor dit huis stond, dacht ik: Als het maar niet een teleurstelling wordt!

H. Hoe is het daarna gegaan?

Sylvia: Na een week begon ik te merken dat dat fijne gevoel aan het afzakken was. Ik ben toen opnieuw begonnen uw boekje te lezen.

H.: U moet nu leren op hét Boek te bouwen, de Bijbel. Ik heb ook alles daaruit gehaald. Ik heb in mijn boekje alleen maar verteld wat daar in staat. Naar dat

Woord van God ga ook ik altijd terug. Ik leef daaruit, want daarjn leer ik steeds meer Christus kennen. Daardoor gaat Hij altijd opnieuw en steeds intenser voot mij leven. Dat is het werk van de Heilige Geest.

Zonder die Geest is Christus voor ons alleen maar een persoon uit een ver verleden, of een theologische konstruktie, een gedachtenspinsel, een wensdroom misschien. Maar de Geest brengt dat vreemde, dat gloedvolle kontakt tot stand tussen Hem en ons. Dan zie je ineens wie Hij is en wat Hij voor jou wil zijn: je Zaligmaker.

Dat is tevens ook de grote moeilijkheid om tot geloof te komen. Een mens wil eigenlijk de waarheid omtrent zichzelf en omtrent Christus niet zien en zeker niet aanvaarden.

Sylvia:

Ja, dat heb ik ook ontdekt. U hebt een heel hoofdstuk geschreven over „Wilt u dat?". En ik moest erkennen: nee, eigenlijk wil ik dat niet.

H.: Het is een grote genade dat u „misselijk" werd van uzelf. Want juist daardoor kon u begrijpen en aanvaarden wat Christus voor u wil zijn: uw Zaligmaker. Als je je eigen ellende niet ziet, heb je ook geen behoefte aan Hem.

Pas dan zie je dat Hij terecht jouw totale overgave aan Hem vraagt. Dan begrijp je de betekenis van Zijn verzoenend sterven. Dan zie je hoe Hij Zichzelf volkomen heeft gegeven voor jou aan het kruis, en dat jij je dus ook volkomen moet (en mag!) geven aan Hem.

Ik wilde ook nog dit zeggen: U hebt u aan Hem overgegeven, terwijl u tevens naar Hem getrokken werd. Misschien hebt u zich dit op dat moment niet gerealiseerd. Misschien hebt u het ervaren als een heel bewuste overgave van uzelf, als een klare beslissing van uw wil.

Dat is het ook inderdaad geweest, maar tegelijk was het een getrokken worden. Dat zult u later nog méér gaan begrijpen.

U hebt zich aan Christus overgegeven. Maar nu heeft Hij u a.h.w. overgenomen. Nu bent u Zijn eigendom geworden. U bent gekocht door Zijn dierbaar bloed. Nu bent u van Hem en Hij behoort u toe.

Daarom kunt u voortaan helemaal op Hem vertrouwen. Als die vreugdevolle beleving van het begin weer iets van haar glans verliest, ga dan naar Hem. Hijzelf zal u dan weer naar Zich toetrekken. Dat is Zijn belofte.

Zeker, het kruis zal u niet bespaard worden. U zult aangevallen worden door de machten der duisternis. Maar weet dat de goede Herder altijd bij u zal zijn. „De Heere is mijn herder, mij zal niets ontbreken. Al ging ik door een dal van de schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij" (ps. 23). „Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken" (Joh. 10:27-28).

Sylvia: ik merk ook deze avond dat die vreugde weer helemaal terugkomt.

H.: Inderdaad, dat wilde ik u ook nog zeggen. We hebben elkaar als gelovigen nodig. De Bijbel noemt dat de „gemeenschap der heiligen" (Ef. 3:18). Dat betekent niet de „gemeenschap van brave mensen". Toen u daar straks die ervaring beschreef dat u misselijk werd van uzelf, toen voelden wij ons daarin helemaal één met u. Wij zitten hier niet bij elkaar als een gemeenschap van brave, deugdzame mensen, maar van zondaars en zondaressen, maar die echter wel weten dat ze uit genade door Christus verlost zijn. Er is niemand die boven de ander staat. Niemand van ons kan zeggen: , Ja, maar ik ben toch een beetje braver dan die of die". Daarom kunnen we ook zo open zijn voor elkaar. We merken allen in ons nog die oude mens, die zichzelf zo graag wil doen gelden. En we weten heel goed dat het nieuwe in ons, dat verlangen om lief te hebben en om goed te zijn voor de anderen, uit Hem voortkomt. Alles is genade.

Dat is ook de échte gemeente. Dat is het lichaam van Christus. Dat is een gemeenschap van mensen, die zich één weten in Hem. We hoeven het niet in alles met elkaar eens te zijn om toch met elkaar één te kunnen zijn in Hem. Helaas zijn er christenen die alleen maar samen willen komen met mensen, die het in alles met hem eens zijn, die dezelfde theologische opinies onderschrijven. Dat is de oorzaak van de verdeeldheid van de kerken. Dan wil men niet het Heilig Avondmaal vieren met andere gelovigen, van wie men weet dat ze dezelfde levende Heere en Zaligmaker belijden en beleven, enkel omdat die over een ondergeschikt punt (zoals de Doop) er een andere mening op nahouden.

Zoek daarom een gemeente, waar men Christus als de Zaligmaker verkondigt voor verloren zondaars en waar men zich één weet in Hem.

Sylvia: Dat vond ik in uw boekje zo aantrekkelijk dat u niet naar een of andere kerk toewerkt. U geeft slechts de kern aan, waarom alles draait. U verkondigt Christus alleen. En dat moet toch ook kunnen. We kunnen het overige toch immers aan Hem overlaten.

Br. en zr. B. van Velp hadden aangeboden mij naar Nijmegen te rijden. Zij waren dus ook bij die bespreking aanwezig. Bij het terugrijden zeiden ze: , Al had u uw boekje alleen voor deze mevrouw geschreven, dan zou het al de moeite waard zijn geweest". Inderdaad. Het gaat niet om de massa, maar om de enkele mens. Jezus laat de massa (de 99 schapen) achter om dat éne verloren schaap in de wildernis op te zoeken. (Lukas 15:1-7).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

IK WERD MISSELIJK VAN MIJZELF

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's