De Bechor, de Eerstgeborene
„Hoe gaat de zoon heten?" vroeg de vroedvrouw mij, terwijl ze eindelijk het kleine hoopje mens tegen mij aanschoof.
Ik keek op het kleine, schoongewassen bolletje neer. Mijn baby krulde zich in de houding, waarin hij al die maanden gewend was te liggen.
„Bonkie noemden we hem vóór de geboorte. Maar nu zal hij Amnon gaan heten. Een bevestiging van het leven, dat overwint op de dood. De onvrijwillige dood, waaraan wij, zijn ouders, nauwelijks waren ontsnapt, maar die ons beiden vaderloos had gemaakt. Misschien hadden die beide vaders elkaar wel leren kennen, daar in Auswitz.
Eigenlijk hoorde mijn zoon pas zijn naam te krijgen als hij zou worden besneden. Bij de Brith-Mila, de besnijdenis, zou hij verbonden worden met het hele joodse volk tot aan aartsvader Abraham toe.
Dan werd hij van zomaar een baby, het joodse kind, dat verplicht is alle geboden en verboden in het jodendom op te volgen.
Allang voor er zelfs maar sprake was van een baby, hadden we hooglopende ruzie om de naam.
Volgens de traditie mogen de kinderen naar overleden grootouders genoemd worden. Maar ik wilde niet dagelijks herinnerd worden aan de afgrijselijke dood van mijn vader, die ikzelf niet had verwerkt.
Ik wilde een toekomst voor dit kind en zoveel mogelijk het verleden vergeten. Gideon wilde ik hem noemen, omdat deze een sterke persoonlijkheid was in het oude testament. Mijn man was echter helemaal niet overtuigd, dat zijn zoon een stoere vechtersbaas zou worden. Avonden zat hij tussen de vijf dikke boeken, waarin het oude testament geschreven staat tot hij de naam Amnon vond, de oudste zoon van koning David. Zo zou mijn vader David indirekt vernoemd worden.
De Brith-Mila, de besnijdenis, moest plaats vinden op de achtste dag. Maar onze zoon was nog niet bijgekomen van zijn moeilijke begin en dus werd de Brith uitgesteld. „Besnijden kan altijd", zeggen onze geleerden, „maar een dode ziel kan je nooit meer terug halen.
Omdat Amnon mijn eerstgeborene was, moest hij „gelost" worden.
Avonden zat hij tussen de vijf dikke boeken, waarin het oude testament geschreven
Toen God destijds de Egyptenaren strafte, omdat ze de joodse slaven niet terug wilden laten gaan naar hun eigen land, deed Hij dat door middel van de dood van de eerstgeborenen.
De joodse jongetjes werden echter gespaard. Als herinnering daaraan behoren eigenlijk alle eerstgeboren joodse zonen aan God gewijd te worden. Ze zouden daartoe dienst hebben moeten doen in de tempel te Jeruzalem.
Dat zou de priesters brodeloos hebben gemaakt, daarom werd het een symbolische handeling tussen de vader van de eerstgeborene en de priester. De vader bracht de priester zijn zoon en deze sprak een gebed uit. Ook bracht de vader vijf zilveren muntstukken mee en gaf dit aan de priester.
Nadat deze laatste de eeuwenoude zegen over de baby had uitgesproken, kreeg de vader in ruil voor de zilverstukken, zijn zoon terug. Omdat wij behoren tot een volk vol tradities, bleef deze lossing, de Pidjan Habeen, bestaan. Ook toen er allang geen sprake meer was van een tempel of zelfs maar het bewonen van het joodse land. Voor de Pidjan-Habeen van mijn zoon, die thuis gehouden werd, verknipte ik mijn trouwjurk. Ik maakte er een kussen van en borduurde op het witte satijn met gouddraad de naam van mijn zoon in Hebreeuwse letters.
Ook bereidde ik een feestmaal voor. Om niet steeds in de keuken bezig te hoeven zijn, die dag, had ik het voorspijsje, bestaande uit leverpastei, vast op het brandschone witte tafelkleed klaar gezet. Voor elke gast apart op een klein bordje. Door alle drukte, die dit alles met zich meebracht, had ik geen rekening gehouden met één lid van de familie, die toch al barstte van de jaloezie op de baby, die hem van zijn plaats verdrongen had. Onze poes Porgy.
Tot aan de geboorte van de baby stond hij met zijn grappige jonge poezenkunsten in de volle belangstelling.
Nu was die aandacht overgegaan op dat kleine wurm daar in die wieg, die nog vreemd rook ook.
Maar enkele dagen na de geboorte begreep Porgy, dat het leven van dat wurm beschermd moest worden tegen de vijandige buitenwereld. En dat alleen hij daartoe in staat was. Wie durft een vinger uit te steken naar de wieg of in de box als daar een blazende kater de wacht houdt? Welke moedige hond durft het tuinpad te betreden als er uit een grote kinderwagen een pikzwart beest springt met vooruitstekende klauwen? Daarom nodigde Porgy zichzelf op deze bijzondere dag maar voor de maaltijd uit.
Terwijl de plechtige overhandiging van de baby alle aandacht van de volwassenen opeiste, deed hij zich tegoed door van elk bordje wat leverpastei af te happen. Mijn oma echter, gewend aan poezen en begiftigd met ogen in haar achterhoofd, zag het gebeuren. Ze verliet resoluut de plechtigheid en prakte alle aangevreten slaatjes weer in model.
Grinnekend vertelde ze me later de hele geschiedenis.
Ach, als je tachtig jaar hebt geleefd, zoals mijn oma en honger hebt geleden in de oorlog, dan kan het je niet zoveel schelen of een klein poezetongetje van je eten meegeniet. Dan kan je alleen maar een beetje gelukkig zijn, dat er ondanks al het leven dat rondom je werd verwoest, toch een nieuw leven is gekomen.
De oude priester, die de plechtigheid leidde, was aangedaan. Voor hem was het na de oorlog een zeldzaamheid geworden een eerstgeboren zoon te lossen. Het kussen, waarop mijn zoon lag, schudde. Terwijl allerlei handen werden uitgestoken om het kind voor vallen te behoeden, lachte het de oude man toe. Ontroerd legde deze de zilveren rijksdaalders, die mijn man hem traditiegetrouw overhandigd had, op het kussen. „Laat er nooit armoede komen in je leven", zei de priester tegen mijn zoon, die hem vertrouwelijk bleef toelachen.
Terwijl de zachte ongedwongen sfeer van de Pidjan Habeen ons nog vers in het geheugen lag, moesten we aan de uitgestelde Brith-Mila, besnijdenis, gaan denken. Ik keek naar mijn zoon, die bijgekomen was van zijn wat moeilijke geboorte. De gezondheid straalde nu van zijn snoetje af. Ik kreeg het koud als ik aan die Brith dacht. Er zou een stukje van zijn voorhuid worden losgemaakt en hij zou voor het eerst pijn gaan voelen. Ook voor deze plechtigheid werd een feestelijke maaltijd door de gasten verwacht.
Maar ik kniesde in de keuken en kon niet in de feestvreugde delen. Op de dag van de Brith vulde de kamer zich met mensen. We hadden ervoor gezorgd dat er 10 mannen aanwezig waren. Tien mannen vormen in het jodendom een „bid"gemeenschap, een minimum aantal om bepaalde gebeden mee te zeggen. Het aantal ook dat nodig is om de thora, geschreven op perkament tevoorschijn te halen.
Eeuwen geleden, toen God Sodom en Gomorrah wilde verwoesten, beloofde hij aan aartsvader Abraham deze steden te sparen als er tien goede mensen te vinden waren. De steden werden verwoest, maar het getal tien is blijven bestaan als een minimum voor een „bid' gemeenschap. Een minjan wordt dat genoemd.
Toen de 10 mannen zich, met bedekt hoofd, in onze kleine huiskamer hadden gewurmd, kon de plechtigheid beginnen.
Mijn tweede vader viel de grote eer te beurt het kind op schoot te houden. De moheel, degene die het kind besnijdt en daar een gedegen opleiding voor heeft gekregen, inspekteerde de tafel, waarop de ontsmettingsmiddelen en het verband klaar lagen.
Hij had van tevoren een lijstje gestuurd, waarop stond wat we allemaal in huis moesten hebben. Het lijstje met die gebruiksaanwijzing groeide in mijn moederogen uit tot een bevel tot veroordelen van mijn zoon.
De tranen, die al die weken hadden gewacht, bleven dan ook niet uit, toen al onze gasten nog in feeststemming bleken te zijn ook.
Het was mijn tante, moeder van drie zoons, die met een begripvolle blik mij meeloodste naar een andere kamer. De geluiden kon ze er echter niet voor mij wegmoffelen. Er werden gebeden gezongen ter ere van mijn zoon. AI het geluk, dat er te bieden viel, werd aan zijn voeten gelegd. Ik zou me er erg vereerd mee hebben moeten voelen. Maar ik wachtte op zijn protest. Dat kwam in de vorm van een klein schreeuwtje. Het ging me door merg en been. „Pas toen we het lepeltje wijn uit zijn mondje trokken, begon hij te huilen", zei mijn vader geruststellend. Voor mij was het geen feestdag. Goed, mijn kind werd dan wel opgenomen in het verbond, dat liep van Abraham tot Amnon, maar mijn kind moest daarbij dan wèl pijn lijden.
Infekties zal hij niet krijgen aan zijn penisje. Baarmoederkanker zal hij niet verwekken bij een vrouw. Maar zal de wereld hem met rust laten? Mijn kleine besneden zoon?
Nechamah Mayer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
