HET ZWAARD OVER DE HERDER
Bezitten de pausen werkelijk de absolute bestuurs- en rechtsmacht en het absolute leergezag, waarop zij aanspraak maken? In „Het zwaard over de herder" gaat ds. H. J. Hegger vooral in op de zogenaamde petra-tekst (Matth. 16 : 18) waarop de pausen hun absolute en onfeilbare gezag baseren.
In het eerste gedeelte van zijn nieuwe boek verschenen bij „De Banier" in Utrecht richt ds. Hegger zich in een persoonlijke oproep tot Johannes Paulus II, de huidige paus. In principe richt hij zich tot elke paus, om voor Gods aangezicht vanuit Gods Woord na te gaan of zijn aanspraak op de absolute macht niet een vreselijke aanmatiging is.
Ds. Hegger heeft reeds een Nederlands exemplaar van het boek naar Rome gestuurd, maar hoopt, indien het financieel haalbaar is, een Poolse vertaling binnen niet al te lange tijd te laten volgen.
Inwoning
In het tweede gedeelte, dat dertien hoofdstukken omvat, poogt ds. Hegger te komen, vanuit de Schrift, tot een dieper inzicht in wat de gemeente van Christus is. Hij komt daarin tot de conclusie dat de gemeente niet, zoals Rome leert, de voortgezette incarnatie (menswording) van Christus is. De gemeente is, aldus deze ex-priester, de voortgezette inhabitatio Spiritus Sancti, dat wil zeggen de voortgezette inwoning van de Heilige Geest.
Voor het verstaan van vooral het eerste gedeelte is het raadzaam het Woord vooraf te lezen. Het boek zou anders wat vreemd overkomen. De „aanzet" tot het boek ligt namelijk in een droom die ds. Hegger had tijdens een verblijf in Portugal. Hegger legt uit waarom hij in de brieven aan de paus „je" en „jij" gebruikt. Dat ligt voornamelijk in het feit dat hij bezwaar heeft tegen de benamingen „Heilige Vader", „Uwe Heiligheid" enzovoort. In de brieven koos hij als aanspreektitel „medemens Wojtyla" (de Poolse naam van de paus).
In het eerste hoofdstuk geeft Hegger in briefvorm de inhoud van zijn droom weer. Hij verontschuldigt zich voor het tutoyeren met een beroep op Job. 1:21. Naakt ben ik uit de buik van mijn moeder enzovoort. Dat geldt ook voor een paus. Hegger wil „praten" met de paus omdat zij beiden reeds vandaag kunnen worden opgeroepen voor de rechterstoel Gods. En dan? God zal de paus echt niet aanspreken met „Heilige vader". God zal wel aan ons allen vragen wat er gedaan is met het Woord waarin Hij Zichzelf geopenbaard heeft in Zijn grote verlossersliefde.
Hegger wil „medemens Wojtyla" duidelijk maken hoe de christenen van de Reformatie het Evangelie zien. Jij hebt, aldus Hegger tegen de paus, de leer van de reformatie slechts leren kennen door de caricaturen die de R.K. handboeken van de theologie ervan gemaakt hebben, omdat ze de bedoeling van de Reformatie niet begrepen hadden.
Als je sterft, weet je dan zeker dat je in de eeuwige heerlijkheid opgenomen wordt? Hegger somt dan een aantal redenen op (biecht, mariologie enzovoort) maar vraagt dan waarom Wojtyla niet op Christus alleen vertrouwt. Hierna volgt een ernstige waarschuwing aan het adres van de bisschop van Rome: God zal wellicht zeggen: Karei Wojtyla, jij die jezelf op aarde zo laat bewieroken, ga weg van Mij, vervloekt, in het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen bereid is (Matth. 25 :41).
Bewogen
Het boek van ds. Hegger ademt overigens geen haatdragende geest of bevat sporen van antipapistische ressentimenten. Hij vertelt op bewogen wijze over hoe God voor hemzelf in Christus genadig was en nog altijd is. Dit maakt het boek lezenswaardig én „geloof'-waardig.
In het volgende hoofdstuk gaat Hegger in op de eerzucht als wortel van alle kwaad bij hen die op de hoogste sport van de piramide van het machtsinstituut staan. Hij vergelijkt dit met Schriftgegevens en feiten uit de kerkgeschiedenis. Vooral paus Gregorius I wordt naar voren gehaald. In het bij dit hoofdstuk toegevoegde „aanhangsel" gaat Hegger in op de pauselijke ridderorden. Met name de „Christusorde" acht hij weerzinwekkend. De Zoon van God die medailles steekt op de borsten van mensen voor wie Hij aan het kruis stierf. Een demonische bespotting van het Evangelie!
Hegger spaart het protestantisme niet. Het boek is geen arrogante zelfbevestiging van een ex-priester die zijn gelijk wil bewijzen. Elders in het boek schrijft hij dat het hem vooral ging om de eer van God.
De titel van het boek ontleende Hegger aan Zacharia 13:7. Nadat hij die tekst uitgelegd heeft, schrijft hij het volgende: „Medemens Wojtyla, wanneer je tot het inzicht gekomen bent, dat Christus geen pausdom als absolute macht over Zijn schapen gewild heeft, bekeer je dan en geef je in absoluut vertrouwen over aan Jezus Christus, zodat ook jij mag weten: Mijn zonden zijn mij voor altijd vergeven, omdat ik door God genadig ben aangenomen in Christus."
Sleutelmacht
In het tweede gedeelte gaat Hegger in op de petra-tekst uit Matth. 16 : 18. Aan de hand van Schriftgegevens legt hij uit dat een wereldorganisatie niet gebouwd kan zijn op beeldspraak. Ook gaat hij in op het werkelijke fundament van de gemeente. Op grondige wijze, wie kent de Roomskatholieke theologie beter dan Hegger, gaat hij in op de sleutelmacht en het binden en ontbinden. De samenvattingen maken het boek erg leesbaar. Het geeft een werkelijk beeld van het pausdom want door de „Vatikaanse lente" en de sympathiek aandoende Wojtyla wordt een beeld geschapen dat onjuist is. Ook hier gaat Hegger op in.
N.a.v. „Het zwaard over de herder"; door ds. H. J. Hegger, uitg. BV Uitgeverij „De Banier", Utrecht 1981; prijs ƒ 24,50; 218 blz. paperback.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
