In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE MACHT VAN HET GEBED

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE MACHT VAN HET GEBED

8 minuten leestijd

Aldus F. MacNut in zijn nieuwe boek „De macht van het gebed" (Uitg. NovapresLaren, 224 blz., ƒ 19,90). Hij voegt eraan toe: „Het is niet zo dat we iets van de fundamentele leerstellingen van vroeger moesten herzien; het is meer alsof ons begrip van wat de Heere ons door de jaren heen heeft geleerd, zich heeft verdiept" (P- 7).

Reeds in „Genezing" had hij een hoofdstuk: „Elf redenen waarom mensen soms niet genezen". En als één van de redenen noemt hij daar: „Soms gebruikt God ziekte voor een hoger doel" en hij citeert daarbij Gal. 4 : 13,14. Dat is al een stelling die lijnrecht ingaat tegen wat veel „gebedsgenezers" beweren, die nl. elke ziekte aan de duivel toeschrijven.

Die stelling breidt hij uit in dit tweede boek. „Er is ook nog het mysterie van Gods wil (dat besproken wordt in hoofdstuk 10); genezing is niet in de eerste plaats afhankelijk van gebed of geestelijke kracht. Sommige mensen worden niet genezen, omdat dat niet is wat God voor hen wil" (p. 85).

Geleidelijke genezing

Meteen in hoofdstuk 1 brengt MacNut de belangrijkste ontdekking naar voren, die hij in de afgelopen tijd heeft gedaan. Wij citeren uit p. 23-24:

Het belangrijkste wat ik in de afgelopen paar jaar over het bidden om genezing heb geleerd, is dat de mensen doorgaans niet volkomen genezen door gebed, maar dat hun toestand verbetert.

Eigenlijk is dat nogal voor de hand liggend. Zo gaat het met de meeste dingen in het leven. Zo gaat het ook met genezing door middel van medicijnen. We gaan naar de dokter en komen er gelukkig vandaan als de genezing maar is begonnen en er verbetering is aangetoond. We zijn dolblij als de dokter er goede hoop op heeft dat we in een week of een maand weer geheel gezond zullen zijn.

Maar uit sommige preken en geschriften spreekt een zekere onvoorwaardelijkheid die gebiedt dat alle genezing door gebed ogenblikkelijk is. „Kunt u nu uw genezing opeisen" plaatst vele zieken in een moeilijke positie; ze willen geloof in God tonen door „ja" te zeggen, maar ze willen ook eerlijk zijn, en zeggen: „Maar ik kan nog steeds niet lopen, dus ik weet het niet zeker." De waarneembare genezingen die tijdens grote genezingsdiensten plaatsvinden, zijn, door hun aard, ogenblikkelijk - ofwel, ze vinden plaats binnen een betrekkelijk korte tijdsduur (een gezwel kan bij voorbeeld 10 minuten nodig hebben om te verdwijnen). Christenen die grote genezingsdiensten bijwonen worden er toe gebracht te denken in termen als: Ben ik nu op dit moment genezen of niet?

Hoewel ik altijd heb geprobeerd in mijn onderricht en bediening evenwichtig te zijn, besef ik nu, dat ook ik iets van die alles-of-niets, zwart-of-wit mentaliteit had overgenomen. Ik vroeg bijvoorbeeld na een genezingsdienst: „Hoevelen van u voelen, in alle oprechtheid, dat de Heer hen heeft genezen?" En daarna, omdat ik eerlijk wilde zijn en een indruk wilde hebben van wat er gebeurde, vroeg ik gewoonlijk: „En hoevelen onder u voelen dat er niets veranderd is?" De meeste evangelisten stellen die vraag nooit, dus ik vond dat ik moedig de weg naar eerlijkheid was ingeslagen. Na sommige bijeenkomsten stak bijna 80 procent de hand op om aan te geven dat zij genezing hadden ontvangen; na andere bijeenkomsten maar ongeveer 20 procent. Ik wist wel dat dit maar een subjectieve weergave van indrukken was, en dat die opgestoken handen op geen enkele wijze een wetenschappelijk bewijs vormden dat op professionele mensen, zoals artsen, indruk zou maken. Maar het was een hulpmiddel, een aanduiding hoe machtig God werkte in een bepaalde groep, en door het stellen van dergelijke vragen kwam ik steeds meer te weten over de wijze waarop God werkte, en welke condities bij een genezingsdienst bevorderlijk schenen te zijn.

'Maar het viel me steeds weer op, dat een aantal mensen hun hand slechts aarzelend opstak - alsof ze er niet zeker van waren bij welke groep zij thuishoorden.

Later besefte ik pas, dat ik in feite nóg een vraag moest stellen: „Hoevelen onder u zijn niet geheel genezen, maar voelen zich duidelijk beter door het gebed?" Sinds ik geleerd heb deze vragen alle drie te stellen in plaats van alleen de eerste twee, heb ik gemerkt dat in het algemeen ongeveer 25 procent van de mensen aangeeft dat zij geheel genezen zijn, 50 procent dat zij er op zijn vooruitgegaan en dat er voor ongeveer 25 procent niet veel schijnt te gebeuren.

Dit duidt er op dat voor velen - waarschijnlijk voor de meeste mensen - één enkel gebed om genezing niet voldoende is. Wat zij nodig hebben, is dat het gebed door iemand anders, of door een groep, wordt voortgezet.

Jezus wijst op ons gebrek aan geloof

Een ander inzicht waartoe ik kort geleden ben gekomen (en dat steeds duidelijker wordt), is dat de geestelijke zwakheid van de bedienaar de reden is waarom sommige mensen niet genezen worden. De bezeten knaap (Mattheús 17:14 e.v.) werd niet genezen door de discipelen, en toch was het Gods wil dat hij genezen zou worden. Die tegenstrijdigheid was de schuld van de discipelen; zij hadden de geestelijke kracht niet om een ziekte van een dergelijke sterkte de baas te worden:

„Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?" vroegen zij. Hij zeide tot hen: „Vanwege uw kleingeloof. Want voorwaar, Ik zeg u, indien gij een geloof hebt als een mosterdzaad, zult gij tot deze berg zeggen: Verplaats u van hier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal u onmogelijk zijn." (Mattheús 17 : 19 - 20)

De reden waarom sommige zieken niet genezen heeft niets te maken met diepzinnige vragen over Gods wil. Het fundamentele probleem ligt bij ons - wij hebben nog niet genoeg bezieling en geestelijke kracht om de genezingen te verrichten dGod waarlijk wil dat wij doen. Als ik voor iemand bid en hij wordt niet genezen, moet ik die zieke niet vertellen dat het hem aan geloof ontbreekt, of (het tegenovergestelde) dat hij de ziekte moet aanvaarden en verdragen als Gods wil. Misschien zou ik moeten zeggen dat ik er gewoon niet toe in staat ben, vanwege mijn eigen gebrek aan geestelijke kracht, (p. 125)

Ook de psychologie is een geoorloofd middel

Het is merkwaardig dat sommige christenen wél allerlei natuurlijke hulpmiddelen voor de genezing zoals de bekwaamheid van een dokter en de uitwerking van medicijnen aanvaarden, maar niet de psychologie. En dat, terwijl toch de Bijbel zelf zulk een duidelijk verband legt tussen ziel en lichaam, ook wat ziekten betreft. MacNut schrijft daarover op p. 111:

Toch is het nodig dat het element van waarheid in deze stelling - dat God werkt via de natuurlijke weg - wordt benadrukt. Ik zie steeds weer dat mensen een tegenstelling oproepen tussen wat mensen doen en wat God doet. We kennen allemaal die extremisten die, nadat zij hebben gebeden om genezing, de mensen aanmoedigen hun medicijnen weg te gooien. Persoonlijk ken ik weinig mensen die iets dergelijks zouden aanbevelen, tenzij er op dat punt een werkelijke openbaring van God was geweest, maar ik ontmoet vaak tegenstand, uitgesproken of onuitgesproken, wanneer ik voor sommige charismatische groepen spreek over psychologie en haar relatie tot het geestelijk leven. „Als je door de Geest werkt, hoef je niet in de psychologie te graven", is hun standpunt. Ik heb een aantal mensen ontmoet die vinden dat het een vernedering van Gods Geest is wanneer je lange tijd besteedt om te ontdekken waarvóór je precies moet bidden; dat zou betekenen dat je de voorkeur gaf aan „zielkundige" middelen boven het geleid worden door de Geest, en het gebruikmaken van het woord van kennis. Waarom deze afkeer van menselijke wetenschap zich concentreert op de psychologie weet ik niet. Naar mijn beste weten hebben deze zelfde mensen een hoge dunk van astronauten, wetenschapsmensen die zich met de ruimtevaart bezighouden, en medici; zij zouden er niet over peinzen een medicus te vragen een „diagnose door de Geest" te stellen, zonder dat de patiënt aan een bloed- en urine-onderzoek was onderworpen, en er röntgenfoto's waren gemaakt. En toch schijnt er, wanneer innerlijke genezing aan de orde komt, een werkelijke angst te bestaan om de menselijke instrumenten te gebruiken die door psychologen zijn ontdekt.

Tot zover MacNut

Een belangrijke waarschuwing

Er Staan nog heel wat meer waardevolle adviezen in de beide boeken van MacNut. Toch moet ik u, voor het geval u deze boeken zoudt willen aanschaffen, met nadruk erop wijzen dat MacNut, toen hij die boeken schreef, nog priester was van de R.-K. Kerk. (Hij heeft zijn ambt intussen moeten neerleggen, omdat hij getrouwd is nl. met een baptiste).

En dat betekent dat er verschillende uitspraken in staan, waarmee wij het niet eens kunnen zijn, omdat ze in strijd zijn met de Schrift. U moet deze boeken dus beslist kritisch lezen.

Maar datzelfde geldt ook Thomas a Kempis, wiens boekje „De navolging van Christus" toch ook door veel gelovige protestanten met zegen wordt gelezen, ofschoon ook daarin uitspraken voorkomen, die we op grond van de Schrift moeten afwijzen.

De vraag echter over de oorzaak van de ziekten en over de mogelijkheid van genezing daarvan op grond van het gebed is echter zo ingrijpend dat het goed is om te luisteren naar elk waardevol advies op dit gebied.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE MACHT VAN HET GEBED

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's