In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

GODS TROUW TEGENOVER ONZE ONTROUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GODS TROUW TEGENOVER ONZE ONTROUW

3 minuten leestijd

Een lezeres meende ons te moeten waarschuwen dat we ons niet al te zeer aan de vreugde mogen overgeven. Ze schreef o.a.:

„Men leest toch in Gods Woord dat het een gedurig vrezen is en: Ik zal u doen overblijven een arm en ellendig volk. Het is dus een volk dat niet altijd kan vasthouden engeloven. Denk eens aan Heman, bedrukt en doodbrakende. En Asaf kon het toch ook niet altijd geloven. Niet dat dat goed is, geenszins, maar het is wel de praktijk".

ONS ANTWOORD:

Ik ben blij dat deze lezeres het met ons, beter: met de Bijbel, eens is dat twijfel zonde is, wanneer het de beloften Gods betreft. Want dat onderscheid moeten we beslist maken.

We hebben alle reden om te twij felen aan ons eigen kunnen. Ik zou liever zeggen: we moeten niet alleen twijfelen aan onszelf, maar er zelfs zeker van zijn „dat in mij, dat is: in mijn vlees, geen goed woont" (Rom. 7:18).

Maar daartegenover moeten we er zeker van zijn dat in God alle goed woont, dat Hij trouw is aan de beloften die Hij gegeven heeft, terwijl wij uit onszelf onbetrouwbaar zijn.

Ook Paulus wijst op dat onderscheid. Nadat hij in Rom. 3:3 de vraag heeft gesteld of de trouw van God zal te niet gedaan worden door de ontrouw van de Joden, antwoordt hij: „Dat zij verre. Doch God zij waarachtig, maar alle mens leugenachtig".

In sommige kringen ziet men dat onderscheid niet voldoende. En dan komt men ertoe om de twijfel aan je zaligheid in Christus tot een soort norm voor het waarachtige geloof te verheffen. Mensen die juichen over hun heil op grond van Gods belofte, die ze door het geloof hebben mogen zien en aannemen, worden dan met wantrouwen bekeken. Zulke mensen krijgen dan telkens te horen: „Dat gaat zó maar niet". Maar dat weet een oprechte gelovige toch óók wel. Dat hoort bij het waarachtige geloof dat je door de werking van Gods Woord en door de Heilige Geest bent gaan inzien en belijden dat er in jou geen goed woont. Maar juist daardoor werden ze gedreven naar Christus, „want zovele beloften Gods als er zijn, die zijn in Hem ja en zijn in Hem amen, Gode tot heerlijkheid door ons" (2 Kor. 1:20). En: In Hem verheugt gij u „met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde" (1 Petr. 1:8).

We mogen het niet tot een wet gaan verheffen dat elke gelovige voortdurend ten prooi moet zijn aan allerlei aanvechtingen. Naast een intense blijdschap als vrucht van de Geest (Gal. 5 : 22) heb ook ik mijn aanvechtingen. Maar ik denk er niet aan om de waarachtigheid van het geloof van de ander ook maar enigszins in twijfel te trekken, wanneer ik merk dat die nauwelijks last van aanvechtingen heeft. Ik zou dan dezelfde verwijtende blik van Christus op mij voelen, die Hij gericht heeft op Petrus, omdat die zich bemoeide met een eventueel niet-sterven van Johannes. Toen zei Jezus tot Petrus: „Wat gaat het u aan? Volg gij Mij" (Joh. 21 : 22).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

GODS TROUW TEGENOVER ONZE ONTROUW

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's