In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd

2 minuten leestijd

Deze „aantekeningen bij het Evangelie van Johannes" zijn zeer de moeite waard. De schrijver A. C. Gaebelein (uitg. Medema Apeldoorn, 420 blz. ƒ 29,50) geeft meer dan een zakelijke exegese. Hij brengt ook zijn eigen geestelijke visie naar voren. Dat heeft voordelen: het is daardoor vlotter leesbaar en opent vaak zicht op bijbelse grondlijnen. Maar het heeft ook nadelen, nl. dat de schrijver vanuit zijn dogmatische vooronderstellingen sommige bijbelse gegevens in een bepaalde richting dwingt.

Zo schrijft hij: „Zolang de volle waarheid van het christendom nog niet geopenbaard was, waren uiterlijke tekenen ook nodig. Maar toen het Woord van God door de Geest van God voltooid was, waren wonderen zoals de Heer verricht had, niet meer nodig" (p. 279). Mijn vraag: Waar staat dat in de Bijbel? Ik lees dat nergens. Zou het dan niet beter zijn om op z'n minst de vraag of er ook na de totstandkoming van de Schrift nog wonderen en tekenen door de Heere verricht worden, open te laten. Gaebelein gaat echter, op grond van zijn dogmatische visie, de kringen waar men beweert dat er nog steeds wonderen b.v. gebedsgenezingen gebeuren, verdacht maken: „Veel van deze bewegingen waren helaas een broeinest van valse leringen en zelfs van immoreel gedrag". Een dergelijke verdachtmaking lijkt mij in strijd met de liefde, die in het Evangelie van Johannes in elk geval duidelijk verkondigd wordt als geldend voor alle tijden.

Nog een voorbeeld. Gaebelein verklaard het woord „slaaf' als tekenend degenen die tot de oude bedeling behoorden, en „vriend" als aangevend degenen die tot de nieuwe bedeling behoren (Joh. 15 : 15). Hij komt dan in moeilijkheid met het feit dat de Schrift Abraham vriend van God noemt en geeft als oplossing: , Abraham leefde niet onder de wet, want de wet kwam 430 jaar later". Maar hij vermeldt niet dat God ook met Mozes sprak, „gelijk een man met zijn vriend spreekt (Ex. 33: 11).

Maar ondanks die bezwaren beveel ik dit boek van harte aan, want het is overigens een poging om echt de Schrift aan het Woord te laten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's