In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

MARIAVERERING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MARIAVERERING

6 minuten leestijd

Gedachten-wisseling met een abonnee op on2e Spaanse editie. Uit zijn brief citeren wij:

Ik weet dat u slechts overtuigd wilt worden vanuit de Schrift. Daarom laat ik hieronder de teksten volgen, waarop wij onze Mariaverering baseren.

MARIA WAS MAAGD. „Toen zijn moeder Maria verhofd was metJozef bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwangevan de Heilige Geest" (Matth. 1:18). „…tot een maagd die verloofd was met een man, die Jozef heette" (Lk. 1:27).

(NB. Ds. J. Sanz die deze brief in onze Spaanse editie beantwoordde, gebruikte de r.-k. Spaanse vertaling; wij gebruiken de vertaling van de Katholieke Bijbelstichting).

ONS ANTWOORD:

Ook wij aanvaarden dat Maria zwanger was van de Heilige Geest. Haar kind was dan ook niet van Jozef, maar was op een wonderbare wijze verwekt door de Heilige Geest. De Schrift zegt echter uitdrukkelijk dat Maria maagd was tot aan de geboorte van Jezus, „…en (Jozef) nam zijn vrouw tot zich. Toch had hij geen gemeenschap met haar, totdat zij een zoon ter wereld had gebracht; én hij noemde Hem Jezus" (Matth. 1 : 24-25). Als Maria ook daarna maagd was gebleven, had er moeten staan: „Toch had hij geen gemeenschap met haar, ook niet nadat zij een zoon ter wereld had gebracht".

Ook uit andere teksten blijkt volgens ons dat Maria later nog meer kinderen heeft gehad. En we zijn daar blij om. Immers zo komt Maria, deze diep-gelovige vrouw, zo heel dicht naast ons te staan. Zij heeft de zorgen en de vreugde van een groot gezin gekend.

Maar de vraag of Maria ook na de geboorte van Jezus normaal met Jozef samengeleefd en als gevolg daarvan ook meer kinderen heeft gekregen, is voor ons niet erg belangrijk. Veel belangrijker zijn de volgende stellingen, die dhr. Escoda over Maria naar voren brengt:

MARIA, MEDEVERLOSSERES EN MOEDER VAN ALLE MENSEN - „ Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tozijn moeder: Vrouw, zie daar uw zoon. Vervolgens zei Hij tot de leerling: Zie daa uw moeder. En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis" (Joh. 19:26-27).

ONS ANTWOORD:

Johannes zelf geeft als verklaring van de woorden van Jezus, dat hij Maria bij zich aan huis moest nemen. Mogen wij daar dan zo maar een andere verklaring van geven? Als úw verklaring van de woorden van Jezus juist zouden zijn, dan had Johannes eraan moeten toevoegen: „…en van dat ogenblik af beschouwde hij Maria als medeverlosseres en moeder van alle mensen". Ook in de brieven van Johannes en in zijn boek Openbaring heeft hij nergens geschreven dat wij Maria zouden moeten beschouwen als medeverlosseres en moeder van alle mensen. Waarom heeft hij zijn lezers nooit aangespoord om zich in geloofsvertrouwen tot Maria te wenden en om tot haar te bidden? Waarom heeft hij zijn lezers uitsluitend aangespoord om op Christus te vertrouwen en om zich in alle nood slechts tot Hem te wenden?

MARIA, MOEDER VANDE KERK-„Zij allen bleven eensgezind volharden in het gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders" (Hand. 1:14).

ONS ANTWOORD:

Maar in deze tekst wordt toch niets gezegd over een moederschap van Maria van de daar aanwezigen. Als dat het geval was, dan zou Maria toch minstens als eerste moeten genoemd zijn, dus vóór „de vrouwen". Hoe uitermate verwarrend zou de Bijbel dan niet zijn, wanneer daarin met deze woorden zou zijn uitgedrukt dat Maria door Christus is aangewezen als moeder van de kerk. Er is toch geen mens, die dit uit deze woorden kan halen.

Tenslotte vraag ik of wij geen godsdienstige verering zouden moeten toebrengen aan een vrouw, die is „vol van genade" (Lk. 1:28)…

ONS ANTWOORD: In het Grieks staat niet „vol van genade", maar „begenadigde". Zo wordt het gelukkig ook door de Katholieke Bijbelstichting vertaald. De enige persoon van wie in de Bijbel staat dat hij „vol van genade" was, is Stephanus (Hand. 6 : 8). Maar ook Stephanus richtte zich, toen hij gestenigd werd, uitsluitend tot Jezus: „Heer Jezus, ontvang mijn geest" (Hand. 7 : 59).

…die allen overtreft in de deugd (Lk. 1:23-33)

ONS ANTWOORD: Dat kan ik nergens lezen in die verzen, ook niet in de r.-k. vertalingen.

…die wijs, vroom, sterk, barmhartig, bezonnen, nederig, volmaakt in de lief de is (Lk. 1:56; Joh. 2:3), rijk in het geloof, die bovendien moeder van God wordt genoemd (Matth. 1:16). Maria staat samen met Christus aan de rechterhand van de Vader en bidt daar voor onze zielen.

ONS ANTWOORD: Ik kan dat werkelijk niet vinden in die aangehaalde teksten.

Er staat wel dat zij „de moeder des Heeren" is, maar niet dat zij de moeder van God is. Bovendien lees ik: „Er is geen rechtvaardige, zelfs niet één, niemand die verstandig is, niemand die God zoekt. Allen zijn afgedwaald, allen verdorven; niemand is er die het goede doet, zelfs niet één" (Rom. 3 : 10-12). Zou er dan niet moeten hebben staan"… behalve één, namelijk Maria"?

„En er verscheen een groot teken aan de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren" (Openb. 12:1). Ongetwijfeld is Maria daar bedoeld.

ONS ANTWOORD: Ik ben het eens met de verklaring, die de Katholieke Bijbelstichting geeft van deze tekst in een voetnoot: „De vrouw die de moeder is van de Messias (v. 5), maar ook van de christenen (v. 17), stelt het volk Gods van alle tijden voor, zowel dat van het oude verbond, waaruit „onder weeën en barensnood" de Messias en de messiaanse tijden zijn voortgekomen, alsook de kerk, het ware Israël. De twaalf sterren doen denken aan de twaalf stammen, vgl. Gen. 37 :9". Alleen „de kerk, het ware Israël" zou ik persoonlijk liever wat anders formuleren.

TENSLOTTE: het gaat mij niet om een triomfantelijk gelijk op grond van wat Bijbelteksten. Zulk een geesteshouding zou onvruchtbaar zijn. Ik zou alleen aan onze r.-k. lezers willen vragen: overdenk dat alles eens. Misschien brengt het ook u er toe om uw geloofsvertrouwen uitsluitend te stellen in Jezus Christus, van Wie Paulus heeft gezegd: „Hij heeft zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard, voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En zou Hij ons na zulk een gave ook niet al het andere schenken?" (Rom. 8 : 32).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

MARIAVERERING

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's