GIJ GEHEEL ANDERS
Een boekje van ds. M. R. v.d. Berg dat handelt over de wet in haar verhouding tot het Evangelie (uitg. Buijten en Schipperhein, A'dam, 110 blz. ƒ 12,50). Ik lees ds. v.d. Berg altijd erg graag. Hij is sprankelend en vaak verrassend.
Ik heb dit boekje geboeid gelezen van het begin tot het einde; en dat terwijl het toch een moeilijk onderwerp behandelt.Hoe komt dat? Ik denk om twee redenen: allereerst omdat de schrijver in een direkt gesprek zich richt tot de lezer. Het is net of je hem hóórt praten. En vervolgens ook omdat hij vaak zijn gedachten verduidelijkt met voorbeelden uit het dagelijkse leven.
Zo schrijft hij over het dodende karakter van de op zichzelf goede en levenwekkende wet: „De wet die ons ten leven moest leiden, bezorgt ons de dood. Het reddingstouw dat ons leven moest redden, blijkt te werken als een strop die ons het leven beneemt" (p. 106). Maar ook hoe wij door het geloof in Christus vrij worden van de wet: „Een moordenaar die bij een schietpartij gedood werd, kan niet meer ter dood veroordeeld worden. Zo kan ook Gods wet ons niet meer ter dood .veroordelen. Want we zijn al dood" (106).
Ook bij de behandeling van de afzonderlijke geboden, is hij vaak zeer aktueel. Zo laat hij aan een klein voorbeeldje zien nl. van de euthanasie en de abortus, hoe de publieke opvattingen daarover sinds de laatste wereldoorlog schrikbarend zijn veranderd: „In Nazi-Duitsland lanceerde Hitier een euthanasie-programma dat gelijdelijk aan ook in praktijk werd gebracht… In de na-oorlogse processen tegen oorlogsmisdadigers werden deze praktijken scherp veroordeeld en een zekere dr. Brant, die bij de uitvoering van het euthanasieprogramma een leidende rol had gespeeld, werd ter dood veroordeeld. Vandaag is de publieke opinie over het opzettelijke beëindigen van wat men onvolwaardig leven noemt, scherp aan het wijzigen" (p. 72-73).
Zeer verhelderend vond ik ook zijn uiteenzetting over wat het woord„ heilig " in de Bijhei betekent. Wat hij daarover zegt op p. 11-12 wil ik hieronder afdrukken.
1. Betekenis van het woord heilig.
De grondbetekenis van het woord heilig is: apart gezet zijn voor een bijzondere bestemming. Het is door God in beslag genomen zijn en nu aan Hem gewijd zijn.
Dat kan zowel van dingen als van mensen gelden.
a. Van dingen: de potten en pannen en vleesvorken die in de tabernakel gebruikt werden, waren heilig. D.w.z. ze waren van het normale dagelijkse gebruik afgezonderd en alleen maar bestemd voor de dienst van Jahweh in de tabernakel.
b. Van mensen: het volk Israël was een heilig volk. D.w.z. het was afgezonderd van alle andere volken en toegewijd aan de dienst van Jahweh. Israël was niet heilig door zijn eigen prestaties en door zijn eigen kwaliteiten, maar alleen omdat Jahweh beslag op het volk had gelegd.
c. Van een levensstijl: omdat Israël heilig was doordat het door God in beslag genomen was, moest het ook leven in overeenstemming met die heiligheid. Van Jahweh zijn (= heilig zijn), verplicht tot een heilig leven (= leven waarin men zich door Jahweh laat beheersen).
Heilig zijn verplicht tot levensheiliging.
2. Gods apartheidspolitiek
Dat God Israël apart gezet heeft, afgezonderd van de andere volken, zou je Gods apartheidspolitiek kunnen noemen. En om het volk te helpen in overeenstemming met die aparte positie te leven, heeft Hij het allerlei hulpmiddelen gegeven, zoals:
a. een aparte kalender. Israël had een andere kalender dan de heidense volken. Zo was elke zevende dag een sabbatdag of rustdag. Elk zevende jaar was een sabbatsjaar. En als er zeven keer zeven jaar verlopen waren, was er een jubeljaar. Daarnaast waren er nog de jaarlijks terugkerende sabbatten zoals Pascha, Pinksteren, Loofhuttenfeest en Grote Verzoendag. Zo heeft Israël een heel aparte kalender gekregen om het er telkens weer aan te herinneren dat het een heilig, een apart gezet volk was. (Zie Lev. 23 en 25).
b. een apart menu. Een Israëliet kon maar niet alles eten wat hij wilde. Sommige dieren waren door de HERE onrein verklaard en mochten niet gegetenworden, b.v. dieren die van aas leefden en dus parasiteerden op de dood. Weer andere dieren waren voor de consumptie verboden, omdat ze een belangrijke rol speelden in de heidense godsdiensten. Zo hadden ook de spijswetten de bedoeling Israël er voortdurend aan te herinneren dat het een apart volk was, bestemd voor het leven. (Zie Lev. 11.)
c. aparte kleding. Zelfs in zijn kleding was Israël van de heidenen te onderscheiden. Zijn kleding mocht b.v. niet van tweëerlei stof gemaakt zijn en moest aan de hoeken voorzien zijn van een kwast of knoop met een donkerblauwe draad erin (zie Deut.22 : ll,12enNum. 15 : 37-41).Ook de aparte kleding moesthetvolk er voortdurend aan herinneren, dat het geroepen was tot een aparte levensstijl, die anders was dan die van de heidense volken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
