DE WET VAN DE ZONDE EN VAN DE IN ONS GEEST
In deze brief wil ik graag reageren op uw getuigenis in uw boek „Mijn weg naar het licht" dat ik zojuist in één adem heb uitgelezen. Ik ben zelf een zoon uit een van oorsprong traditioneel r.-k. gezin: negende kind van de elf. Ik heb één jaar op een klein-seminarie gezeten in Zuid Limburg, in 1967.
Door uw boek heb ik ingezien tot welk een wettisch machtsinstituut de R.-K. Kerk is vervallen en nu begrijp ik ook veel beter de worsteling, die mijn vader en moeder hebben doorgemaakt in hun ontworsteling aan de gewetensdwang van de kerk (iets wat tegenwoordig weer teruggevonden wordt in b.v. sekten als Jehovah Getuigen en Mormonen).
Toen mijn vader en moeder ongeveer 50 jaar waren, gingen ze zich distantiëren van de kerk; ik was toen 12/13 jaar en mijn verlaten van het seminarie was een uiting van dat proces in hen.
De jarenlange taboesfeer in ons gezin rond alles wat met de kerk te maken had (dus ook rond onderwerpen als God Zelf, Jezus Christus, de Bijbel), was dodend en als gevolg daarvan werd de Heilige Geest als een nachtpit uitgedoofd en vervangen door de werken van het „vlees" zoals Paulus dat aangeeft in Ef. 4: 30 e.v.
Mijn puberperiode bestond daardoor (en door mijn gretige meedoen) uit een langzaam maar zeker vervreemden van het leven Gods en het woord der Waarheid: totdat ik op mijn negentiende jaar tijdens mijn studie psychologie te Leiden weer het levende Woord voorgeschoteld kreeg waar mijn hongerende ziel door verzadigd werd.
Voor thuis was dat niet meer dan een noodsprong in een sekte; God was voor hen een vreemde geworden. Dit is nu allemaal behoorlijk veranderd: de R.-K. Kerk is geen taboe meer; mijn vader en moeder hebben hun verleden (deels) verwerkt: er is positieve verandering.
Aanleiding voor het lezen van uw boek is het juninummer van IRS, dat handelde over de psychologie. Ik ben nu achtste-jaarsstudent in de hoofdrichting „klinische psychologie", met speciale belangstelling voor de psychotherapie. Mijn afstudeerscriptie zal gaan over „De betekenis van de Bijbel in het licht van de psychotherapie". Mijn ervaring is nl. dat een aantal Bijbelgedeelten pas betekenis voor mij kregen door mijn bestuderen van verschillende psychotherapieën (b.v. Psychoanalyse, Gestalttherapie).
Aangezien ik las dat u bezig bent met het schrijven van een boek over deze dingen, wil ik u vragen of u misschien een briefwisseling met mij zou willen aangaan om daarover van gedachten te wisselen. Of misschien is uw boek binnenkort al klaar? Ik was zelf ook op de hulpverleningskonferentie met Bruce Narramore. Zelfben ik niet zo blij met het begrip onderbewustzijn alsof dat buiten het bereik van het geloof of van God zou liggen. M.i. spreekt de Bijbel vaak over het idee (onderbewustzijn. Zonder hier verder op in te gaan wijs ik op tekstgedeelten als: 1 Kor. 2 : 10, 11 e.v.
Uw zelfanalyse die u beschrijft in uw boek „Mijn weg naar het licht" is hier een mooi voorbeeld van nl. hoe des mensen eigen geest, die in hem is, weet wat er in hemzelf gaande is.
Ef. 1 : 17;
de Geest van wijsheid en openbaring om Hem recht te kennen (d.i. de kennis Gods): verlichte ogen uws harten… Dit heeft m.i. te maken met bewustwording van wie God is: het leren kennen van God, zien wat je eerst niet zag. God is in Christus, in de ander, in de gemeente, in de schepping, in de geschiedenis, in de samenleving en in jezelf. Kennis Gods is een zeer ruim begrip dat m.i. identiek is met „bewustwording van God in alles en in allen". Ik ben niet pantheïstisch: alle schatten van wijsheid en kennis zijn alleen in Christus, de waarachtige Christus, te vinden.
Andere belangrijke stukken zijn: 2 Kor. 10 : 3-6; er zijn blijkbaar bolwerken, schansen, redeneringen en bedenksels die geslecht moeten worden, wil de kennis Gods ruimte krijgen. Deze obstakels kunnen zijn: maatschappelijke strukturen, intellektuele stelsels, maar ook bewustzijnsvernauwende emotionele blokkades (zgn. traumatische ervaringen) tengevolge van zonde in jezelf en bij anderen. Andere relevante teksten: Matth. 13 : 14-17; Matth. 6 : 22-23.
Ik ben tegen een te simplistische tekstbenadering, maar in dit bestek zeg ik het wat kort; graag zou ik uw reaktie vernemen.
Hiermee heb ik geschreven wat in mij leeft: ik ben blij dat ik uw boek heb gelezen; ik vond het ontroerend. Graag wens ik u alle goeds en vrede.
Oegstgeest
ANTWOORD
Eerst wil ik mijn vreugde erover uitspreken dat de Heere ook u geleid heeft op de weg naar het Licht. En die weg is Christus. In Hem is alle licht, alle waarheid, en daarom ook het leven. Hij kon dan ook terecht zeggen: „Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven" (Joh. 14 : 6). In Hem woont de ganse volheid der godheid lichamelijk (Kol. 2 : 9). In Hem verheugen wij ons dan ook „met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde" (1 Petr. 1 : 8). En die vreugde mogen (en moeten) wij aan elkaar doorgeven: „Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben en deze onze gemeenschap ook (zij) met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus. En deze blijdschap schrijven wij u, opdat uw blijdschap vervuld zij" (1 Joh. 1 : 3-4).
Wat nu uw vraag over mijn boek betref t, dat is nog niet verschenen. Wel heb ik het al in de grondverf staan, maar het zal vermoedelijk nog wel minstens een jaar duren, voordat ik het persklaar heb.
De titel zal zijn: „Oog in oog met jezelf'; ondertitel: „De geschiedenis van 39 jaar zelfontleding".
Ik kan op uw vragen hier niet al te diep ingaan, want dan zou ik te ver buiten de doelstelling van ons blad geraken nl. het getuigend gesprek met Rome. Ik wil proberen er kort iets over te zeggen.
De Bijbel spreekt zeer zeker over het onderbewustzijn van de mens, zij het in andere bewoordingen. Dat is juist het verrassende dat, wat de moderne dieptezielkunde vanaf Freud ontdekt heeft, reeds eeuwenlang door de Bijbel is geleerd nl. dat de mens een wezen is dat opgroeit met een volstrekte binding aan iets duisters in zich. De Bijbel noemt dat het zondige hart, het „vlees", de „oude mens", het lichaam der begeerte enz. De Bijbel leert ook dat een mens daar uit zichzelf nooit van kan loskomen.
Dat laatste leert ook de dieptezielkunde. Maar wat betreft de wijze waarop een mens zich kan bevrijden van die bindingen aan zijn op het eigen „ik" gerichte onderbewustzijn, leert de Bijbel iets geheel anders.
De dieptezielkunde kan niet méér bereiken dan dat de mens zichzelf bevrijdt van zijn onderbewuste bindingen op grond van de overweging: Dan pas ben je gelukkig. Dat is een in wezen toch weer egoïstisch motief. Daardoor stijgt de mens nóg niet boven zijn eigen „ik" uit.
De Bijbel echter schenkt de bevrijding van Boven, doordat de Heilige Geest in onze harten wordt uitgestort om daarin voor altijd te wonen. „De liefde Gods is in onze harten uitgestort door de Heilige Geest die ons is gegeven" (Rom. 5 : 5). Ja, zelfs de ganse Drieëenheid komt in ons wonen: „En Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en woning bij hem maken" (Joh. 14: 23). Dat betekent dat de eeuwige, de volle Liefde zich in ons komt vestigen, want „God is liefde" (1 Joh. 4 : 16). Die Liefde Gods zendt dus haar stralen uit over ons gehele zieleleven, dus ook over het onderbewustzijn. Die liefde wordt vooral zichtbaar in de vleesgeworden Zoon van God, Jezus Christus. Hij is het brandpunt, waarin de stralen van Gods liefde samenkomen om die vanuit Christus door te zenden naar ons.
Daarom is de levensheiliging ook genade. Ze is in wezen niet de vrucht van de menselijke inspanning, nadat hij in Christus gerechtvaardigd werd en tot wedergeboorte en geloof kwam. De levensheiliging is Christus in ons, „de hoop der heerlijkheid" (Kol. 1 : 27). Ze is een vrucht van de Geest van Christus die in ons woont (Gal. 5 : 22).
Die levensheiliging voltrekt zich dan ook door het geloof, nl. doordat wij voortdurend uitzien naar Iemand buiten ons, naar Christus in Wie wij al ons vertrouwen stellen. Door het geloof alleen raken we los van ons eigen „ik", daardoor ontvangen we de mogelijkheid om buiten ons zelf te treden en om ons uit onze eigen ik-zucht omhoog te trekken naar Christus toe.
Maar wat bedoelde ik dan met mijn bewering dat er gebieden zijn, waar het geloof niet meer geheel in kan doordringen?
Kijk, in dat onderbewustzijn is er door de ik-drift een heel systeem ontwikkeld van verdringen met de bedoeling om zoveel mogelijk onlustgevoelens te vermijden en de lustgevoelens (prettige, positieve aandoeningen en stemmingen) zoveel mogelijk te versterken. Dat systeem (bestaande uit meerdere psychische complexen) heeft in de vroegste jeugd de eerste impulsen gekregen, en is door de ikdrift verder geperfektioneerd.
Een wezenlijke voorwaarde voor de ikdrift om zulk een systeem op te bouwen, bestaat daarin dat het al zijn manoeuvres liefst potdicht afsluit voor het bewustzijn. Juist daardoor alleen kan het in de diepte werken en een eigen systeem ontwikkelen en in stand houden, waar het verstand niet in kan doordringen.
En het geloof is nu juist iets van het bewustzijn van de mens. Geloof is de rustige klare, door genade vrijgemaakte, wil van de mens, die met alle beslistheid „ja" zegt tegen eigen schuld en bederf, én „ja" zegt tegen Christus als de Verzoener van al onze schuld, als de Middelaar tussen God en mij.
Maar de ikdrift blijft zich verzetten tegen elk doordringen van het bewustzijn, dus ook van het geloof, in zijn eigen regionen. Dat is de strijd die Paulus beschrijft in Rom. 7. „Maar ik zie een andere wet in mijn leden welke strijdt tegen de wet van mijn gemoed en mij gevangen neemt onder de wet der zonde die in mijn leden is" (v. 2 3). (NB. Het Griekse woord „nous" dat door de SV in deze tekst vertaald wordt met „gemoed", kan in modern Nederlands beter weergegeven worden met „verstand" of pok wel „bewustzijn").
Dat is de reden waarom ook oprechte christenen overspannen kunnen worden en waarom ze soms heel hun leven belast blijven met psychische complexen b.v. het KZ-syndroom, waardoor ze soms, lang nadat ze tot persoonlijk geloof in Christus zijn gekomen, 's nachts gillend wakker worden.
Het is volkomen onjuist om dergelijke mensen gebrek aan geloof te verwijten. Ze hebben misschien heel wat meer geloof en heel wat intenser gemeenschap met Christus dan hun „vermaners", die op geen stukken na de diepten van de hel hebben doorgemaakt zoals deze gekwelden.
Geen enkel mens is normaal, gemeten naar de norm van Christus. We hebben allemaal onze frustraties, onze psychische complexen, onze geestelijke eksterogen. Dat is de wet der zonde in ons, die we als een last meedragen geheel ons leven. Maar: „Ik ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?" En dan komt het antwoord: „De dank God, door Jezus Christus, onze Heere". En in Rom. 8 beschrijft Paulus dan die andere wet, dat andere systeem in hem, de wet van de Geest des levens: „Want de wet van de Geest des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonden en des doods". Dat is dus iets anders dan de „nous, =het verstand, het bewustzijn". Dat is de Geest die in ons bewuste zieleleven is gaan wonen en ons omvormt naar het beeld van Christus.
Ik hoop dat aldus mijn bedoeling wat duidelijker is geworden, maar nogmaals: ik kan in IRS niet dieper ingaan op de door u opgeworpen vragen.
Graag wil ik u een fotocopie van het manuscript van mijn boek toezenden om met u daarover van gedachten te wisselen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
