In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

GOD is getrouw

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GOD is getrouw

8 minuten leestijd

In 1965 kreeg Herman ter Welle door het Soester gemeentebestuur het voormalige rustoord„ In de Ruimte" toegewezen. Het werd een centrum voor training voor werk onder kinderen en 's zomers worden er jaarlijks zo'n tweeduizend kinderen ontvangen in kampen. Er ontstond een uitgeverij, die o.m. het kinderblad „De Goede Herder" uitbrengt, een rehabilitatiecentrum voor maatschappelijk vastgelopen jongeren, een Bijbelschool en een gemeente.

Het verhaal daarover heeft Ter Welle vastgelegd in een boek dat hij tot titel gaf: „ God is getrouw " (190 blz. f 17.50). In dat verhaal beschrijft hij de strijd, de nederlagen en overwinningen die we terugvinden in het leven van elke gelovige. Zo schrijft hij over de Bijbelschool die hij in Schotland gevolgd heeft:

Ik vond de sfeer op school heerlijk! Het was voor mij geestelijk een paradijs. Maar de staf bleek er anders over te denken. Die bad veel voor verbetering van het klimaat onder de studenten.

Iedere ochtend om negen uur hadden we de morgenwijding, die door telkens iemand anders van de staf werd verzorgd. Als het Ma-Rows beurt was, wisten we het van te voren: ze kwam niet aan het ontbijt, omdat ze dan vastte en bad. Zo ook die morgen. Gewoonlijk kwamen we één minuut voor of één minuut na negenen binnenvallen. Deze keer zat iedereen vijf minuten van te voren al op zijn plaats, zonder dat het was gevraagd. Er hing een ongebruikelijke stilte. Toen Ma-Row binnenkwam en haar bijbelstudie begon, was er een geladenheid zoals ik die zelden heb ervaren. Ze sprak over Nehemia, hoofdstuk 1. Nehemia verootmoedigde zich voor God, hij identificeerde zich met de zonden van het volk. Hij zei tegen God: „Ook ik en mijn familie, wij hebben gezondigd; zwaar hebben wij tegen U misdreven." Toen vertelde ze: „Gisteren had ik een ervaring, waarin ik heel erg van mezelf ben geschrokken. Ik zat in de tram naast een arme stakker die naar drank rook. Ik walgde er van en schoof zo ver mogelijk bij hem vandaan. Ik had een grote afkeer van die kerel. En ineens besefte ik, dat er geen enkele bewogenheid voor de nood van deze man bij mij aanwezig was. Thuisgekomen, heb ik gehuild voor God over mijn harde hart.

Het was doodstil. Er sprak oprecht berouw en diepe, heilige bewogenheid uit haar woorden. En plotseling gebeurde er iets, wat ik eigenlijk nooit eerder had meegemaakt. Er gebeurde iets met ons… En het volgende moment begreep ik, dat de Heilige Geest in ons werkte. Hij overtuigde ons van zonde.

Toen we, zoals elke dag, neerknielden om te bidden, brak er een schuldbelijdenis los, die doorging tot 's middags een uur of vier, zonder pauze. Het middagmaal werd niet gebruikt. Er was een groot berouw. Onder tranen werden verkeerde dingen aan God beleden; de een had geld geleend en nooit teruggegeven, een ander had bij zijn baas gestolen. Iemand had bij zijn vroegere werkgever jarenlang werkbriefjes vervalst. Iedereen had wel wat goed te maken met God maar ook met mensen. Menige brief werd geschreven om zaken weer recht te zetten. Het was een grote opruiming van zonden, verkeerde gewoonten en tekortkomingen. Ze werden allemaal bij God gebracht en Hij die getrouw en rechtvaardig is, vergaf alles wat werd beleden en reinigde ons van alle ongerechtigheden. (1 Johannes 1 vers 9) Toen we om een uur of vijf aan tafel zaten, was er een liefde en zachtheid onder ons, zoals we nooit eerder hadden gekend. Een onzichtbare band bond ons samen, meer dan ooit tevoren.

We waren een groot gezin. Die gebeurtenis zal diep in mijn geheugen gegrift blijven. Als ik er aan terugdenk, is er een stil heimwee. Het is iets waar ik altijd naar terug heb verlangd.

Ook bij ons in „In de Ruimte" zouden we graag altijd die sfeer hebben. Maar de praktijk leerde ons dat het niet zo eenvoudig is, die te realiseren.

Een doodgeboren kindje

Ook het verdriet bleef hen niet gespaard. Hun eerste kindje werd doodgeboren. Daarover schrijft hij:

Zes weken na de bevalling kreeg Els een zware inzinking. Zij was emotioneel veel meer beschadigd dan wij beiden hadden gedacht. En enkele van de broeders en zusters die ons kwamen opzoeken om ons te bemoedigen, maakten het er niet veel beter op. Een jonge vrouw kwam Els bijvoorbeeld vertellen dat de duivel - en dus niet de Here - ons kind had genomen. ,God doet zoiets vreselijks niet," zei ze. Hoewel Els weigerde die gedachtengang over te nemen („geen haar van mij wordt gekrenkt, zonder Gods wil," zei ze) bleven de woorden van die vrouw toch in haar woelen.

Wie is de duivel? Wat doet hij? Kan hij christenen zo belagen? Kan hij hun leven vernietigen? Allemaal vragen waarmee Els begon te worstelen. Ze ging zich zó intensief met de problemen rond de duivel bezig houden, dat haar blijde, kinderlijke geloof er langzaam maar zeker door werd aangetast. De gevolgen daarvan bleven niet uit. Els werd onrustig en nerveus. De angst dat zij, behalve haar kindje ook mij zou moeten verliezen, begon haar te overmeesteren. Bidden hielp niet meer.

's Nachts kon zij niet slapen en overdag vond zij ook nergens rust.

Waar was ons overwinningsgeloof gebleven?

Op een gegeven ogenblik logeerden wij in een conferentieoord. Els sliep op de meisjesslaapzaal en ik op dg jongensslaapzaal. Els deed geen oog dicht. Het spookte zonder ophouden in haar hoofd. Ze wist zich geen raad. In het midden van de nacht ging zij naar beneden om hulp te vragen aan één van de leiding. Het was een zuster, die met haar sprak, in wie wij veel vertrouwen stelden. Zij had al heel wat mensen met geestelijke problemen zegenrijk geholpen. Helaas: bij Els sloeg ze de plank volkomen mis.

„Ik heb het jaren geleden al gezien," zei ze., Je moet worden bevrijd van een geest van krankzinnigheid, Els." Ook ik werd er midden in de nacht bij gehaald. We baden met z'n drieën vurig voor de bevrijding van Els. Maar de situatie werd alleen nog ernstiger. Els raakte volledig van streek. Er was een nieuwe angst in haar gewekt: ze vreesde dat ze naar een psychiatrische inrichting moest. „Zul je me dan niet in de steek laten?" smeekte ze mij. Ik verzekerde haar dat ik haar altijd trouw zou blijven. Ik hielp haar zoveel als ik kon. Maar er kwam geen enkele vooruitgang. Ik voelde me diep ongelukkig. Dag na dag, nacht na nacht zag ik Els lijden. Slapen deed ze vrijwel niet meer en ze sleepte zich doodmoe voort. En intussen was ze voortdurend bezig met strijden tegen de machten der duisternis.

Op een nacht kreeg ik er schoon genoeg van. ,Je moet nou eindelijk eens ophouden met dat gezeur over de duivel," brieste ik woedend., Je bent gekocht en betaald door het bloed van de Here Jezus. Je bent Gods kind eh veilig bij Hem." Hoe ongeestelijk die reaktie misschien ook was, mijn uitval bleek tot mijn verbazing heel goed te helpen. Els hield op met strijden en langzaam maar zeker kwam zij tot rust. Mijn boze bui had kennelijk heilzaam gewerkt.

Juist in die dagen was Corrie ten Boom weer eens even in Nederland. Ze logeerde in het Diaconessenhuis in Amerongen, waar ze altijd enorm genoot. Toen we haar bezochten, moesten we ons hele verhaal opbiechten. Over de dood van ons kindje en de angsten van Els. Al vertellend kwam alles weer boven. O, wat zaten we toch eigenlijk in de knoop met onszelf.

Tante Corrie bad, terwijl ze luisterde. Toen pakte ze heel rustig haar tas en haalde daar een klein balletje uit. Ze keek Els aan en vroeg: „Heb jij je wel eens een speelbal van de duivel gevoeld?"

„Nou en of!" reageerde Els. Tante Corrie gooide het balletje hard op de grond, waana het heel hoog stuiterde. „Het lijkt soms of de duivel ons op de grond smijt, maar we mogen altijd weten, hoe diep we ook vallen: onder ons zijn eeuwige armen". Dat citaat uit Deuteronomium 33 vers 27 was één van Corrie ten Booms iievelingsverzen. „God zorgt voor je, wees niet bang." En ze sloot haar duim in de palm van haar hand en vouwde toen haar andere hand er weer over heen. We keken naar haar handen, waarmee ze zo mooi Colossenzen 3 vers 3 illustreerde: „Uw leven is verborgen met Christus in God." Ze legde uit: ,Als de duivel bij je wil komen, moet hij eerst door Christus en God heen." Die simpele uideg van bijbelse waarheden heeft Els bijzonder vertroost. De angst verdween. Beter dan ooit tevoren wist ze daarna dat niemand haar uit Zijn hand kan rukken.

Door al onze moeilijkheden leerden wij intussen wel hoe belangrijk het is bij zielzorg onderscheid te maken tussen een zenuwinzinking en demonische gebondenheid. Toen Els zag dat de oorzaak van haar problematiek in haar eigen emotionele leven lag, werd ze van een zware last bevrijd.

Ons kommentaar: U ziet hoe belangrijk het is om enig zicht te hebben op psychische verwikkelingen. Allerlei goed-bedoelde adviezen van christenen die daar geen kijk op hebben, kunnen ontzettend wreed zijn en heel wat stuk maken, en soms zelfs onherstelbaar leed veroorzaken.

Interessant is ook wat hij schrijft op p. 56-57 over de jongste prinsessen, die volgens hem tot persoonlijk geloof waren gekomen en in Soest meehielpen met de evangelisatie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

GOD is getrouw

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's