INNERLIJKE VRIJHEID IN HET CONCENTRATIEKAMP
Frankl in „De zin van het bestaan" opp. 86-87:
Zelfs onder dergelijke zware psychische en fysieke spanningen kan de mens een spoor van geestelijke vrijheid, van een onafhankelijke geest, behouden.
Wij, die in concentratiekampen hebben geleefd, wij zijn de gevangenen niet vergeten die door de barakken liepen om anderen op te beuren en te troosten, die hun laatste korst brood aan een medegevangene schonken. Hun aantal was wellicht klein, toch hebben deze mannen overtuigend bewezen dat één ding de mens niet kan worden ontnomen: de allerlaatste menselijke vrijheid - de keuze onder alle omstandigheden zijn eigen houding te bepalen, zijn eigen weg te kiezen. En er moest voortdurend worden gekozen. Iedere dag, ieder uur werd de gevangene de mogelijkheid geboden een besluit te nemen, een besluit dat bepaalde of hij zich al dan niet zou onderwerpen aan de machten die dreigden hem te beroven van zijn persoonlijkheid, en van zijn innerlijke vrijheid, die bepaalden of hij al dan niet de speelbal zou worden van de omstandigheden, of hij afstand zou doen van zijn geestelijke vrijheid en zijn menselijke waardigheid om te worden omgevormd tot een doorsnee kampbewoner.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
