In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

SCHRIFT GEZAG EN KRITIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SCHRIFT GEZAG EN KRITIEK

7 minuten leestijd

U zult ongetwijfeld hier en daar wat, misschien zelfs veel, gelezen hebben over het rapport van de Gereformeerde Synode over het Schriftgezag, „God met ons". Toch is dit onderwerp van zó wezenlijk belang, met name ook in de verhouding Rome-Reformatie, dat het ons goed lijkt daar ook nog aandacht aan te besteden in IRS. Het Sola Scriptura is immers steeds een grondpijler van de belijdenis van de Reformatie geweest.

Ik meen dat we bij de beoordeling van dat rapport de liefde als uitgangspunt moeten nemen. En dat betekent dat wij de goede bedoelingen van de opstellers moeten aanvaarden. Zijzelf schrijven daarover o.a.:

„Deze studie over de aard van het Schriftgezag is een poging om het goede luisteren naar de Bijbel te bevorderen" (p. 5). Het is volkomen in strijd met de liefde, wanneer wij daarvan zouden maken: „Deze studie is een poging om het gezag van de Schrift te ondermijnen".

„In het centrum van de Schrift staat niet de mens - in het centrum staat God die aan al het bestaande zijn en zin gaf' (p. 110). Het is onjuist wanneer men dan zou beweren: „Dit rapport wil de mens in het middelpunt plaatsen". Dan zouden we in strijd zijn met het negende gebod, met name zoals dat geïnterpreteerd wordt door de Heidelbergse Katechismus. „Wat wil het negende gebod? Dat ik niemand zijn woorden verdraaie… ook mijns naasten eer en goed gerucht naar mijn vermogen bevordere".

Goede bedoelingen getoetst

Maar wanneer wij dan de goede bedoelingen van de schrijvers voorop hebben gesteld, is het vervolgens ons recht en onze plicht om die goede bedoelingen aan de Schrift zelf te toetsen. Dat willen trouwens de schrijvers ook, daar ze immers met instemming verwijzen naar de Bereërs, die de Schriften onderzochten of deze dingen alzo waren (Hand. 17 : 11).

En dan leert de Schrift ons dat wij ook onze goede bedoelingen moeten toetsen. Dat doet ook Paulus: , Ja, ik oordeel ook mijzelf niet. Want ik ben mij van geen ding bewust; doch ik ben daardoor niet gerechtvaardigd; maar Die mij oordeelt, is de Heere" (1 Kor. 4 : 4).

En de Schrift leert ons dat we voorzichtig moeten zijn met het zonder meer aannemen dat onze bedoelingen o zo goed zijn. We kennen allen de uitspraak: „Arglistig is het hart" (Jer. 17:9)- En Jezus zei tegen Zijn eigen apostelen: „Indien dan gij die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven.." (Lk. 11:13). Dat De San Marco in Venetië. De schildering van de evangelist Lucas (op p. 4) is aangebracht tegen het plafond van de Dom betekent op z'n minst dat, zonder wedergeboorte, achter alles, ook achter onze uiterlijk goede daden, toch nog ons boze hart zit.

Dat geldt voor de opstellers van dit synodale rapport, maar evenzeer voor ons die dat rapport bestrijden. Ook wij moeten onszelf onderzoeken: Waarom zijn we daar (zo fel) tegen? Is dat b.v. omdat we een goed figuur willen slaan tegenover onze achterban, die we „bravo!" horen roepen, wanneer we dat rapport zo grondig mogelijk „kraken"? Is het omdat we op deze manier onze eigen twijfels willen overschreeuwen?

Het wezenlijke manco in dit rapport

De opstellers geven als één van hun doeleinden aan dat ze mensen, „die eerlijk erkennen totaal afgeknapt te zijn op datgene wat hun in het verleden als erfdeel werd meegegeven", (p. 119) door dit rapport tegemoet willen komen, zodat ze toch nog bij de kerk kunnen blijven en het hele christendom niet totaal overboord gooien.

Op zichzelf een lofwaardig streven. Immers zolang mensen nog naar de kerk gaan, is er kans dat het Woord Gods hen blijft aanspreken en …? Ja en dan? Wat is de bedoeling van de prediking? Dat komt in dit rapport totaal niet uit de verf.

De noodzaak van de wedergeboorte, van de bekering en de persoonlijke geloofsovergave aan Christus als de Zaligmaker voor zondaars wordt nergens uitdrukkelijk beleden. Dat is hét grote manco in dit rapport. Wanneer dat het uitgangspunt zou zijn geweest, dan zou het hele rapport er anders hebben uitgezien. Maar die „invalshoek", de hoeksteen van de prediking van de Schrift, mis ik geheel en al. Jezus is Zijn prediking aldus begonnen: „Het Koninkrijk Gods is nabij gekomen; bekeert u en gelooft het Evangelie" (Mk. 1 : 15), dus niet: „Gelooft dat de Schrift waar is van kaft tot kaft" (dat volgt uit de bekering); of: „Bezoek regelmatig de tempel of de synagoge" (ook dat zou een Oudtestamentisch gelovige vanzelf doen).

En tegenover de Schriftkenner (en naar we mogen aannemen: trouwe „kerkganger) Nicodemus zei Hij niet: ,Jij aanvaardt de onfeilbaarheid van de Schrift, maak je nu verder geen zorgen, want je vervult zo goed mogelijk je plichten", maar: „Tenzij iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien"; „niet binnengaan" (Joh. 3 : 3, 5).

Ook voor een wedergeborene blijven de vragen

Ik meen dat pas, als wij wedergeboren zijn, het vraagstuk van het Schriftgezag opgelost is; niet opgelost in die zin dat er dan geen vragen meer vanuit de Schrift op je zouden afkomen.

Nee, die vragen raken we nooit helemaal kwijt. Als ik het verhaal lees van de wedstrijd tussen Mozes en de tovenaars van Egypte, dan heb ik het daar nog altijd moeilijk mee, omdat het me zozeer doet denken aan een sprookjesboek dat ik in mijn jeugd las. Daar ging het over een (goede) fee en een (boze) heks. De fee wist telkens aan de listige aanslagen van de heks te ontkomen. Het eindigde daarmee: de fee had zichzelf veranderd in een graankorrel en zich verborgen tussen de stenen. De heks veranderde zich in een haan, die de korrel probeerde weg te pikken. Toen veranderde de fee zich in een vos, die de haan de kop afbeet.

Hoe overwin ik de twijfel

Maar hoe overwin ik dergelijke twijfels, wanneer die mij overvallen bij het lezen van de wonderverhalen van de Bijbel?

Ik breng dan mijn verstand met al zijn bedenkingen naar Golgotha. Daar zie ik, hoezeer mijn verstand verduisterd is geworden door de zonde. Immers die zonde heeft mijn ganse bestaan zo grondig aangetast en verziekt, dat slechts het offer van Gods Zoon mij weer met God kon verzoenen en mij kon reinigen van mijn ongerechtigheid.

Vervolgens hoor ik de oproep van Christus om Zijn discipel, Zijn leerling, te zijn en onszelf te verloochenen en ons kruis achter Hem aan te dragen, dus ook het kruis van die vragen die vanuit de Schrift op ons afkomen. Hij had het veel gemakkelijker voor ons kunnen maken, als Hij dat gewild had. Waarom deed Hij dat niet?

Waarom liet Hij die moeilijkheden staan, die schijnbare tegenstrijdigheden, waarover zo veel in het rapport te lezen valt? Ik weet het niet. Misschien om mij te leren mijn verstand te oefenen in de blinde onderwerping aan Zijn gezag. In elk geval, zo ervaar ik het zelf. Iedere keer, wanneer ik tóch in de kracht van de Heilige Geest buig voor het gezag van de Schrift, voel ik mij gereinigd en gesterkt, dichter bij Hem, de eeuwig-levende Waarheid.

Ten diepste overwin ik die twijfel dan ook vanuit de liefdevolle eenheid met Hem. Dat is het geheim van de geloofsverbondenheid met Christus, een verborgenheid die ontoegankelijk is voor het natuurlijke, redenerende verstand, zoals overigens élke echte liefde een dwaasheid lijkt voor het verstand. „Batavisch Droogstoppel" (uit Max Havelaar van Multatuli) schudt daarbij zijn nuchtere hoofd, zoals Judas en de overige apostelen dat deden, toen Maria een pond echte nardusmirre nam en daarmee de voeten van de Heere zalfde. Ze hadden het zó berekend: een kapitaal van 300 schellingen (= ongeveer een jaarloon van een ongeschoolde arbeider) werd volgens hen besteed aan pure verkwisting.

Is het een echte handreiking?

Wat hebben we bereikt, wanneer door zulk een rapport enkele mensen (hoeveel? tientallen, honderden?) toch nog maar de kerk blijven bezoeken, omdat ze nu aan allerlei dingen van de Schrift mogen twijfelen? - de synode heeft hen immers nu die twijfel officieel toegestaan.

Is niet het gevolg van deze „tegemoetkoming" aan de twijfelaars dat heel de prediking daaronder gaat lijden en dat de echte kracht uit de verkondiging wordt weggenomen? En dat ondanks alle goede bedoelingen van dit rapport?

En bovendien: helpen we dergelijke twijfelaars aldus wel echt? Of brengen we ze niet veeleer nog verder weg van dé Waarheid, Christus. Dat is een vraag die we ons in het volgende artikel gaan stellen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

SCHRIFT GEZAG EN KRITIEK

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's