VERDERE VERDUIDELIJKING
Uit een reaktie van P.M. te R. kreeg ik de indruk dat ik mij in mijn artikel: „Rechtvaardige én zondaar" (IRS febr. pag. 9) niet duidelijk genoeg heb uitgedrukt. Daarin schreef ik dat wij niet slechts rechtvaardigen zijn door toerekening, maar ook door wedergeboorte. Dhr. M. vraagt zich af of we dan niet gevaarlijk dicht bij het r.-k. standpunt zijn genaderd.
Nee, beslist niet. De R.-K. Kerk leert dat God ons rechtvaardigt, nadat en omdat Hij ons heeft doen wedergeboren worden. Wij leren (met de Bijbel) dat God een mens rechtvaardigt, niet nadat hij is wedergeboren, maar „toen wij nog zondaars waren" (Rom. 5 : 8), „vijanden zijnde" (v. 10). Of om het nóg krasser te zeggen: Wij geloven in een God, „Die de goddeloze rechtvaardigt" (Rom. 4:5) om niet, door de toerekening van de gerechtigheid van Christus.
De wedergeboorte gaat ook niet vooraf aan de rechtvaardigmaking - dat leert Rome - maar is er een gevolg van.
Christus alleen is de grond van ons behoud
Dat wij door de wedergeboorte behalve zondaar ook rechtvaardigen zijn, leert ook de Heidelbergse Katechismus: „Wij zijn alzo verdorven dat wij gans onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad… tenzij dan dat wij door de Geest Gods wedergeboren worder)" (Zd. 3).
En nóg duidelijker wordt dat geleerd door de Dordtse Leerregels, art. III-IV. Maar mét onze belijdenisgeschriften, en vooral mét de Schrift zelf, leer ook ik - en dit in tegenstelling tot Rome - dat de grond van ons behoud op geen enkele wijze in onszelf te vinden is, ook niet in onze wedergeboorte, maar uitsluïtend buiten ons, nl. in Christus Jezus.
Geloof roemt tegen het gevoel
Ik schreef dat op grond van Rom. 7 : 20 Paulus zichzelf niet meer als zondaar beschouwt in werkelijkheid, maar door inwc wil ook dat nog wat verduidelijken.
Ik wil niet zeggen dat ik mij op grond van die in mij wonende zonde geen zondaar meer zou voelen. O nee! Als de zonde van het zelfbehagen zich in mij omhoog kronkelt en aan de deur van mijn wedergeboren hart klopt, dan voel ik mij daar heel zeker schuldig door, ook al weiger ik dat zondige zelfbehagen in mijn bewuste (wedergeboren) wil toe te laten. Ik heb dan het gevoel dat dat zelfbehagen echt ook iets van mij is. En ik verootmoedig mij er ook over.
Maar met mijn geloof zeg ik: Ik heb met die zonde niets meer te maken. Dan geef ik gehoor aan de vermaning van Paulus: „Alzo ook gij, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onze Heere" (Rom. 6:11). „Houdt het daarvoor…", dat is de taal van het geloof, die dwars tegen ons gevoel ingaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
