DE VREZE DES HEEREN
Sporen van de vreze Gods vind ik ook in het rapport van de gereformeerde synode. Ik ben blij, wanneer ik daarin lees:
„De mens kan belijden: vóórdat de bergen geboren waren, van oertijd tot eindtijd zijt Gij God. Binnen de geschiedenis, en zich er niet speculatief buiten stellend, kan de mens heen wijzen naar een Overmacht die de grenzen van zijn tijdsbestek en dus van zijn kennen verre te boven gaat"(p. 18). „ Stellig komt de aanzet tot bekering, de erkenning van de waarheid van de openbaring van de „andere kant", gaat uit van de Heilige Geest. Maar deze aanzet moet onmiddellijk beantwoord worden door een ommekeer van onze kant. Het geloof kan niet bestaan zonder dat moment van blijde verrassing, van impulsieve heenwending naar de stem van de Gelief de, Die ons roept vanwaar wij Hem niet verwacht hadden. Geloven is: God in de armen vallen" (p. 63).
De religieuze huiver
En tóch meen ik dat het niet dat is wat de Bijbel bedoelt met „vreze des Heeren". Wat bedoelt de Bijbel daar dan wél mee, althans mijns inziens en naar het inzien van vele vromen van nu en uit vroeger tijden? Dat is moeilijk te beschrijven en te omschrijven, maar ik wil het proberen. Het is nl. een kwestie van een beleving, een bevinding, een gelovig „zien".
De vreze Gods hangt van de ene kant samen met een besef van Gods grootheid. En iets daarvan vinden we terug in wat ik boven citeerde uit het gereformeerde rapport. Maar iets daarvan vinden we terug in alle grote godsdiensten. Zo citeert Rudolf Otto (in zijn boek „Het Heilige", p. 25) de Islamitische mysticus Bajesid Bostami:
„… Toen ontsluierde mij de Heer, de zeer hoge, zijn geheimenissen en openbaarde mij al zijn glorie. En, terwijl ik Hem (niet meer met mijn, maar) met Zijn ogen schouwde, zag ik dat mijn licht, vergeleken met het Zijne, niets was dan duisternis en donkerheid. En evenzo was mijn grootheid en heerlijkheid niets in vergelijking met de Zijne".
En in „Hamdad Islamicus", een in Karachi (in het Engels) uitgegeven tijdschrift, van 1980, nr. 2, p. 15, las ik: „De majesteitelijke gestalte van God Alleen of Allah is de hoeksteen van de Islamitische godsverering en gedachte. Hij is het Brandpunt en de Bron van alles" (Aldus dr. T. B. Irving).
Op de basis van het zondebesef
De bijbelse vreze des Heeren komt voort uit het besef van eigen zondigheid tegenover Gods heiligheid. Het is de erkenning: „God, als Gij mij voor immer van voor Uw aangezicht verwerpt, dan doet U dat volkomen terecht, want ik heb het verdiend. Ik zie mijn zonde, waardoor ik Uw eeuwige doodvonnis terecht over mij hoor uitspreken. Ik zie mijn eigen „ik" dat zich voortdurend verzet tegen Uw eeuwige, goddelijke IK. Ik wil telkens mijzelf in het middelpunt plaatsen, terwijl alles slechts rust kan vinden in U. In mij zit daarom als uiterste konsekwentie de ontwrichting van alles. Want als alles zich zou neerbuigen voor mij, dan zou dat de komplete chaos betekenen. En tóch is er in mij een vreemde wil, die desnoods alles wil laten ten onder gaan, als mijn „ik" maar aanbeden wordt".
Ik weet heel goed dat dit besef ons niet altijd klaar bewust is. Meestal zien we dat slechts als in een flits zoals de draailichten van een vuurtoren telkens even over het nachtelijk landschap zwaaien. Maar dat besef blijft ook daarna op de bodem van onze ziel sluimerend achter. En zo is het de oorzaak van die blijvende vreze des Heeren.
Het beginsel der wijsheid
De mens met de vreze des Heeren is daarom in wezen ootmoedig en zachtmoedig. Hij heeft een bepaalde mildheid over zich. Hij kan wel door anderen geïrriteerd worden, maar op de achtergrond van zijn ziel zit het weten: Ook ik moet de anderen irriteren vanwege mijn zondigheid; en: Wat heb ik te oordelen over de anderen, terwijl ik weet dat de Heere, als Hij met mij in het gericht zou treden, mij volkomen en voor altijd zou moeten veroordelen.
Daarom is de vreze des Heeren ook het beginsel der wijsheid (ps. 111 : 10; Spr. 1 : 7; 9 : 10; Job 28 : 28). Ze brengt de wijsheid voort, waardoor wij de dwaasheid des kruises aanvaarden (1 Kor. 1 : 17- 31). Daardoor stellen wij ons algehele vertrouwen op een Gekruisigde, op een Gehangene aan een hout, op een mens die tot het uiterste gefolterd, gehoond en uitgejouwd werd, maar die dan ook daarna door God Zelf tot het uiterste is verhoogd (Phil. 2:9-11).
Waarom uit die vreze des Heeren zich dan niet?
En het is déze vreze des Heeren die ik mis in dit rapport en waarvan ik niets kon bespeuren als ik een enkele keer een synodezitting meemaakte. Ik zeg niet dat het bij de opstellers van dit rapport of bij de synodeleden geheel en al zou ontbreken. Ik mag en wil niet oordelen over harten. Maar het openbaart zich op geen enkele wijze.
Integendeel, ik kreeg eerder de indruk dat deze mensen, na de gebruikelijke (!) bede om de verlichting door de Heilige Geest, meenden het allemaal zelf wel met meerderheid van stemmen te kunnen beslissen.
Als deze mensen vervuld zijn van de boven omschreven vreze des Heeren, waarom houden ze die dan alleen in de binnenkamer van hun hart? En is dat wel mogelijk nl. dat je telkens in je gebed beeft voor de heiligheid Gods, terwijl je, als je openlijk spreekt of schrijft over zulke ernstige zaken als het gezag van Gods Woord, op geen enkele wijze dat innerlijke beven laat doorklinken?
Ik moet zeggen dat ik deze godvrezendheid ook vaak mis in allerlei artikelen van meer of minder „voorwerpelijke" kerkbladen en religieuze blaadjes van allerlei kringen. Dan denk ik wel eens: Wat kunnen deze mensen blijkbaar geweldig „bestaan" en „staan" voor de heilige God. Ze zijn op geen enkele wijze „gebroken" of „verbroken". Ze weten het allemaal zogoed en ze zijn zo zeker van zichzelf en van hun eigen (bijbelse) gelijk.
Terwijl ik dit schrijf, vraag ik mij af: Ga je nu tóch niet oordelen over anderen? Ik wil dat in elk geval niet; ik wil slechts doorgeven die grondlijnen van Gods Woord dat de Heere heelt de gebrokenen van hart. „Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de Heere over degenen die Hem vrezen" (ps. 103:13).
O God, wees mij, arme zondaar, genadig!
Hoevelaken zaterdag 4 april
Deze vergadering wordt speciaal belegd voor depothouders van van onze stichting, en wel in een van de zalen van de Hervormde Kerk (in het centrum van Hoevelaken). Onze dames en heren depóthouders(sters) hebben op zich genomen geheel belangeloos op samenkomsten en bij andere gelegenheden onze boeken en platen te verkopen. Onderling zullen de ervaringen worden uitgewisseld. Ook zal er een toelichting worden gegeven op het evangeliserende karakter van dit werk.
Zij die er voor voelen aan dit boeiende en noodzakelijke werk deel te nemen zijn zowel in de morgen- als in de middagsamenkomst hartelijk welkom. „Overblijvers" dienen zich wel enkele dagen van te voren op te geven.(08 5 - 634959, of 's avonds 030 - 786068).
Aanvang morgensamenkomst: 10.30 uur;middagsamenkomst: ca. 13.30 uur.
Warmond donderdag 9 april
In Warmond (Z.-H.) hopen we opnieuw een evangelisatie samenkomst te houden in het „Trefpunt" (bij de Herv. Kerk). Voorganger is de eerwaarde heer A. Christ.
Graag nodigen wij belangstellenden uit aanwezig te zijn. In de pauze wordt koffie geschonken, terwijl er dan ook gelegenheid is om vragen te stellen. Aanvang 20.00 uur.
Wij bevelen dit en ons andere evangelisatie-werk in eigen land in uw voortdurende voorbede aan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
