STRIJD NIET MET VLEES TEGEN VLEES
Onder „vlees" verstaat Paulus o.a. het natuurlijke denken en overleggen, het zich baseren op redeneringen.
In 2 Kor. 10: 3-6 getuigt Paulus dat hij in zijn strijd tegen de „vleselijkdenkende mensen" andere wapens hanteert. Hij strijdt niet tegen hen op hetzelfde niveau. Hij plaatst tegenover hun redenering geen tegen-redenering, tegenover hun argument geen contra-argument.
Hij stijgt daar boven uit. Hij stelt de Gekruisigde tegenover al dat vrijzinnige gedoe. Zijn wapen is het kruis, dat voor de Joden een ergernis, een aanstoot, en voor de Grieken een dwaasheid is.
Zijn veel orthodoxe christenen ook niet vleselijk bezig in hun strijd tegen de vrijzinnigheid? Ze stapelen de ene orthodoxe redenering op de andere en menen zo triomferend uit de strijd tevoorschijn te komen. Maar iedereen proeft de zelfvoldaanheid die daar achter steekt. En moet de heilige God niet walgen van zulke ijdeltuiten, die menen Hem eens eventjes te helpen bij Zijn schijnbaar afkalvende eiland in deze wereld.
Wie echter strijdt met de dwaasheid van het kruis, kan geen roem behalen. Dat kruis veroordeelt hem immers telkens opnieuw (én spreekt hem om niet vrij). Waar is bij al die strijd tegen het gereformeerde rapport over het Schriftgezag de gloed van het getuigenis aangaande de Gekruisigde? Wij moeten ons allen voortdurend onderzoeken of we niet vleselijk aan het strijden zijn. Dat heb ik mij ook bij het samenstellen van dit nummer telkens afgevraagd. Ik hoop en bid dat de Heere mij enigszins bewaard heeft voor de vleselijke zelfvoldaanheid in mijn denken.
In geloof ga ik naast Paulus staan en roep met hem uit: „Ik schaam mij het Evangelie van Christus niet, want het is een kracht Gods tot zaligheid voor een ieder die gelooft" (Rom. 1:16); het Evangelie is dus niet een theologisch stelsel van God tot bevrediging voor een ieder die redeneren wil.
Ik schaam mij er niet over dat ik tegenover al dat diepzinnige geredeneer van allerlei theologen alleen maar weet te stellen: een mens die hing dood te bloeden aan twee stukken hout, uitgejouwd door iedereen, gehoond om Zijn schande, naaktheid, ellende en machteloosheid. Want juist Hem heeft God uitermate verhoogd en Hem heeft Hij een naam gegeven boven alle naam (Phil. 2 : 9).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
