WAT IS GELOVEN?
In het Reformatorisch Dagblad stond een bespreking van mijn boekje „Wat is geloven?", door ds. L. H. Oosten. Naar aanleiding daarvan ontving ik een brief van T. K. te H., die meteen zijn abonnement opzegde.
„Dat neem ik u zeer kwalijk"
Dhr. K. schrijft in zijn brief allerlei dingen, waar ik het roerend mee eens ben en iie hij ook in mijn boekje had kunnen lezen.
Aan twee uitdrukkingen heeft hij zich echter erg gestoten. Hij schrijft daarover: ,Dat neem ik u zeer kwalijk".
Dat is allereerst, omdat ik geschreven heb dat geloven ook een „doen" is. Ds. Dosten had echter eveneens uit mijn boekje geciteerd: „Geloven is wel een gave van God, maar ook een doen van de mens. Niet God gelooft in ons, maar wij moeten zelf geloven, al vordt dat geloven ook bewerkt door God". Ik kan mij onmogelijk voorstellen dat iemand iet daar niet mee eens is. Zou iemand werkelijk willen beweren dat niet wij noeten geloven, maar dat God Zelf in ons moet geloven?
Mijn eigenlijke bedoeling zou nog duidelijker zijn geworden, wanneer ds. Oosten ;raan had toegevoegd, wat ik er onmiddellijk op laat volgen:
Toch is het slechts met enige aarzeling dat ik„geloven " een „doen " noem. Want eigenlijk is het tok weer niet een „doen", althans niet in de gebruikelijke zin van het woord" (p. 36).
,Indien iemand de deur zal opendoen" (Openb. 3 : 20)
De tweede uitdrukking die dhr. K. mij zeer kwalijk neemt, is dat ik geschreven tieb: „Geloven is jezelf openstellen om iets te ontvangen".
Dhr. K. schrijft: „De Heere klopt, maar niemand zal ooit open doen". Deze uitspraak ran dhr. K. is letterlijk in strijd met de Schrift. Christus heeft immers gezegd: „Indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen". (Openb. 3 : 20). „Iemand" is het tegenovergestelde van „niemand".
Dhr. K. zal bedoelen: „Niemand zal open doen door eigen kracht". Maar dat heb ik juist vele malen in mijn boekje benadrukt. Niemand kan zichzelf openstellen om de genade te ontvangen. Daarvoor moet zijn hart geopend worden door het Woord en de Geest. Dat is een grondboodschap die door heel mijn boekje heen loopt.
Terecht schreef ds. Oosten dan ook over mijn boekje: „Als uitgangspunt stelt dsHegger nadrukkelijk de totale verdorvenheid van de mens en de noodzakelijkheid van waaachtige bekering. Hij accentueert bij voorbaat dat geloven een geschenk is".
„Heer"
Nog iets over de recensie van ds. Oosten. Ds. Oosten stelt de vraag, waarom ik boven hoofdstuk 8 als titel heb geplaatst, „Hem binnenlaten als Heer" en niet: als Heere. Laat ik eerst opmerken dat ik overigens in het boekje, zoals in In de Rechte Straat, steeds „Heere" schrijf. Dat heeft ook ds. Oosten kunnen vaststellen.
Waarom ik dan deze titel plaatste boven dat hoofdstuk? Om twee redenen:
1. vanwege eventuele r.-k. lezers. Zij kennen de schrijfwijze „Heere" helemaal niet. En moeten wij niet het voorbeeld van Paulus navolgen, die schrijft dat hij de Joden een Jood en de Grieken een Griek is geworden: „allen ben ik alles geworden, opdat ik in ieder geval enigen behouden zou" (1 Kor. 9 : 20-22).
En het woord „Heer" is toch op zichzelf nog niet oneerbiedig, want in de oude berijming van de psalmen wordt voortdurend „Heer" gebruikt: „Heer, ai maak mij Uwe wegen" enz.
2. Een tweede reden is dat ik duidelijk wilde maken dat geloven betekent: Christus als je Heer aanvaarden, die het dan verder in alles voor het zeggen heeft. Het woord „Heere" kan ook afgesleten worden door het vele gebruik. Dan kun je dat woord „Heere" wel vroom in je Ynond nemen, terwijl jezelf volkomen de baas over je eigen leven wilt blijven en jezelf niet uit handen wilt geven aan deze Kurios, deze Heer over jou.
Mag je je geloofsovergave niet op schrift stellen?
Ds. Oosten heeft er ook bezwaar tegen dat je, wanneer je door Gods genade tot geloof bent gebracht, dit ook op schrift stelt (en eventueel aan iemand meedeelt). Waarom mag dat niet? Ik lees nergens in de Bijbel dat dit verboden wordt.
Misschien gaat zijn bezwaar tegen het feit dat ik het geloof ook een „innerlijke beslissing van uw wil" noem. Maar daarin sta ik niet alleen. Die taal vindt u ook terug in de Dordtse Leerregels, die ik ook in mijn boekje geciteerd heb en waarmee ik geheel instem.
Ik ben echter blij dat ds. Oosten ook schreef: „De stijl van het boekje is die van een eenvoudig persoonlijk gesprek. Dit doet het boekje winnen aan begrijpelijkheid en maakt wat dat betreft, heel geschikt voor behandeling in gespreksgroepen, op verenigingen e.d.".
Ik wil helemaal niet beweren dat ik de volmaakt-juiste formulering heb gevonden. Het gaat hier immers over diepe verborgenheden, waar we nauwelijks woorden voor kunnen vinden. En ik sta helemaal open voor betere formuleringen, die zuiverder de bedoeling van de Bijbel weergeven, wanneer u die in gespreksgroepen vindt. En in elk geval is het fijn, wanneer we in alle eenvoud en liefde over deze heerlijke dingen met elkaar doorpraten.
Wij herhalen : „Wat is geloven?", 160 blz. ƒ 6,90, plus ƒ 4,- verzendkosten = ƒ 10,90; bij bestelling van 3-9 ex./4,50 en van 10 en méér exemplaren ƒ 4,-per stuk, plus verzendkosten. Ook verkrijgbaar in de boekhandel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
