DORHEID
„Het zegt me dan allemaal niets"
Soms verzucht ik: Hoe komt het toch dat wij, christenen, zoveel uren volpraten en zoveel bladzijden volschrijven over allerlei problemen rondom ons geloof? Ligt dat aan het geloof?
Maar het Evangelie is toch uiterst eenvoudig: „Zondaar, erken je zonde en vertrouw op Christus als je Zaligmaker". Je zou zeggen: een kind kan dat begrijpen. En Jezus zegt ook dat we het Koninkrijk Gods niet kunnen binnengaan, als we niet worden als een kind.
Ligt het dan aan ons? Dat moet dan wel zo zijn. Wij zijn gecompliceerd en maken daarom het christelijk geloof gecompliceerd. En dat vele praten en schrijven is dan blijkbaar nodig om elkaar te helpen ons te bevrijden van die vaak zo drukkende complicaties.
Daarom leek het mij goed om toch nog wat dieper in te gaan op de vraag die Willemien Scherff stelde in ons januarinummer. Ik dacht namelijk dat mijn antwoord niet volledig was.
Ik wil uitbreken uit die cirkel
Ik ontving een brief van een andere mevrouw. Zij stelt enkele vragen, die, meen ik, uit dezelfde moeilijkheid voortkomen. Ik citeer:
Ik ben allang van plan om te schrijven, maar neerslachtigheid en vermoeidheid hield me tegen. Ik heb die teksten over de vreugde doorgeworsteld en ik heb gezegd: Het is waar! Maar daar bleef het bij. Alles leek zo heel ver weg. Het zei me niets.
Wat kan een mens toch krampachtig zijn! Wat tob je vaak en maak je jezelf verwijten: Ik ben niet dankbaar, blij, opgewekt, vol vertrouwen enz. Ikpieker over de opvoeding van de kinderen. Als ik de krant lees, grijpt het me naar de keel: In wat voor wereld heb ik mijn kinderen gebracht? Dan denk ik: Waar moet je naar toe? En dan weet ik ook wel het antwoord: naar Hem! Maar waarom sjor ik dan heel de dag die last? En zo word ik altijd weer teruggeworpen op mezelf. Zo draai ik rond in dat afschuwelijke kringetje van mijn eigen „ik", waaruit Christus ons juist bevrijden wil.
Dan bid ik: Bewaar me voor het ongeloof. Heilige Geest, vernieuw en verlicht me. Help ons in ons drukke gezin en geef moed om in deze wereld te leven.
Graag had ik geschreven dat het allemaal geweldig gaat. Maar ik voel me als neergeworpen op de golven van de zee, steeds op en neer.
Dorheid in het klooster
Ik denk dat velen zichzelf in deze brief zullen herkennen. Daarom ben ik blij dat ik deze brief mag publiceren. Het zal voor veel lezers op zich reeds een bevrijding betekenen, wanneer ze merken dat anderen met dezelfde moeilijkheid tobben. De mezelf daar ook goed in herkennen. In het klooster was dat een brandend probleem: de dorheid in het geestelijke leven. Ons werd geleerd dat dit een beproeving van God was om ons meer te „onthechten van onszelf'. (Dit is een typisch-roomse uitdrukking; ik herinner me niet die term bij een protestantse schrijver tegen te zijn gekomen.)
Ik meen dat dit waar is. De Heere wil ons door die dorheid heen voeren naar nieuwe hoogten, plateaux waar we Hem op nieuwe wijze, intenser, kunnen ontmoeten.
In zulke tijden moeten we ons oefenen in het pure geloof. We hebben dan geen enkele steun van ons gevoel. Allerlei op zichzelf mooie teksten zeggen ons dan niets meer. Het lijkt of je jezelf maar niet kunt uittillen uit dat cirkeltje, waarin je ronddraait. Je valt altijd weer op jezelf terug.
Je moet dan toch maar volhouden en in stilheid, zonder enige gevoelsberoering, in loutere geloofsgehoorzaamheid blijven herhalen: Heere, ik geloof in U; ik heb U lief in mijn pure geest, ook al is er geen weerklank in mijn gevoel; ik weet dat ik een zondig mens ben, al druppelt er geen enkele traan uit mijn hart; ik ben U dankbaar, al heb ik nog zoveel moeite om die dankbaarheid ook te tonen in een leven vol werken der liefde.
Protestantse dorheid
Toch moet ik er aan toevoegen dat ik die tijden van dorheid nooit meer gekend heb sinds mijn ontmoeting met Jezus als volkomen Zaligmaker en mijn uittreden uit de R.-K. Kerk. (Wel heb ik veel spanningen moeten doormaken, ben vaak wanhopig geweest, heb moeten vechten met moedeloosheid, opstandigheid, twijfel. Maar dat is iets anders dan dorheid.)
Altijd kon ik de levende gemeenschap met Christus vrij gemakkelijk hervinden. Zijn aanwezigheid drong zich dan liefdevol aan mij op.
Waarom? Ik weet het niet precies. En waarom zijn er blijkbaar nog al wat gelovige protestanten, die wél last hebben van perioden van dorheid?.
Misschien omdat zij met angsten zijn opgevoed zonder daarvan grondig te zijn bevrijd. Deze mevrouw spreekt immers ook over allerlei angsten, met name de angst om te vervallen tot ongeloof.
Zelf leefde ik als rooms-katholiek eveneens uit dergelijke angsten, vooral de angst voor de hel. Waarom nu niet meer? Misschien omdat de ontdekking van Christus als volkomen Zaligmaker voor mij een volslagen verrassing was. Die ontdekking opende voor mij een totaal andere horizont. Heel mijn leven werd erdoor geschokt en veranderd.
Uit alles blijkt dat deze mevrouw een oprechte gelovige is, die in eenvoud met haar Zaligmaker wil leven. Maar misschien gaat zij nog altijd gebukt onder allerlei bedreigingen: „Pas op! Misschien is je geloof toch niet echt". En omdat het voor haar niet iets totaal nieuws was, toen zij tot persoonlijk geloof in Christus kwam (immers het Evangelie heeft ze natuurlijk reeds vaker in de prediking in haar eigen kerk gehoord), daarom hebben die angsten van vroeger meer kans om weer naar boven te komen; eerder dan bij mij, bij wie deze geloofsovergave een radikale ommekeer teweegbracht in heel mijn vroegere manier van denken. Ik had deze boodschap van het Evangelie van de soevereine genade Gods in Christus nooit gehoord.
Nochtans…
Maar wat ook de oorzaak van een dergelijke dorheid ook moge zijn, in elk geval kan ons geloof dan gewoon doorgaan, zij het ook met moeite. Het valt niet mee om toch altijd maar weer ons hart naar de hemel op te heffen, wanneer die hemel van koper lijkt en Gods liefde je uit geen enkele tekst meer vol warmte tegenparelt. Dat is de strijd van het geloof, dat vasthoudt aan de Ongeziene Heer (Hebr. 11), het geloof dat uitsluitend rust op de belofte, zonder eventueel ook maar iets van de vervulling van die belofte in ons gevoelsleven te zien, te ervaren. „Zalig zijn zij die niet zullen gezien hebben en nochtans zullen geloofd hebben" (Joh. 20 : 29).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 februari 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 februari 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
