In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

HET PROBLEEM VAN ONS VELE FALEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET PROBLEEM VAN ONS VELE FALEN

9 minuten leestijd

Heel blij en dankbaar ben ik met uw antwoord op de door mij gestelde vraag. Alleen al het weten dat ook anderen worstelen met dezelfde vragen, werkt bevrijdend en geeft me een gevoel van opluchting.

U begint uw antwoord met het omkeren: Heeft ons geloof invloed op ons karakter? Ik zou daar eveneens met alle beslistheid op willen antwoorden: ja! Je krijgt door het geloof een andere manier van denken en van doen. Je wordt daardoor nl. meer gericht op God. Die verandering gaat zo geleidelijk dat je er zelf haast geen erg in hebt, maar soms valt het je man of jezelf ineens op dat je bepaalde dingen niet meer doet, die je vroeger wél zou heben gedaan, of andersom. Dat is wat God in je leven aan het veranderen is.

Andere dingen zijn meteen nadat ik tot geloof ben gekomen, veranderd. Voordien zette ik ogenblikkelijk de radio af als er een preek op kwam. In de Bijbel las ik zelden en bidden deed ik niet meer.

Nu zoek ik, door te bidden en in Gods Woord te lezen, gemeenschap met de Heere en tracht Zijn stem te verstaan. Ik lees andere boeken dan vóór die tijd. Mijn keuze wat betreft radio- en televisieprogramma's is geheel veranderd. Ook het omgaan met mensen is anders geworden: minder kritisch en met meer belangstelling. Je probeert kontakt te krijgen met mede-gelovigen, en met hen ga je het liefste om. Het lijkt dat ik meer durf dan „vroeger", omdat ik weet dat de Heere bij mij is. Mijn zelfvertrouwen is gegroeid, doordat ik geen vertrouwen meer heb in mijzelf, maar alle vertrouwen in Hem. Het idee dat ik „minder" ben dan een ander, is grotendeels verdwenen. Ik leer mezelf steeds meer aanvaarden zoals ik ben.

Dit alles heeft God in mijn leven tot nu toe veranderd; een duidelijk bewijs dat ons geloof invloed heeft op ons karakter.

Nu is mijn probleem dat ik door die andere manier van denken ontdekt heb dat ik Gods wil niet kan doen, dat ik steeds weer faal en fouten maak. Het gevolg is dat ik ontmoedigd raak en mijn vrede kwijt ben. Door mijn misschien te krampachtig proberen niet te falen, ontdek ik steeds opnieuw hoe ik in werkelijkheid ben: ik, ellendig mens!

Het grote struikelblok in zo'n periode van onvrede is dan juist het niet terug willen of durven gaan naar de gemeenschap met de Heere Jezus. Het is zo moeilijk om dan maar gewoon naar Hem toe te gaan en eenvoudig alles te belijden. Ik speel vaak, net als Adam en Eva, eerst een tijdje verstoppertje. Misschien is dit ook wel een gevolg van de zonde dat we ons willen verbergen. Waarschijnlijk omdat we niet willen toegeven dat we zo verdorven zijn en onszelf in zo'n periode van falen toch maar tegenvallen (dus eigenlijk hoogmoed).

Om de een of andere reden denk ik in zo'n periode van onvrede dat ik ook God ben tegengevallen en dat Hij door al die mislukkingen nu wel boos op mij zal zijn en me niet meer zal liefhebben.

Maar het wonderlijke is dat, als je teruggaat, je merkt dat Hij er toch weer is en dat het is zoals in Openb. 3 : 20: „Indien iemand … de deur zal open doen, Ik zal bij hem binnenkomen en avondmaal met hem houden en hij met Mij". Dan ervaar je, o wonder, een oceaan vol liefde en kun je alleen maar wegzinken in Zijn liefde. Dan snap je niet dat je nu weer zo dom kon zijn om niet meteen Hem alles te belijden. Ja, ik ontdek dat juist in die diepte de Heere er is, wanneer we naar Hem vluchten met lege handen. Ik ontdek in zo'n dieptepunt dat er niets van mezelf is waar ik op zou kunnen pleiten en dat er maar één ding overblijft: vluchten naar het kruis van Jezus.

Zou het daarom misschien juist niet Gods liefde kunnen zijn, die toelaat dat we falen en ontmoedigd raken, zodat we het vertrouwen op onszelf kwijtraken en steeds weer naar Hem zullen vluchten?

Misschien worden we in zo'n periode van onvrede juist wel dichter bij Hem gebracht, al denken we het omgekeerde. Misschien is zo'n tijd juist wel een leerperiode, die ons doet zien hoe we zijn, om minder op onszelf te vertrouwen en steeds meer op Hem, zodat wij minder worden en Hij steeds groter en rijker voor ons wordt.

Ik kan soms zo ontroerd worden door de gedachte dat God onze grote Pottenbakker is en ons vormt, als wij maar als leem in Zijn handen willen zijn. Hij laat alles medewerken ten goede. Dus ook in tijden dat wij geen vrede en blijdschap kennen, vormt en leert Hij ons en gebruikt Hij zo'n periode van dorheid en onvrede voor Zijn heilige doeleinden. Zijn belofte is, dat als Hij een goed werk in ons is begonnen, Hij het ook zal voleindigen. En al zijn wij ontrouw, God is getrouw!

ONS KOMMENTAAR

Ook deze nieuwe brief van Willemien vond ik zeer waardevol, omdat zij daarin op heldere wijze veel voorkomende moeilijkheden bij gelovigen beschrijft. Willemien geeft zelf al belangrijke adviezen hoe te denken en te handelen als zulke problemen zich voordoen. Ik zou er graag nog het volgende aan toe willen voegen.

Aanval op ons geloofsvertrouwen

Het behoort tot een van de meest geraffineerde trucs van de boze geest om ons, nadat wij weer gefaald hebben, van Christus af te trekken. Hij speelt dat sluwe spel aldus:

1. Hij probeert ons vertrouwen in de vergevende liefde van God in Christus aan het wankelen te brengen. Hij herhaalt zijn listige openingszet van de hof van Eden: „Is het niet dat God…?" Hij vult dat dan aldus in: „Is het niet dat God uitermate heilig en rechtvaardig is? Volgt daar niet uit dat er toch ooit aan Zijn geduld een einde moet komen? Je kunt toch niet altijd weer vervallen in dezelfde fout! Zeker, God is barmhartig. Daarom heeft Hij je ook één keer alles vergeven. Maar iedere keer opnieuw? Nee, dat kan niet. Dat is niet de bedoeling geweest van het Evangelie. Mensen die dat menen, zijn alleen maar lichtzinnig. Ze beelden zichzelf maar wat in. Ze leven uit een valse gerustheid, die hen na dit leven duur zal komen te staan. Maar dan is het te laat, voor altijd te laat".

En o wat zal de duivel grijnslachen, wanneer wij daarin trappen. Hij zit ervan te gemeten, wanneer wij verbleken onder die influisteringen van hem. Hij siddert van genoegen, wanneer hij ziet hoe ons geloofsvertrouwen in Christus begint weg te smelten onder zijn schijn-vrome vergif. Dan beleeft hij weer het plezier van de hof van Eden, toen Eva zijn woord eerder geloofde dan het vaste Woord van de heilige God.

Zo ben ik er ook van overtuigd dat het een helse vreugde is voor de demonen, wanneer zij telkens kunnen konstateren dat slechts heel weinig christenen, waaronder ook trouwe kerkgangers, de echte heilszekerheid hebben in Christus. Hij zal hén aanmoedigen die met allerlei schijnbaar bijbelse argumenten zondaars ervan proberen te weerhouden om kinderlijk te vertrouwen in de meest duidelijke beloften van God. Hij krimpt in elkaar, wanneer hij ergens een verbroken mens, ondanks de last van zijn zonden, hoort juichen: „Barmhartig en genadig is de Heere, lankmoedig en groot van goedertierenheid. Hij doet ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden. Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons. Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de Heere over wie Hem vrezen" (ps. 103).

Onze enige grond: genade alleen

2. Maar de boze geest is daar niet mee tevreden. Hij wil niet slechts ons geloofsvertrouwen in de volstrekte barmhartigheid Gods, die Hij in Christus heeft geopenbaard, aan het wankelen brengen; hij wil ons liefst geheel en al van Christus aftrekken. En hoe doet hij dat?

Hij fluistert ons in, dat we eerst wat meer ons best moeten doen. Hij zegt: „Nee, zó kun je natuurlijk niet naar Christus gaan. Je moet eerst tonen dat je oprecht spijt hebt over je zonden, waarin je weer gevallen bent, door er stevig tegen te gaan strijden. Dus: de tanden op elkaar! Oefen je in zelfbeheersing. En als Hij dat ziet, ja dan zal Hij je wel weer willen aannemen in genade".

Zo drijft de boze ons weer onder de wet, maar dat betekent tegelijk dat we dan buiten de genade, dat is: buiten Christus, staan. Paulus roept de misleide Galaten toe: „Christus is u ijdel geworden, die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij zijt van de genade vervallen" (Gal. 5 : 4). RK-Vert.: „Als ge uw heil in de wet zoekt, hebt gij met Christus gebroken, hebt gij de genade verbeurd".

U ziet dus welk een gevaarlijke dwaling dat is, wanneer zelfs zulke jonge gemeenten van Galatië die door Paulus zelf waren gesticht, zo spoedig al konden worden weggetrokken van Christus. Paulus heeft zich daar zelf ook over verbaasd: „O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij de waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn; voor wier ogen Jezus Christus tevoren geschilderd is geweest, onder u gekruisigd zijnde?" (3 : 1). RKV: ,Jezus Christus was u toch openlijk en duidelijk verkondigd als gekruisigd". „Gij liept wél, wie heeft u verhinderd de waarheid gehoorzaam te zijn?" (5 : 7).

De Heere heeft dit fundamentele bijbelse beginsel: „Door genade alleen" weer krachtig laten verkondigen door de grote reformatoren van de zestiende eeuw. Wij moeten er zorgvuldig voor waken dat we nooit deze grond-boodschap verlaten of doen verwateren. Wezenlijk daarmee samenhangend is het tweede reformatorische beginsel: „Door geloof alleen'. „Genade alleen" sluit elke verdienste van de mens uit; „geloof alleen" sluit elk vertrouwen op eigen werken uit. Door het geloof alleen richten wij ons op de genade alleen, dat is: op Jezus Christus alleen. Dan is ook elke mogelijke eigen roem uitgesloten en dan roemen we God uitsluitend in Jezus Christus.

Het blijft „genade alleen en geloof alleen" gedurende ons gehele leven. Zodra wij steunen op eigen werken, hoe dan ook, zijn we los van Christus. Dan kan de duivel ons gemakkelijk omsingelen en ons geestelijk afmaken, ons tot moedeloosheid of het tegenovergestelde: tot geestelijke hoogmoed brengen.

„Weest nuchter en waakt, want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een briesende leeuw, zoekende wie hij zou kunnen verslinden" (1 Petr. 5 : 8). Maar, óm zijn prooi te kunnen bereiken, doet hij zich voor in de gedaante van een engel des lichts (2 Kor. 11 : 14), wanneer het gelovigen betreft.

Maar… „hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen" (Joh. 16 : 33). En Hij zeide: „Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen. Ziet, Ik geef u de macht om op slangen en schorpioenen te treden en over alle kracht van de vijand; en geen ding zal u enigszins beschadigen" (Lk. 10 : 18-19). Gelo'of vol blijdschap en vertrouwen ook deze vertroostende woorden van de Heere Jezus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

HET PROBLEEM VAN ONS VELE FALEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981

In de Rechte Straat | 32 Pagina's