EN DE GEEST
In Rom. 7 beschrijft Paulus twee mensen: de mens vóór zijn bekering en de mens na de bekering.
Vóór de bekering is de mens alleen maar slaaf van het vlees, slaaf van de macht van de zonde in ons. „Ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde" (v. 14). Het verstand (het geweten; Rom. 2 : 14-15) kan tegen die tyrannie van het vlees sputteren en er strijd tegen voeren, maar moet altijd het onderspit delven.
Na de bekering is er in ons nog steeds datzelfde vlees, dat zich niet wil onderwerpen aan de wet Gods. Er is dan ook nog, en in heviger mate, de afwijzing door het verstand, het geweten. Maar ook na de bekering is het een verloren zaak, wanneer wij met ons verstand, ons geweten, de strijd willen aanbinden tegen de macht van het zondige vlees in ons. Vandaar ook dat Paulus aan het slot van hoofdstuk 7 uitroept: „Ik, ellendig mens! wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?"
Maar het antwoord op die vraag lezen we in Rom. 8:2:„Want de wet van de Geest des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods".
Wanneer wij tot geloof zijn gekomen, dan zijn wij door de Heilige Geest opengemaakt voor Christus. Dan leeft Christus in ons en wij in Hem en dan dragen wij veel vrucht (Joh. 15 :4-5). Die vrucht wordt ook aan de Heilige Geest toegeschreven, want de Geest is het die Christus levend in ons heeft gemaakt. En die vrucht wordt heel uitvoerig beschreven in Gal. 5 : 22 als „liefde, blijdschap, vrede…".
Vanuit de eenheid met Christus kunnen wij ons dus distanciëren, afstand nemen van het vlees in ons. Net zoals Paulus zien we dat vlees nog verwoede achterhoede-gevechten in ons leveren. We zien hoe dat vlees steeds opnieuw probeert door te dringen in de domeinen van de Geest in ons. We zien hoe dat vlees daar ook vaak in slaagt en dat is de oorzaak, waarom een christen altijd leeft in een houdig van verootmoediging. Op grond van het vlees dat nog steeds in hem aktief wroet en rebelleert, weet hij zich een goddeloze, die uitsluitend van genade kan leven. Maar op grond van het feit dat Christus in hem woont en dat zijn Lichaam zelfs een tempel is van de Heilige Geest, weet hij zich vrij van de zonde en geniet van de blijdschap als vrucht van de Geest.
„ En indien de Geest van Hem dieJezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, zo zal Hij die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest die in u woont" (Rom. 8:11). Zie ook p. 29.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
