HOE FUNKTIONEERT DE WET BIJ EEN GELOVIGE?
Dhr. F. L. Stolk te Rotterdam reageerde op mijn artikel in IRS mei 1980 over „Sterven en opstaan met en in Christus". Ik schreef daarin :
„Je mag nu de wet zien in een Persoon, die je liefhebt, omdat Hij Zich helemaal voor jou heeft overgegeven. Dat brengt een totaal andere levensinstelling met zich mee. Het vermoeiende van de wetsbetrachting is eraan ontnomen. Het is nu een leven van lief de geworden. Het is nu Christus, en dus ook Zijn wet, in mij".
Dhr. Stolk meent dat het geen verschil maakt of ik die wet al of niet verpersoonlijkt in Christus beleef. De verplichting blijft immers evenzeer. De reden van de vermoeidheid ligt volgens hem niet in de zedewet, niet in Christus, maar in ons.
Vermoeiend, maar allereerst boeiend
Ik zou daarop willen antwoorden: Inderdaad ligt de oorzaak van het vermoeidheidsgevoel bij ons streven om Gods wet volkomen te brengen, in onze zondige natuur, die uit zichzelf altijd in opstand komt tegen Gods wet. „Daarom dat het bedenken van het vlees vijandschap is tegen God ; want het onderwerpt zich aan de wet Gods niet; want het kan ook niet" (Rom. 8 : 7).
Maar daar stelt Paulus dan tegenover: „De wet van de Geest des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods" (8 : 2). Die Geest getuigt in mij dat ik een kind van God ben (vs. 16). En dat maakt alles anders. Daardoor ben ik in de ruimte gesteld. Daardoor adem ik in de sfeer, in de Geest van de Vader. Ik heb Zijn wet nu lief, NIET omdat het móet, maar omdat het mag. Ik vind niets heerlijker dan te proberen die wet zo goed mogelijk te volbrengen. Het is nu niet meer een vermoeiende, maar een uitermate boeiende aangelegenheid voor mij. Ja, ik kan ook nog wel eens vermoeid worden ; omdat namelijk die oude natuur, het zondige vlees, niet helemaal zijn kracht heeft verloren en telkens blijft protesteren tegen mijn poging om mij helemaal aan Gods wet te onderwerpen. Maar die vermoeidheid krijgt dan een secundair karakter. Ik zou bijna zeggen: die vermoeidheid slaap je er uit in de rustige vertrouwvolle overgave aan de barmhartige liefde Gods in Christus.
Dhr. Stolk citeert verder in zijn brief dr. B. Wielinga : „Dit Evangelie bevat een schoon geheim dat de Geest in ons het vermogen tot het volbrengen van de wet herstelt. Wanneer dat vermogen er is, maakt ook de letter (2 Kor. 3 : 6) de mens levend".
Het spijt me, maar ik kan het daar niet mee eens zijn. Ik zie dan geen verschil meer met de r.-k. leer, die beweert dat we door de genade een bovennatuurlijke kracht krijgen, die ons wordt ingestort en aan onze natuur wordt toegevoegd, waardoor we in staat worden gesteld Gods gebod zo te vervullen dat we daardoor werkelijk de hemel kunnen verdienen.
Mijn eigenlijke bezwaar is dat we dan toch nog weer onder de wet komen te staan. Natuurlijk blijft de wet haar objektieve geldigheid bewaren, ook ten overstaan van de gelovigen. Maar sinds ik tot geloof ben gekomen, sta ik niet meer onder het regiem van de abstrakte, onpersoonlijke wet. Sindsdien sta ik direkt onder de liefdeheerschappij van Christus, die mij precies hetzelfde opdraagt als datgene wat de wet mij voorhoudt; maar het feit dat Hij, Mijn Zaligmaker, mij dat opdraagt, maakt het vervullen van die wet tot een heerlijkheid en een vreugde.
Dat is toch immers ook zo in de opvoeding. Ouders kunnen hun kinderen koud en bars de wet voorhouden : Je moet dit doen en dat laten ; je moet ons in alles gehoorzamen. Maar hoe geheel anders klinkt diezelfde wet uit de mond van ouders, die in liefde naast hun kinderen gaan staan, ouders die alle begrip tonen voor de moeilijkheden van hun kinderen die dan ook helemaal vanuit de liefde spreken, wanneer ze hen iets opleggen.
Ik dacht dat dit ook de betekenis is van de woorden van Paulus : „Want het is God die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen" (Phil. 2 : 13). Daar staat niet dat God mij het vermogen geeft om goed te willen en te werken, maar dat Hijzelf dat willen en werken in mij werkt. Hij doet dat, doordat Hij mij Zijn Geest schenkt. Daardoor komt de Vader en de Zoon in mij woning maken (Joh. 14 : 2 3). Zo werkt de drieënige God in mij het willen uit.
Levend verbonden met Christus
En zo ervaar ik het ook. Ik leef in en uit Christus. Hijzelf is helemaal binnengedrongen in mijn wil, die de bron is van alle werken. Nee, Hij geeft mij niet het vermogen om de wet goed te volbrengen en zegt dan tegen mij: „En nu aan de slag !", waarna Hij mij alleen zou laten in mijn pogingen. Nee, hij heeft mij levend met Zich verbonden. Zo kan ik altijd naar Hem zien, altijd het gesprek der liefde met Hem voeren. En zo werkt Hijzelf het willen (en werken) in mij.
Nu weet ik heel goed, dat mijn ervaring niet doorslaggevend is, maar ik kan alleen zó Phil. 2 : 13 (en andere teksten) verklaren.
Misschien kan dhr. Stolk het nu wél met mij eens zijn. In elk geval ben ik hem dankbaar dat zijn opmerking mij de gelegenheid gaf mijn bedoeling nog duidelijker te omschrijven.
BOEKHANDEL V.D. KOOIJ IN BRAKEL
Een belangrijke bron van inkomsten voor IRS is de boekenverkoop door de comité's. Hun adressen hebben we in een vorig nummer vermeld. We willen daar uitlichten : Boekhandel W. F. v.d. Kooij, Liesveldsesteeg 6, Brakel, tel. 04187 - 1887, ook voor de verkoop van Bijbels in allerlei uitvoeringen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 december 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 december 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
