EEN PROTESTANTSE (?) MONNIK OVER DE MADONNA
In de Italiaanse krant „Awenire" van 15 augustus 1980 las ik een beschouwing van Max Thurian van Taizé. De koppen boven dat artikel luidden:
„Overdenkingen van een protestantse monnik over de Madonna". „De Moeder Gods is een ondersteuning voor ons geloof".
Thurian begint zijn beschouwing aldus:
„De Maagd Maria, de gelukzalige Moeder van God, is een integrerend bestanddeel van het geloof in Christus, waarachtig God en waarachtig mens".
Verder schrijft hij o.a.:
„Maria is de Moeder aan de voet van het Kruis. Zij is één met de smarten van haar Zoon en wordt aldus het beeld van de Moeder-Kerk. De Gekruisigde geeft mij haar tot moeder. Hij geeft tezelfdertijd aan mij Maria én de Kerk tot moeder". „Wij geloven dat Maria leeft in de Kerk, leeft in de gemeenschap van de Heilige Geest, die alle gelovigen ertoe brengt om te zeggen: Kom, Heere Jezus, kom spoedig!".
ONS KOMMENTAAR:
Zou Maria deze verheerlijking gewild hebben?
De uitdrukking „Moeder van God" wordt in de Bijbel nergens aan Maria toegekend. Zou het dan niet getuigen van bijbelse ootmoed, wanneer wij dus het spreken van de Bijbel navolgen en ons onthouden van een dergelijke waardigheidstitel, die zozeer emotioneel-religieus geladen is? Het is juist Maria zelf die in haar lofzang zich uitspreekt tegen hen die zich willekeurig, d.i. zonder dat de Schrift hen daartoe het recht geeft, allerlei macht aanmatigen: „Hij heeft machtigen van de troon afgetrokken". En van de andere kant bezingt zij de glans van de nederigheid: „…en nederigen heeft Hij verhoogd" (Lk. 1 : 52).
Mag je zozeer op je eigen redeneervermogen bouwen?
De redenering op grond waarvan men deze waardigheidstitel aan Maria toekent, luidt: „Maria is de moeder van Jezus. Welnu Jezus is God. Dus is Maria de moeder van God". Tegen deze redenering zijn echter de volgende bezwaren in te brengen:
1. Het gaat hier om een waardigheidstitel. Welnu recht op een titel krijgt men niet door een redenering, maar op grond van een besluit van degene die de bevoegdheid heeft dergelijke titels te verlenen. Een student kan bv. de volgende redenering opzetten: „Ik zou voor mijn doctoraal geslaagd zijn, als die bepaalde professor mij niet zo ongunstig gezind was. Die heeft met opzet heel moeilijke vragen gesteld. Welnu, dat had hij niet mogen doen. Dus ga ik met recht de titel doctorandus voeren". Als hij de konklusie van die redenering ook gaat uitvoeren en „drs." voor zijn naam gaat schrijven, komt hij met de justitie in aanraking, want doctorandus is een beschermde titel, die slechts verleend kan worden door het college van de professoren van een universiteit.
Iedereen zal het er over eens zijn dat de waardigheidstitel „Moeder van God" slechts verleend kan worden door God Zelf. Welnu, nergens blijkt uit de Bijbelen dat is het enige boek, waarin God Zijn besluiten heeft kenbaar gemaakt - dat God aan Maria heeft toegestaan deze titel „Moeder van God" te voeren. Zij die tóch deze titel aan Maria toekennen, zijn dus strafbaar voor het gerecht Gods.
2. Om de redenering op grond waarvan men aan Maria de titel van „Moeder van God" toekent, aannemelijk te maken, poneert men onderstaande parallelredenering:
„Truus is de moeder van Jan. Welnu Jan is een timmerman. Dus is Truus de moeder van een timmerman".
Deze vergelijking gaat echter niet op. Immers het is duidelijk dat een timmerman, omdat hij een mens is, een moeder kan hebben. Maar het is even duidelijk dat God, ómdat Hij God is, geen moeder kan hebben. „Moeder van God" is dus een term, die zichzelf tegenspreekt.
3. Volgens de Bijbel hebben woorden, zeker woorden met een religieuze inhoud, een bepaalde kracht. Ze kunnen dus niet slechts als een nuchtere konklusie van een redenering worden beschouwd.
De oosterse mystiek maakt daar een druk gebruik van. De volgelingen van Bagwan (Poona-India) krijgen ook elk een „mantra". Een mantra is een korte tekst of een woordencombinatie, geladen met een magische kracht.
Uit de praktijk blijkt ook dat de term „Moeder Gods" een religieus-geladen uitwerking heeft. Denk aan de talloze bedevaartplaatsen, waar een Mariabeeld vereerd wordt waaraan bijzondere kracht wordt toegeschreven - dat is dan ook de red^n, waarom de mensen hele reizen maken om juist voor dat „genade-beeld" neer te knielen en niet of althans veel minder voor het Maria-beeld in hun eigen parochiekerk.
4. De Bijbel waarschuwt vaak voor het leggen van de combinatie „Vrouw (moeder)-God". De Joden worden door de Heere met vreselijke straffen bedreigd, wanneer zij niet ophouden met de verering van de „Koningin des Hemels" (Jer. 44 : 15 - 30). En in het OT wordt Israël heel vaak gehekeld, omdat het zich overgaf aan de verering van allerlei heidense goddelijke moederfiguren. U kunt ze vinden onder de benamingen Astarte, Astóreth, Astaroth, Asjéra, Artemis, Diana.
Ook uit de godsdienstgeschiedenis is daarover voldoende bekend. In Klein Azië was vooral verbreid de cultus van de Kybele. „Zij houdt verblijf op de dichtbeboste toppen van de bergen en heerst over de gehele natuur. Ze schenkt vruchtbaarheid aan de aarde. Zij is de moeder van alle leven dat zij schenkt in bruisende overvloed. Vandaar het wilde en uitgelaten karakter van haar cultus. Naast haar staat haar geliefde Attis, volgens de mythe een jonge herder, die Kybele's liefde opwekte, haar trouw beloofde, maar verliefd werd op een nymf, die door Kybele werd gedood. Uit wroeging over zijn ontrouw ontmant Attis zich en sterft. Kybele trekt luid klagend over de bergen om hem te zoeken; hij herrijst uit de dood en in triomf trekken zij tezamen rond. Wij hebben hier duidelijk met een natuurmythe te doen. Kybele vertegenwoordigt de (groeikracht van de) natuur, Attis de in de winter afstervende en in de lente ontluikende vegetatie. Maar natuur- en mensenleven worden in-één-gezien: de extatische overgave aan de godin en haar uit de dood verrezen geliefde bewerken een deel-krijgen aan datzelfde goddelijke leven." „Op het toppunt van de extase brachten de deelnemers zich bloedige verwondingen toe en de priesters ontmanden zich op het voorbeeld van Attis" (Prof. Dr. W. H. Obbink in „Godsdienstwetenschap" p. 154 en in Oosthoek's Encyclopedie, deel 9, p. 39-40).
In Rome werd deze goddelijke moeder vereerd als de Magna Mater = de Grote Moeder. Zo is het te begrijpen dat de verering van Maria als Moeder Gods, later als Middelares van alle gunsten (genaden), en als Koningin des Hemels direkte aansluiting vond bij dat eeuwenoude heidense religieuze gevoel. Maar dit heidense religieuze gevoel en het christelijke geloof van de Bijbel staan diametraal tegenover elkaar. Het één sluit het andere uit.
In onze tijd zien we een herleving van de cultus van de vrouw als objekt van zinnelust in de openlijke pornografie. De sexboetieken zijn een variant van de vroegere tempelprostitutie.
5. Als wij dat alles uit de Bijbel weten, is het dan, op zijn zachtst gezegd, niet zeer riskant om al die waarschuwingen van de Bijbel in de wind te slaan en tóch weer een vrouw in het midden van de religieuze verering te stellen, ook al is dat dan de Moeder des Heeren?
Weten wij het beter dan Johannes?
Wanneer de Bijbel zelf een duidelijke verklaring geeft van de woorden van Jezus, dan mogen wij daar niet een andere verklaring aan toevoegen, die aan de bijbelse verklaring volkomen vreemd is. Toegepast op dit punt:
Johannes zelf geeft de volgende verklaring aan de woorden, die Jezus tot Maria en tot hem heeft gericht: „En van die ure aan nam de discipel haar in zijn huis" (Joh. 19 : 27). Dan is het onjuist, wanneer wij daar een heel andere verklaring van geven, nl. deze: „En van die ure af werd Maria de moeder van de kerk en de geestelijke moeder van alle mensen; vanaf die ure werd zij de middelares van alle genaden". Als dat de bedoeling was geweest van de woorden vanjezus, dan zou Johannes dat toch zeker niet verzwegen hebben. Immers dat hij Maria vanaf dat moment bij zich aan huis nam, is van veel en veel minder belang dan datjezus zou hebben bedoeld dat alle christenen voortaan Maria zouden moeten aanroepen als hun moeder.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 1980
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
